Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaardingen van 13 december 2021, met producties 1 tot en met 40;
- de akte ter rectificatie van 13 april 2022, waarbij DHR de juiste productie 38 heeft overgelegd (een expertiserapport van 4 december 2018 met referentie 181608-C in plaats van 181608-B);
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 28 september 2022, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het vonnis in het vrijwaringsincident van 28 september 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van HbR, met producties 1 tot en met 22;
- de conclusie van antwoord van LR EMEA, met producties 34 tot en met 41 (producties 1 tot en met 33 van LR EMEA zijn in het bevoegdheidsincident overgelegd);
- de brieven van de rechtbank van 5 december 2022 waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de zaak op 16 mei 2023;
- het vonnis in het door MS Amlin Insurance SE opgeworpen incident tot tussenkomst van 22 maart 2023, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het vonnis in het door RT Evolution B.V. en Boluda Towage London Ltd opgeworpen incident tot tussenkomst van 29 maart 2023, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de e-mail van de rechtbank van 2 mei 2023 houdende een zittingsagenda;
- de conclusie van antwoord in reconventie van DHR, met producties 43 tot en met 55;
- de akte ter rectificatie, tevens wijziging van eis, van DHR, met de juiste productie 37;
- de akte houdende overlegging producties van LR EMEA, met producties 42 tot en met 46;
- de akte overlegging producties ten behoeve van mondelinge behandeling van HbR, met producties 23 tot en met 26;
- de akte wijziging eis in reconventie van HbR;
- de nadere akte van DHR, waarin zij akte vraagt van haar wens dat haar in reconventie overgelegde producties 43 tot en met 55 ook als overgelegd in conventie worden beschouwd;
- het protest hiertegen bij brief van 4 mei 2023 namens HbR en het verzoek om na de mondelinge behandeling schriftelijk te mogen reageren op de uitvoerige conclusie van antwoord in reconventie, die HbR als verkapte conclusie van repliek beschouwt;
- de reactie daarop van de rechtbank bij e-mail van 8 mei 2023;
- de akte overlegging productie ten behoeve van mondelinge behandeling van HbR, met productie 27;
- de mondelinge behandeling van 16 mei 2023;
- de ter zitting overgelegde spreekaantekeningen zijdens DHR, HbR en LR EMEA;
- de conclusie van repliek van DHR in de zaak tegen LR EMEA met producties 56 tot en met 60 (productie 57 is een usb-stick met videobeelden);
- de akte na mondelinge behandeling van DHR in de zaak tegen HbR met productie 61, waarin de wens is geuit dat HbR ermee akkoord gaat dat de producties overgelegd bij de repliek tegen LR EMEA ook worden beschouwd als overgelegd jegens HbR;
- de conclusie van dupliek van HbR met producties 28 tot en met 36, waarin HbR ook het direct hierboven bedoelde akkoord geeft;
- de conclusie van dupliek van LR EMEA met producties 47 tot en met 56b;
- de akte houdende uitlating producties DHR in de zaak tegen HbR.
3.De feiten
Request for Surveyovereenkomst voor de scheepslift. De scheepslift was op dat moment al niet meer in gebruik en had sinds omstreeks 2010 de status
laid-up(‘mottenballenstatus’): de lift bleef gecertificeerd maar mocht niet worden gebruikt. In de jaren daarna verricht LR EMEA jaarlijks - op basis van de overeenkomst van 2011 en de toepasselijke algemene voorwaarden van LR EMEA - een inspectie (
survey) in opdracht en voor rekening van HbR. De reikwijdte van dit onderzoek was steeds beperkt omdat deze alleen diende ter handhaving van de
laid-upstatus van de lift. De kabels van de scheepslift zijn in dat verband alleen visueel onderzocht. Het laatste onderzoek met deze beperkte reikwijdte wordt verricht op 9 oktober 2015.
HbR zal ten behoeve van Gebruiker de Scheepslift, zijnde de Voorziening, aan de eisen van de toepasselijke wettelijke vereisten aanpassen en de navolgende werkzaamheden te verrichten, voorafgaande aan de ingangsdatum van het Gebruiksrecht:
- vervangen aansturingssysteem,
- het verzorgen van de certificering door Lloyds’;
- (...)”.
De Gebruiker dient voor haar rekening en risico de Scheepslift zodanig voor haar rekening en risico te onderhouden (en zonodig te herstellen en te vernieuwen) alsmede ervoor zorg te dragen dat jaarlijks de Scheepslift wordt geïnspecteerd, gekeurd en gecertificeerd door Lloyd’s, (...) opdat de Scheepslift de huidige certificering als hijswerktuig (...) behoudt. Daartoe dient Gebruiker alle benodigde inspecties en onderhoudsmaatregelen te treffen om dat te bereiken en te houden.”
survey statusvan LR EMEA waaruit onder meer bleek welke onderzoeken verlopen (
overdue) waren en welke aandachtspunten in het verleden waren genoteerd. Daarop volgt meer correspondentie over wat er precies vereist is voor het weer
in classbrengen van de scheepslift.
Survey Statusvan LR EMEA door met een lijst van af te werken
survey items.
Survey Statuslijst van LR EMEA. Zij schrijft ook dat zij bij het goedkeuren van de lift zonder
Special Surveybedenkingen heeft en daar een voorbehoud op maakt. In reactie heeft HbR telefonisch de zorgen van DHR uitgevraagd.
Volgende;
- Overdue CSH (te vergelijken met 5 jaarlijkse survey)
- LAQS; 5 jaarlijkse load test en overdue.
- Van toepassing is part 8.6 voor periodieke survey’s
Code for Lifting Appliances in a Marine Environment(hierna: de Code LAME).
outstandingsvolgen en na het verhelpen daarvan kan een tweede survey inclusief een
load testworden gepland.
Interim Certificate Provisional Issue, gedateerd 15 november 2016:
Dear all, Please find attached Provisional Interim Certificate for completion of the surveys as per today. Final Interim and Certificate of Class will be follow shortly by our administration department upon completion of my report.”.
