ECLI:NL:RBROT:2026:1354

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
11906350 CV EXPL 25-4708
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 onder g BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 6:230g onder e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting verminderd wegens schending precontractuele informatieplicht bij online aankoop

Bol.com vordert betaling van openstaande facturen van gedaagde, die meerdere bestellingen plaatste maar niet betaalde. Gedaagde erkent de bestellingen en betalingsverplichting, maar stelt dat zij gedupeerde is van de toeslagenaffaire en dat de gemeente Rotterdam zou betalen. Dit is niet onderbouwd en de betalingsverplichting blijft bij gedaagde.

De kantonrechter oordeelt dat Bol.com onvoldoende heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht, met name over de wijze van betaling, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 onder g BW. Dit betreft essentiële informatie die duidelijk en op een in het oog springende wijze moet worden verstrekt bij online overeenkomsten.

Door deze schending wordt de betalingsverplichting van gedaagde verminderd met 20%, conform de sanctierichtlijn. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. Oneerlijke bepalingen in de algemene voorwaarden zijn niet vastgesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 268,78 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 268,78 met rente en proceskosten wegens schending precontractuele informatieplicht over wijze van betaling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11906350 CV EXPL 25-4708
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Bol.com B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Bol.com’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 september 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • het aanvullend antwoord, met bijlagen.

2.De beoordeling

Kern van de zaak
2.1.
Bol.com vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 387,87 vermeerderd met rente en proceskosten, omdat [gedaagde] in 2022 via de website meerdere bestellingen heeft geplaatst en die niet heeft betaald.
2.2.
[gedaagde] betwist niet dat zij de bestellingen bij Bol.com heeft geplaatst en dat zij daarvoor moet betalen. Zij voert aan dat zij een gedupeerde is van de toeslagenaffaire en dat de gemeente Rotterdam de vordering voor haar zou voldoen. Los van het feit dat zij geen stukken heeft overgelegd waaruit dit blijkt, blijft de betalingsverplichting ook in dat geval bij [gedaagde] . De kantonrechter is wel van oordeel dat er redenen zijn om de betalingsverplichting van [gedaagde] te verminderen, omdat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst te weinig of onjuiste informatie heeft gekregen.
2.3.
Daarom wordt een bedrag van € 268,78 toegewezen. Dit bedrag bestaat uit € 248,78 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten. Daarop is € 20,00 in mindering gebracht, omdat dit bedrag al is betaald. Deze beslissing wordt hierna verder toegelicht.
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
Algemeen
2.4.
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst die is aangegaan op afstand. [1] Bij zulke overeenkomsten moet de handelaar uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst en op een voldoende duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument bepaalde informatie geven (de precontractuele informatieplicht). [2] Bij overeenkomsten die online worden aangegaan moet bepaalde informatie
op een in het oog springendewijze worden getoond. [3]
2.5.
De handelaar kan ervoor kiezen om de informatie te verstrekken door deze op te nemen in haar algemene voorwaarden. Voor de precontractuele informatieplicht geldt wel de voorwaarde dat de consument voldoende duidelijk moet zijn gewezen op de algemene voorwaarden en voldoende kans moet hebben gehad om de algemene voorwaarden te lezen. Hieraan zal in het algemeen voldaan zijn als de consument de algemene voorwaarden voor akkoord moet aanvinken en deze met een hyperlink te openen waren. Als hieraan niet is voldaan, dan wordt de informatie in de algemene voorwaarden voor de precontractuele fase buiten beschouwing gelaten.
2.6.
Bepaalde informatie mag naar het oordeel van de kantonrechter voor de precontractuele informatieplicht niet (alleen) door middel van de algemene voorwaarden worden verstrekt. Het gaat dan om de informatie die bij overeenkomsten die online worden aangegaan op een in het oog springende wijze moet worden getoond. Als deze informatie alleen in de algemene voorwaarden staat, is dat naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel onvoldoende duidelijk.
2.7.
De handelaar moet dezelfde informatie uiterlijk bij levering verstrekken op een duurzame gegevensdrager. Met een duurzame gegevensdrager wordt bedoeld dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief. Algemene voorwaarden kunnen als duurzame gegevensdrager gelden, maar dan moeten de algemene voorwaarden wel op een duurzame gegevensdrager aan de consument zijn verstrekt.
2.8.
Als aan de consument te weinig of onjuiste informatie is verstrekt, dan moet de kantonrechter de betalingsverplichting van de consument verminderen. Alleen schendingen van de zogenaamde essentiële informatieplichten die
voldoende ernstigzijn, leiden tot een vermindering. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. [4]
Schending informatieplicht: de wijze van betaling
2.9.
De kantonrechter stelt vast dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden. Bol.com heeft namelijk niet aangetoond dat bij het aangaan van de overeenkomst voldoende informatie is verstrekt over de wijze van betaling. Voor de consument moet duidelijk zijn of hij het bedrag zelf moet overmaken of dat dit automatisch zal worden afgeschreven. Naar het oordeel van de kantonrechter valt hieronder ook de termijn waarbinnen betaald moet worden. De handelaar moet het ook duidelijk vermelden als de betaling via een derde (niet zijnde een bank) verloopt.
2.10.
Het gaat om essentiële schending van een informatieverplichting die voldoende ernstig is, zodat de betalingsverplichting wordt verminderd. Bij de vermindering van de betalingsverplichting van de consument heeft de kantonrechter de sanctierichtlijn toegepast die door de rechtbanken is opgesteld. [5] Op basis daarvan wordt de betalingsverplichting van [gedaagde] verminderd met 20%, zodat een bedrag van € 248,78 aan hoofdsom overblijft.
Oneerlijke bepalingen
2.11.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van Bol.com oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. Bol.com mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht. [6]
2.12.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.13.
Als vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten wordt € 40,00 toegewezen. Aan alle voorwaarden om een vergoeding voor deze kosten te krijgen is voldaan (artikel 6:96 BW Pro). Wel zijn de buitengerechtelijke incassokosten alleen berekend over het bedrag dat is toegewezen, zodat een deel van de gevorderde incassokosten wordt afgewezen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.14.
De rente wordt toegewezen over € 248,78 vanaf datum verzuim. Bol.com heeft namelijk voor dit bedrag genoeg gesteld waaruit volgt dat deze rente moet worden betaald en [gedaagde] heeft dat onvoldoende betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.15.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Bol.com moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 82,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 378,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Betalingsregeling
2.16.
[gedaagde] heeft bij antwoord laten weten dat ze een betalingsregeling wil treffen. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Bol.com namelijk toestemming geven en dat heeft Bol.com niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Bol.com om te vragen of zij alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.17.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Bol.com dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Bol.com tegen kwijting te betalen € 268,78, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom die heeft opengestaan na iedere wijziging vanaf de dag van verzuim tot de dag van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Bol.com worden begroot op € 378,78;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
48436

Voetnoten

1.Artikel 6:230g onder e Burgerlijk Wetboek
2.Zie de artikelen 6:230m e.v. Burgerlijk Wetboek
3.Artikel 6:230v lid 2 Burgerlijk Wetboek
4.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677
5.De Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (verkort: de sanctierichtlijn) is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl
6.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68