Lifting Appliances(te weten
LAASen
LAQS) zijn afgerond per 19 mei 2016 en de onderzoeken aan de ‘
Hull’ (te weten
CSH, AS, HRPS, en
HULL) zijn afgerond per data in mei, juli dan wel oktober 2016.
having been surveyed by Lloyd’s EMEA and having been found in compliance with the Regulations for the Code for Lifting Appliances in a Marine Environment, the aforesaid Mechanical Lift Dock with the design characteristics stated below has been assigned the classMechanical lift dock for service at Rotterdam”.
endorsed).
Interim Certificateaan HbR en DHR, gedateerd 28 november 2016. In het tijdelijke certificaat staat voor zover relevant dat wordt aanbevolen de
laid upstatus te schrappen. Alle lierkabels staan vermeld als ‘
credited for ‘CSH’’.
endorsementvan het klassecertificaat. Tot aan april 2018 heeft DHR de lift ongeveer 20 maal probleemloos beladen omhoog en omlaag gehesen.
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
- i) de inrichting en werking van de scheepslift
- ii) de normen die golden voor het weer onder klasse brengen van de lift
- iii) de wijze waarop de lift is onderzocht en onder actieve klasse is gebracht
- iv) de visies van de deskundigen op de toedracht van het incident
- v) de lezing van de rechtbank over de toedracht van het incident.
- vi) LR EMEA moest inspecteren en keuren onder strikte toepassing van de Code LAME in verbinding met ISO 4309:2010
- vii) LR EMEA had bij het inspecteren en keuren een zorgplicht jegens DHR
- viii) LR EMEA heeft een certificaat afgegeven terwijl de Code LAME dit niet toeliet
- ix) De verweren tegen de onrechtmatigheid en aansprakelijkheid falen
- x) Schade en causaal verband, het beroep op eigen schuld
- xi) Vordering (i) - de omvang van de schade
- xii) Vorderingen (ii) en (iii): de bedrijfsschade
- xiii) Vordering (iv): vergoeding van de schade voortvloeiend uit de vrijwaringsafspraak met HbR
- xiv) Vordering (v): andere door de rechtbank te geven beslissingen
- xv) Proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad
- xvi) LR EMEA was geen hulppersoon van HbR
- xvii) HbR is haar verplichtingen met betrekking tot het certificaat nagekomen
- xviii) HbR hoefde er niet voor in te staan dat de lift veilig kon worden gebruikt
- xix) Het verwijt over de wettelijke vereisten faalt
- xx) Conclusie ten aanzien van HbR.
- xxi) Vordering I: verklaring voor recht ook ten aanzien van betalingen aan derden
- xxii) Vordering II (a): schade aan de scheepslift
- xxiii) Vordering II (b): huurachterstand
- xxiv) Vordering II (c): expertisekosten
- xxv) Vordering II (d): proceskosten.
De inrichting en werking van de scheepslift
starboard) tot en met 11 SB. De lieren en bijbehorende kabels ter rechterzijde zijn genummerd 1B tot en met 11B en worden ook aangeduid met ‘bakboord’ en dus als 1 BB/P(S) tot en met 11 BB/P(S) (bakboord/
port(side)). De liernummers en de hijs- en tussensecties zijn aangegeven op de afbeelding hieronder. De sleepboot lag met haar stuurboordzijde aan de B-zijde, dus bij de ‘bakboordlieren’.
load cellde belasting van iedere individuele kabel tijdens de hijsbewegingen. Ter illustratie een getekende dwarsdoorsnede van een hijssectie van kade tot kade, een foto van kabelschijven op het uiteinde van een hijssectie en enkele foto’s van een liertrommel, een kabeldoorvoer (van bovenaf bezien) en een bevestigingspunt met een kabeluiteinde.
locking pins. In die vastgezette positie rust het gewicht van het platform op de pinnen en niet langer op de kabels.
Independent Wire Rope Core)met een lengte van ongeveer 130 meter en een doorsnede van 44 of 46 mm [3] . Kabel 7B was opgebouwd uit acht gedraaide buitenstrengen, ieder weer opgebouwd uit 36 draden van gegalvaniseerd staal, met daarbinnen zes (binnenste) strengen van 17 draden om een centrale (midden)streng van 19 draden. Kabel 7B was een kabel met een
regular left lay,in de stukken ook wel aangeduid als ‘links’ of ‘linksgeslagen’
.Onderstaande afbeeldingen uit McLarens’ rapport I illustreren de opbouw van de kabel.
splash zone. Juist in die
splash zoneis het risico op corrosie groot, vanwege de afwisselende blootstelling van de staalkabels aan zuurstof en brak water. Het risico op afslijting (
abrasion) dat is verbonden aan het gebruik (buigbewegingen/
bend cycles) en de daarmee gepaard gaande frictie tussen de draden en strengen is in de gehesen positie juist kleiner dan tijdens op- en neergaande bewegingen.
De normen die golden voor het weer onder klasse brengen van de lift
The interpretation of the Code is the sole responsibility, and at the sole discretion, of LR. Any uncertainty in the meaning of the requirements of the Code is to be referred to LR for clarification.”
Equivalents” luidt:
1.4.1 Recognised International or National Standards for the design of installations will be accepted as equivalent to the Code requirements, provided LR is satisfied in each case that the standard adequately takes into account all the forces resulting from the intended mode of operation. The relevant Standard is to be specified in the submission.
as long as they are found upon examination at the prescribed Surveys to be maintained in accordance with LR's requirements.” Artikel 8.1.2. bepaalt dat de “
Regulations for Classification and Periodical Surveys” uit Deel 1 van “
LR's Rules and Regulations for the Classification of Ships” waar mogelijk op scheepsliften zullen worden toegepast, uitgelegd in verbinding met de specifieke vereisten van hoofdstuk 5 Code LAME.
- Shiplift for service at Rotterdam’.
8.6.1 Periodical Surveys are to be carried out on a 5-yearly Continuous Survey on the basis of the requirements of 8.6.2 to 8.6.13.
1. Scope’. Het inspecteren wordt uitgewerkt in onderdeel 5, het afkeuren in onderdeel 6.
Extent of Inspection’ bepaalt, voor zover relevant:
working length’ plus tenminste vijf wikkelingen om de trommel;
Key areas requiring particular close inspection’.
Inspection Record’ bepaalt dat na iedere inspectie een kabelinspectieverslag moet worden verstrekt.
Inspection following period with crane out of operation’ bepaalt dat indien de kraan (hier: het hijswerktuig) langer dan drie maanden niet is gebruikt, de kabel(s) een periodieke inspectie moet(en) ondergaan voordat zij weer in gebruik worden genomen.
Non-destructive testing’ bepaalt dat niet-destructief testen door elektromagnetische middelen als hulpmiddel naast visuele inspectie mag worden gebruikt om de locaties te vinden waar kabeldelen aan achteruitgang onderhevig kunnen zijn. Indien dergelijke methoden worden beoogd, dient een nulmeting te worden gedaan liefst spoedig na installatie van de kabel.
foreign particles’, en schrijft voor dat de te inspecteren kabeldelen juist vanwege dat onderscheid tevoren moeten worden schoongeveegd. De norm onderscheidt externe corrosie, interne corrosie en ‘
fretting corrosion’.
Wire surface heavily pitted and slack wires’. Voor alles daartussen moet de ernst van de aantasting worden gescoord, ook om de bijdrage aan het gecombineerd effect met andere aantastingen te beoordelen (zie voetnoot b in Tabel 6).
corrosion debris exuding from the valleys between the outer strands’. Als uitzondering mag de inspecteur overgaan tot het onderzoeken van de binnenzijde van de kabel conform de methode van bijlage C. Voetnoot e bij Tabel 6 vermeldt nog: “
Assessment of internal corrosion is subjective; however, if there is any doubt about the seriousness of any internal corrosion, the rope should be discarded.”
fretting corrosion’ bepaalde laat de rechtbank als minder relevant terzijde.
Local increase in rope diameter’ lijkt meest relevant. Indien een kabel met een stalen kern meer dan 5 procent in diameter toeneemt gedurende het gebruik, dan moet dit worden onderzocht en afkeuring moet worden overwogen.
single’) of doorlopende (‘
running’) inspectieverslagen zijn opgenomen. Deze voorzien erin dat de relevante (oorspronkelijke) kenmerken van de kabel worden opgenomen, de toelaatbare waarden voor diameterafname en draadbreuk, de datum van installeren en afdanken, en dan ruimte voor het invullen van de op iedere aan te duiden locatie gemeten en getelde waarden en de beoordeling van corrosie en gecombineerd effect. De voorbeeldformulieren vragen om opgave van de periode dat de kabel in gebruik is geweest en ook om datum van de inspectie, naam en handtekening en de verdere opmerkingen van de inspecteur.
Useful information on rope deterioration and discard criteria’ bij de norm geeft nadere toelichting op onder meer draadbreuk, diameterafname en corrosie. Over corrosie bepaalt onderdeel E.3:
Corrosion occurs particularly in marine and industrial polluted atmospheres and not only reduces the strength of the rope by reducing its metallic cross-sectional area, but also accelerates fatigue by causing an irregular surface from which stress cracking can propagate. Severe corrosion can also cause decreased elasticity of the rope.
De wijze waarop de lift is onderzocht en onder actieve klasse is gebracht
Final Survey Reports, die ook in haar informatiesysteem Class Direct zijn opgeslagen, bevatten over de kabels de volgende informatie.
Special Surveyafgerond. Ieder jaar vond ook een
Annual Surveyplaats, als onderdeel van het lopende meerjarige onderzoek. In 1998 wordt voor wat betreft de kabels alleen een
Annual Surveygerapporteerd. Vanaf 1999 vond een
Continuous Hull Surveyplaats dat in 2001 werd afgerond. Er is geen rapport overgelegd uit 2002. Het rapport uit 2003 vermeldt een ‘
re-instatement of class’ onderzoek. In 2004 start een nieuw
Continuous Hull Survey, en werd de onderhoudsadministratie met goed gevolg gecontroleerd op onder meer de zesmaandelijkse kabelinspectieverslagen van een deskundig bedrijf, op het onderhouds- en vervangingsschema voor de kabels en op de kabelcertificaten
.Een gelijke controle wordt gerapporteerd in 2005 maar daarna niet meer. Voor 2009 ontbreekt een rapport. De rapporten van 2010 tot en met 2015 vermelden een ééndaags bezoek met een
general examinationen handhaving van de
laid-upstatus. In die jaren is alleen visueel geïnspecteerd.
lay-upontbreekt (overtuigende) onderbouwing, zodat de rechtbank daar niet van kan uitgaan.
Survey Reportuit 2006:
Wires examined and measured by specialized company. (…) Examined wires and found indications of corrosion on exposed area’s. Recommended to keep under continuous observation. Suitable memo now imposed (H02).”
Wires at the position of lower sheaves of all winches, under shiplift to be examined at each (AS) annual survey. Found indications of corrosion on wires at the position of the lower sheaves. To be kept under observation.”
Survey Reportuit 2007 is de verwijzing naar corrosie weggelaten en alleen gehandhaafd:
Wires at the position of lower sheaves of all winches, under shiplift to be examined at each (AS) annual survey.”
Survey Reportuit 2008 herhaald met de opmerking dat de kabels zijn onderzocht en in een voldoende conditie zijn bevonden. Tot na 2015 komt de vermelding niet terug.
Rotterdam Devolved Classification Executivekan instemmen met reactivatie op de volgende voorwaarden:
All overdue surveys are to be brought up to date
Continuous Hull Survey, de
Annual Survey, de
Hull Intermediate Survey, de
Annual Classification Surveyen de
Quadrennial Classed Surveyalle
overduezijn en dus moeten worden verricht;
Masterlist Itemsvoor de
Continuous Hull Surveyonder meer alle kabels moeten worden onderzocht, omdat de vijfjaarstermijn waarop deze hadden moeten zijn onderzocht [4] is verstreken, en wel sinds juli 2010 (kabels 6A, 7A, 8A, 6B, 7B, 8B en 9B), juli 2011 (kabels 1A, 3A, 10A, 11A, 1B, 2B, 3B, 10B en 11B) dan wel oktober 2013 (kabels 2A, 2B, 4A, 5A, 4B en 5B).
Chapter 5, Section 8.6.1: Periodical surveys are to be carried out on a 5-yearly Continuous Survey with 20% of surveyable equipment examined every year. The intention is there is a replacement cycle of 5 years for certain equipment on smaller installations. For example, Section 8.6.3 (c) with reference to wire ropes states, 'This will result in a replacement cycle of about 5 years.'
Op de inspectiedagen liep de surveyor alle punten na die te zien waren op zijn manual. Ik heb gezien dat de surveyor van Lloyd's de lierkabels tijdens de inspectiedagen altijd visueel inspecteerde. De surveyor inspecteerde dan ook de kritische plaatsen, zoals aangegeven op de survey status: wires at the position of lower sheaves of all winches, under shiplift. (...)
Op de opnames van de onderzochte gedeelten werden geen afwijkingen waargenomen, echter vanwege het ontbreken van enig referentiemateriaal, vanuit de opdrachtgever noch volgens de procedure, is het niet mogelijk een uitspraak te doen over de toestand van de kabels”.
surveyzijn drie
left laykabels 2A/2 SB, 4A/4 SB en 5B/5 BB uitgenomen en vervangen. De keuze voor juist deze kabels is door LR EMEA gemaakt, al dan niet in overleg met HbR. De uitgenomen kabels zijn niet aan een trektest onderworpen, hoewel dit tevoren wel de bedoeling van HbR en LR EMEA was (zie r.o. 5.55 en 5.60).
load testuitgevoerd waarbij de scheepslift is belast met een last van 3.400 ton, 300 ton boven de ontwerplast.
Interim Certificate-
Provisional Issue’.
having been found in compliance with the Regulations for the Code for Lifting Appliances in a Marine Environment, the aforesaid Mechanical Lift Dock with the design characteristics stated below has been assigned the classMechanical lift dock for service at Rotterdam”.
Final Survey Reportlegt LR EMEA onder meer vast:
- dat de CSH, AS, LAQS, LAAS gelijktijdig zijn verricht met bevredigend resultaat,
- dat “
- dat de lieren en lierkabels in bedrijf zijn gecontroleerd en aan het einde van het onderzoek in orde zijn bevonden,
- dat de onderhoudsadministratie is nagezien op onder meer het kabelinspectierapport van een gespecialiseerd bedrijf en op het onderhouds- en vervangingsschema voor de kabels,
- dat er vijf
De visies van de deskundigen over de toedracht van het incident
valley breaks) die moeilijk waarneembaar zouden zijn geweest voorafgaand aan het ongeval. Verreet heeft trektesten uitgevoerd op draden uit beide kabeldelen, en per kabeldeel de gemiddelde waarden doorgerekend tot de trekkracht voor de kabel als geheel. Zijn conclusie is dat het trommelkabeldeel zijn trekkracht volledig had behouden, maar het reefsysteemkabeldeel nog slechts over 53,9 procent van de beoogde trekkracht beschikte. De verzwakking was het sterkst in de buitenste strengen van de kabel, bijna even groot in de binnenstrengen en duidelijk minder in de centrale streng. Op de buitenste draden was alle zink verdwenen.
- dat de kabel is gebroken op twee posities, op 21,75 meter (breuk A) en 20,8 meter (breuk B) van het oog aan het uiteinde van de kabel,
- dat de breukposities zich tussen kabelschijven 2 en 3 bevonden ten tijde van de breuk, toen het platform zich 3568 mm onder het kadeniveau bevond,
- dat de breukposities zich op kabelschijf 5 zouden bevinden wanneer het platform op kadeniveau was gehesen,
- dat zij drie kabeldelen heeft onderzocht: een intact deel, een deel met de breuk aan de lierzijde en een deel met een breuk aan de oogzijde,
- dat het intacte deel een diameter van 46 mm heeft, aan de buitenzijde geen noemenswaardige beschadigingen toont, vol zit met vet, en dat microscopisch onderzoek van een doorsnede een intacte zinklaag vertoont en geen corrosie,
- dat de gebroken kabeldelen een diameter van 42 (breuk A) respectievelijk 43 mm (breuk B) hebben en in het gebied rond de breuken tot ongeveer 70 cm aan beide zijden ernstige corrosieaantasting vertonen van vooral de buitenste draden met een beperkter aantasting van de binnenste draden,
- dat de aantasting het ernstigst is op een kleiner gebied rond de breuken, ter plaatse van de contactpunten tussen de strengen, waar de draaddikte sterk is afgenomen en veel draden zijn gebroken (zgn.
- dat bij breukpositie A de kern en 4 strengen volledig zijn gebroken, maar ook de andere strengen gebroken draden vertonen,
- dat bij breukpositie B de andere 4 strengen zijn gebroken, met ook draadbreuk in de andere strengen en de kern,
- dat in het kleinere gebied rond de breuken naast vrijwel volledig doorgecorrodeerde draden ook een beperkt aantal draden met overbelastingsbreuken is aangetroffen, bij één streng is dit vastgesteld op circa 25 procent van de breuken,
- dat volgens MMT de kabelbreuk is veroorzaakt door corrosie waardoor de kabel zodanig was verzwakt dat de resterende draden door overbelasting zijn gebroken.
Aan de hand van de procesregistratie in het bedieningshuis, is vast komen te staan dat, tijdens het incident, de maximaal toelaatbare belasting van de afzonderlijke 22 staalkabels niet is overschreden.
load celluitlezing de belasting op lierkabel 7B 232 ton bedroeg acht zij oorzaak 1 niet aannemelijk.
splash zone’ een notoire oorzaak is van corrosie en dat op die locatie ook de ernstigste aantasting van de zinklaag is te verwachten. Volgens McLarens is de locatie van de kabelbreuk, te weten het deel van de kabel dat zich in de ‘
splash zone’ bevond wanneer de lift zich in zijn rustpositie bevond, “
volledig in overeenstemming met hetgeen kan worden verwacht op basis van de omstandigheden waaronder de kabels worden gebruikt”.
In de basis dient elke kabel over de gehele lengte te worden geïnspecteerd. Indien het een langere lengte kabel betreft dient ten minste de werklengte met daarbij vijf wikkelingen op de trommel geïnspecteerd te worden. Tijdens de inspectie vereist een aantal delen van de kabel en installatie bijzondere aandacht. Voor de onderhavige scheepslift zijn dat in ieder geval de volgende kabelsegmenten:
Dat voorafgaand aan het incident met de scheepslift circa 20 dokkingen succesvol hebben plaatsgevonden bewijst dat het kabelpart ter plaatse van de bewuste breuklocatie aanvankelijk nog voldeed. In die periode moet de conditie als gevolg van het intensieve gebruik steeds verder zijn aangetast.”
Chapter 5, Section 8.6.1: Periodical surveys are to be carried out on a 5-yearly Continuous Survey with 20% of surveyable equipment examined every year. Theintentionis there is a replacement cycle of 5 years for certain equipment on smaller installations. For example, Section 8.6.3 (c) with reference to wire ropes states, ‘This will result in a replacement cycle of about 5 years.’
load cellsvan de lieren, het gewicht van al hetgeen de lieren belastte, de maximale belastbaarheid van de lieren en de geluiden op de video-opname van het incident tot nieuwe inzichten. Zij ziet aanwijzingen dat onmiddellijk voorafgaande aan het incident sprake moet zijn geweest van een instabiele situatie. Zij acht het aannemelijk dat tenminste één van de dokstoelen werd overbelast. Zij acht het mogelijk dat de kabelbreuk is ingeleid door een instabiele situatie van het samenstel van dokstoelen en sleepboot, hetgeen tot een schokbelasting op de lift leidde waardoor kabel 7B is gebroken. Na het bezwijken van de dokstoelen viel het schip op de platformsecties. De geluidspieken op de audio tonen pas bij de laatste geluidspiek het gebroken kabeluiteinde dat uit de lier schiet, hetgeen aantoont dat pas op dat moment de kabel doorbrak, aldus -sterk samengevat - McLarens.
load testin 2016 werd gedaan. Hij beredeneert dat de afkeurcriteria voor kabels gegeven in ISO 4309:2010 hoe dan ook in 2016 al waren overschreden voor kabel 7B, gelet op de corrosie op het uiteindelijk gebroken stuk en het aantal draadbreuken. Zowel het aantal draadbreuken als de corrosie op het slechtste stuk leverde onder ISO 4309:2010 het predikaat ‘
100% severity’ op en was dus zelfstandig reden voor onmiddellijke afkeuring. Dit zou aan het licht zijn gekomen als een trektest van het bewuste kabeldeel of magnetisch niet-destructief onderzoek van de hele kabellengte was uitgevoerd.
severity rating’ opleverden. De laatste diametermeting vond plaats in 2015. In 2016 heeft LR EMEA de kabels visueel geïnspecteerd maar geen corrosie of reden tot zorg waargenomen. Trektesten uit het verleden op kabels van (toen) vergelijkbare ouderdom waren steeds bevredigend. Er bestond dus in 2016 geen reden te twijfelen aan de conditie van kabel 7B, aldus McLarens. Dat het rapport van MMT uitwijst dat ter plaatse van de breuk sprake was van ernstige corrosie maakt dat niet anders. Het in corrosie gespecialiseerde onderzoeksbedrijf Endures B.V. heeft, uitgaande van de hoogste corrosiesnelheid in brak water, bepaald dat vooral de buitenste draden de hoogste corrosiesnelheid hebben ondervonden en op basis van verschillende conservatieve aannames doorgerekend dat onderzoek aan de (vernieuwde) kabel 7B in 2016 niet tot afkeuring van die kabel zou hebben geleid. De corrosie kan dus in 2016 een aanvang hebben genomen en door het gebrek aan tussentijdse inspecties en het tekort schietende onderhoud door DHR is gemist hoe deze voortschreed.
load cellmetingen. Die instabiliteit kan hebben gezorgd voor het kantelen van de dokstoelen, en dat kantelen past bij het door Doldrums beschreven schadebeeld dat enkele dokstoelen in meer- of mindere mate zijn vervormd en plaatselijk zijn ingezet.
line pullis volgens McLarens achterhaald door de tussentijdse vernieuwing die uit de gevonden archiefstukken blijkt en het feit dat de kabel na vernieuwing nauwelijks is gebruikt. Volgens Endures kan de kabel in de periode vanaf 2016 door progressieve corrosie achteruit zijn gegaan van ruim voldoende (hoger dan 90%) tot onvoldoende (lager dan 40 %).
De lezing van de rechtbank over de toedracht van het incident
4 en 3 zijn een beetje schuin, en 1 en 2 zijn gewoon… weg”. Dat hij over de dokstoelen spreekt is ter zitting door [naam 2] bevestigd en niet weersproken. Gelet op de beelden en die mededeling kunnen de tekeningen, waarop de eerste en vierde dokstoel na het ongeval schuin onder het schip staan terwijl de tweede en de derde dokstoel nog rechtop staan, niet juist zijn.
splash zone(‘
platform in up position’, links afgebeeld) - en waar de twee breuklocaties zich bevonden ten tijde van het incident (‘
breaking moment’, rechts afgebeeld).
dipping point’ genoemd.
dipping point’ over ongeveer 2 meter - net als kabel 4B (zie r.o. 5.65) en kabel 3B (zie r.o. 5.70) door corrosie was aangetast.
load celluitlezing (een belasting op lierkabel 7B van 232 ton) overbelasting van de kabel destijds niet aannemelijk:
De combinatie van het gewicht van het schip verspreid over de drie platforms gaf volgens de load cell-uitlezing een belasting op lier 7B van 232 ton. Verdeeld over de zes parten (drie kabelschijven) is een situatie van overbelasting daarmee niet aannemelijk.”
load celluitlezing niet voldoende uitgewerkt en onderbouwd.
load cell, de grijze lijn) en de (verticale) positie van de scheepslift (zoals gemeten met de meettrommel, de blauwe lijn). De belasting is stabiel rond 232 ton en daalt dan ten tijde van het incident plotseling tot nul. De positie van het liftplatform, daalt gestaag tot ongeveer -3600 mm en schiet kort voor het geheel falen van de kabel omlaag naar omstreeks -5300 mm en klimt dan met
upsen
downsterug naar ongeveer -4400 mm. Zie hieronder:
load cellaangeeft dat de belasting op de kabel volledig wegvalt. Ook doorziet de rechtbank niet hoe de meettrommel kan hebben geregistreerd dat het zware stalen hijsdeel 7-8 bijna twee meter omlaag valt en dan, ondanks het doorbreken van kabel 7B, weer een meter omhoog komt. De rechtbank doorziet evenmin hoe het door deze gegevens gewekte beeld zich verhoudt tot het blokkerende mechanisme van de synchrolift. De rechtbank is echter, bij gebreke van voldoende uitleg over hoe de meettrommel precies functioneert en over in hoeverre het ongeval de werking van de meettrommel heeft kunnen beïnvloeden, niet in staat om hieraan conclusies te verbinden.
load cellgegevens van de lieren volgt dat er voorafgaand aan het breken van kabel 7B een instabiliteit op het platform was. Uit de tijdnoteringen volgt dat de
load cellsiedere 24 seconden registreerden hoe zwaar iedere lierkabel werd belast.
Aen 6B tijdens het neerlaten van het platform - maar duidelijk voor het incident - steeds minder werden belast en twee kabels 5A en 5B steeds zwaarder.
Grafiek 1: belastingen per kabel gedurende het
LR EMEA moest inspecteren en keuren onder strikte toepassing van de Code LAME in verbinding met ISO 4309:2010
lay-upspecifieke regels bevat, zodat de rechtbank aanneemt dat de regels op dit punt een lacune bevatten. De
Rotterdam Devolved Classification Executivevan LR EMEA heeft deze lacune gevuld, zoals toegelaten door artikel 1.1.9 Code LAME, door de voorwaarden te bepalen waaronder voor de scheepslift weer een ‘actief’ klassecertificaat kon worden afgegeven (zie r.o. 5.46). Conform die voorwaarden kwamen LR EMEA en HbR overeen dat LR EMEA (onder meer) een
Continuous Hull Survey,een
Annual Survey,een
Lifting Appliance Quadrennial Surveyen een
Lifting Appliance Annual Surveyzou verrichten en dat HbR alle uit dat onderzoek voortkomende nadere voorwaarden van LR EMEA voor goedkeuring van de scheepslift moest opvolgen.
lifting appliance’ dient te worden onderworpen, volgens welke methoden en naar welke maatstaven. Op punten verwijst de Code LAME voor de beoordeling van kabels naar ISO 4309:2010. Beide normen dienen de veiligheid: die van de gekeurde (hijs)installatie, die van de personen die ermee zullen werken en die van de zaken die ermee worden gehesen. Door de voorschriften voor inspecteren, preventief vervangen, testen en (af)keuren te volgen, zoals weergegeven in onderdeel (ii) hierboven, kan de door de norm beoogde en voldoende geachte mate van zekerheid worden verkregen dat de installatie veilig kan worden gebruikt.
LR’, niet ‘
the Surveyor’ die het onderzoek uitvoert - in geval van onduidelijkheid over de eisen gesteld in de Code LAME. Artikel 1.1.9 bepaalt niet dat een inspecteur zelf mag kiezen welke regels hij in een concreet geval toepast, en hoe. Artikel 1.1.9 Code LAME kan niet rechtvaardigen dat een op zich toepasselijke en heldere veiligheidsnorm wordt versoepeld of buiten toepassing wordt gelaten.
Equivalents’.
ontwerpvan installaties als equivalent aan de eisen van de Code LAME zullen worden aanvaard, mits ‘LR’ ervan overtuigd is dat met alle uit de beoogde wijze van gebruik van de installatie resulterende krachten rekening is gehouden.
components or fittings’. Het ‘
components’ verstaat de rechtbank als ‘onderdelen/samenstellende delen’ en het ‘
fittings’ verstaat de rechtbank als ‘kleinere (montage)onderdelen’ en/of ‘de wijze waarop de (onder)delen zijn samengesteld of gemonteerd’.
Alternative arrangements or fittings which are considered to be equivalent to the requirements of this Code will be accepted.”. Gelet op de samenhang met 1.4.1 en 1.4.2, die op ontwerp en de (technische) inrichting van de te keuren installatie zien, en op de term ‘
fittings’, die in de onmiddellijk voorafgaande bepaling wordt gebruikt voor technische aspecten van de installatie, ligt zeer voor de hand dat met ‘
alternative arrangements or fittings’ in artikel 1.4.3 wederom de inrichting van de installatie betreft. Voor de door LR EMEA gegeven uitleg dat dit artikel toelaat dat zij andere dan de in de Code LAME voorgeschreven onderzoeken mag doen en andere (af)keuringsmaatstaven mag aanleggen, mits deze in haar visie c.q. die van de individuele inspecteur equivalent zijn aan de Code LAME, ziet de rechtbank geen enkele basis. Voor deze uitleg geeft ook artikel 1.1.9 Code LAME geen speelruimte (zie r.o. 5.112).
LR EMEA had bij het inspecteren en keuren een zorgplicht jegens DHR
Final Survey Report: “
New managers will hire mechanical lift from present owners for period of time” en de rechtstreekse toezending aan DHR van het voorlopige klassecertificaat (zie 3.23 en 5.62). DHR was bepaald geen voor LR EMEA onbekende derde, die pas achteraf en voor LR EMEA onvoorzienbaar is gaan vertrouwen op een reeds door LR EMEA afgegeven klassecertificaat zoals LR EMEA her en der suggereert.
LR EMEA heeft een certificaat afgegeven terwijl de Code LAME dit niet toeliet
Continuous Hull Surveynormaal gesproken bestaat uit een reeks van vijf
Periodical Surveys [9] ;
working length, hetgeen de rechtbank verstaat als: het deel dat bij het exploiteren van de installatie wordt belast, hier in ieder geval het deel dat vanaf de platformsecties over de lierschijven naar de trommel loopt [12] ;
Periodical Surveyvan de scheepslift (een installatie met meer dan 20 hijseenheden) tenminste vier kabels per jaar moesten worden vervangen en dat de uitgenomen kabels aan een trektest moesten worden onderworpen, opdat op grond van de trektestresultaten kon worden beoordeeld of (meer van) de resterende kabels moesten worden getest en vervangen [13] ;
Periodical Surveysworden vervangen, op een tempo bepaald door slijtage, chemische inwerking, corrosie of andere vormen van achteruitgang relevant voor de betrokken installatie, doorgaans in een cyclus van vijf jaar voor kleinere en tien jaar voor grotere installaties [14] ;
Masterlist Itemsbleek dat alle kabels iedere vijf jaar hadden moeten zijn geïnspecteerd maar dat al die inspectietermijnen waren verlopen [16] ;
Annual Surveyswaarbij ook niet-destructief onderzoek plaatsvindt
- i) alle kabels volledig visueel moeten worden onderzocht op gebroken draden,
- ii) in een evenwichtig gespreid roterend schema (in dit geval vier kabels maar) nooit minder dan 10 procent van het totaal aantal kabels niet-destructief moet worden onderzocht over de gehele lengte, en
- iii) ieder jaar één van de niet-destructief onderzochte kabels aan een trektest wordt onderworpen om de resultaten van het niet-destructieve onderzoek te verifiëren
lay-upin exploitatie was gebleven en de Code LAME was nageleefd, iedere lierkabel tenminste om de vijf jaar in een roterend schema zou zijn gecontroleerd en dat ieder jaar minimaal vier kabels zouden zijn vervangen.
lay-upwaarin de scheepslift c.q. de kabels gedurende de jaren in
lay-upin veel mindere mate aan achteruitgang blootstond(en). Daardoor was vervanging van alle kabels niet noodzakelijk en kon volgens LR EMEA worden volstaan met beperktere vervanging in combinatie met onderzoek en trektesten.
lay-upgeen specifieke regels en heeft de
Rotterdam Devolved Classification Executivevan LR EMEA op 18 februari 2016 bepaald welke onderzoeken nodig waren om tot reactivatie te kunnen komen (zie r.o. 5.46). Uit dat schrijven bleek niets concreets over de vervanging van kabels.
lay-upaanzienlijk minder aan (onder meer) corrosie onderhevig was geweest, omdat de lift niet of nauwelijks bewoog. Of deze veronderstelling juist was, nu zoals DHR aanvoert de lagere lierschijven zich gedurende de
lay-upsteevast in de corrosiebevorderende
splash zonebevonden en eenmaal ontstane corrosie zich progressief voortzet (vgl. 5.37 en 5.41), kan de rechtbank onbesproken laten. Het nog verder reikende standpunt van LR EMEA dat met de in 2016 uitgevoerde
surveysals het ware een
survey resethad plaatsgevonden, waardoor kon worden gehandeld alsof de scheepslift aan een nieuwe
surveycyclus begon alsof de scheepslift voor het eerst was gecertificeerd, acht de rechtbank echter vanwege de ouderdom van de lift, het achterwege laten van een
Special Surveyen de op punten (te) beperkte reikwijdte van het onderzoek niet houdbaar.
Annual Surveyvereiste. Nu specifiek als eis was gesteld en met HbR was overeengekomen dat (onder veel meer) een
Annual Surveymoest worden verricht, mocht LR EMEA in ieder geval niet minder of anders onderzoeken dan voor een
Annual Surveywas voorgeschreven. En erger nog, hetgeen uiteindelijk feitelijk aan onderzoek is verricht voldeed zelfs niet aan de door LR EMEA aldus ontoelaatbaar verlaagde maatstaf. Desondanks gaf LR EMEA een klassecertificaat af.
Annual Surveysvereist de Code LAME eenduidig dat minimaal vier kabels worden uitgenomen (zie r.o. 5.25). Door een kabel minder te vervangen, kon LR EMEA niet meer de door de norm beoogde en voldoende geachte mate van zekerheid verkrijgen dat de installatie veilig kon worden gebruikt. Daarmee stelde ze HbR en DHR aan meer risico bloot dan zij bij toepassing van de Code LAME hoefden te verwachten. In het midden kan blijven of vier kabels onder de omstandigheden van dit geval überhaupt voldoende mocht worden geacht.
Masterlist Itemshet meest recent waren geïnspecteerd. Logisch zou zijn geweest om te kiezen uit de zeven kabels waarvan niet bekend was of ze ooit waren vervangen en/of de vier kabels waarvan certificaatgegevens ontbraken (zie r.o. 5.41 en 5.43). Aan die kabels was immers in beginsel het grootste risico respectievelijk de grootste onzekerheid verbonden. Kabel 7B viel in beide categorieën.
Annual Surveysvoor - wanneer visueel én niet-destructief onderzoek wordt verricht - dat de uitgenomen kabels over de volle lengte niet-destructief moeten worden onderzocht. Dit hangt samen met de regel dat bij bevredigend niet-destructief onderzoek over de volle lengte van vier kabels niet vier maar slechts één kabel behoeft te worden stukgetrokken ter verificatie van de onderzoeksbevindingen. Deze regels zijn helder en laten geen ruimte voor afwijking.
surveyorde onderzoeksresultaten daadwerkelijk gebruikt om zijn oordeel te vormen over de veiligheid van het geïnspecteerde. LR EMEA mocht zonder correct onderzoek met bevredigende uitkomsten niet voortdoen richting afgifte van het certificaat, omdat zij niet kon weten of zij voor die afgifte voldoende basis had.
load testhad doorstaan. Die visie strookt niet met de eenduidige bewoordingen van de artikelen 8.6.3 en 8.6.4 en ook overigens biedt de Code LAME daarvoor geen steun.
in compliance’was met de voorschriften van de Code LAME (zie 3.24).
post lay-upsituatie met veel onbekende grootheden en risicofactoren, waarin noch haar opdrachtgever noch de beoogde nieuwe exploitant eigen kennis van of ervaring met de te keuren scheepslift had, liet LR EMEA minder dan het volgens haar eigen norm laagst verdedigbare aantal kabels preventief vervangen en minder dan het minimaal voorgeschreven onderzoek aan de kabels verrichten, terwijl zij niets heeft gedaan met de onbevredigende resultaten van het niet-destructieve onderzoek. Dit alles levert een ernstige veronachtzaming van de zorgplicht jegens DHR op en is dus jegens haar onrechtmatig. Voor de schade die DHR daardoor lijdt is LR EMEA aansprakelijk, tenzij bijzondere omstandigheden reden geven om daar anders over te oordelen.
De verweren tegen de onrechtmatigheid en aansprakelijkheid falen
endorsed, zie 3.24). Klassecertificaten hebben een beperkte geldigheidsduur en/of endosseringseisen om te bewerkstelligen dat in de maritieme sector veiligheidskeuringen met regelmaat blijven plaatsvinden, opdat potentieel onveilige situaties tijdig worden gesignaleerd en de verwezenlijking van het daaraan verbonden gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het verstrijken van de beperkte geldigheidsduur van een klassecertificaat heeft geen invloed op eerder gemaakte fouten of de daaraan te verbinden consequenties.
Schade en causaal verband, het beroep op eigen schuld
moetenzijn na deugdelijk onderzoek in 2016 in april 2018 door onvoldoende onderhoud gebrekkig hadden kunnen raken. De rechtbank ziet ook in de stukken van deskundigen geen aanleiding om dit laatste te vermoeden. Dat de in 2016 nieuw aangebrachte kabels in deplorabele staat verkeerden in april 2018, en dat dit dan kwam door gebrekkig onderhoud, komt uit de stukken niet naar voren.
Vordering (i) - de omvang van de schade
Vorderingen (ii) en (iii): de bedrijfsschade
Vordering (iv): vergoeding van de schade voortvloeiend uit de vrijwaringsafspraak met HbR
Gebruiker vrijwaart HbR tegen alle aanspraken van derden, die, uit welke hoofde dan ook, schade stellen te hebben geleden in verband met het gebruik van de Scheepslift.”
Vordering (v): andere door de rechtbank te geven beslissingen
Proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad
€ 178,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)+
0,5 punt +
LR EMEA was geen hulppersoon van HbR
HbR is haar verplichtingen met betrekking tot het certificaat nagekomen
HbR hoefde er niet voor in te staan dat de lift veilig kon worden gebruikt
De Onroerende Zaak wordt door de Gebruiker aanvaard in de staat waarin deze zich bevindt bij het ondertekenen van de Akte dan wel bij de aflevering van de Onroerende Zaak indien dit eerder is."
Artikel 11. Staat en wijze van opleverinq van de Scheepslift/de Voorziening
Ondergetekenden verklaren hierbij dat schouw van de Scheepslift op 7 juni 2016 heeft plaatsgevonden en dat het terrein en de Scheepslift is goedgekeurd (situatie as-is) en derhalve is overgedragen behoudens geconstateerde restpunten.
Het verwijt over de wettelijke vereisten faalt
Wesentlichte Veränderung von Maschinen’, die blijkens de ‘Werkinstructie beoordelen van gewijzigde machines’ van het (Nederlandse) Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afkomstig is van de Duitse toezichthouder en binnen de Europese Unie breed wordt gedragen. Op die notitie steunde deze rechtbank ook in een bestuursrechtelijke uitspraak van 16 februari 2024 [24] :
Onder “substantiële wijziging” wordt verstaan: niet door de fabrikant voorziene of geplande wijziging van een machine of verwant product met fysieke of digitale middelen nadat die machine of dat verwante product in de handel is gebracht of in bedrijf is gesteld, die gevolgen heeft voor de veiligheid van die machine of dat verwante product, door een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te vergroten, zodat het volgende vereist is:
as is’ (maar voorzien van een klassecertificaat) zou worden opgeleverd.
Conclusie ten aanzien van HbR
€ 278,00(plus de verhoging vermeld in de beslissing)+
0,5 punt +
Vordering I: verklaring voor recht ook ten aanzien van betalingen aan derden
Gebruiker vrijwaart HbR tegen alle aanspraken van derden, die, uit welke hoofde dan ook, schade stellen te hebben geleden in verband met het gebruik van de Scheepslift.”
De Gebruiker is aansprakelijk voor elke schade aan de Onroerende Zaak en de Bebouwing, ongeacht door welke oorzaak deze is ontstaan.”
Uitdrukkelijk wordt bepaald dat de aansprakelijkheid van de Gebruiker als vermeld in artikel 25.1 van de Algemene Bepalingen eveneens van toepassing is op de Scheepslift.”
Vordering II (a): schade aan de scheepslift
Vordering II (b): huurachterstand
De huurder heeft geen aanspraak op huurvermindering terzake van gebreken (...) voor het ontstaan waarvan hij jegens de verhuurder aansprakelijk is.”) in dit geval niet de door HbR gestelde consequenties toekomen.
Vordering II (c): expertisekosten
rb.) is genomen. Als grondslag voor deze vordering noemt HbR artikel 6:96 BW Pro. Zij heeft de facturen van de experts overgelegd. Een deel van de facturen is voldaan door de verzekeraars van HbR, die aan HbR last hebben gegeven om in eigen naam regres te zoeken voor deze kosten, aldus HbR.
Vordering II (d): proceskosten
€ 4.377,50+ (2,5 punten × 0,5 x tarief VII € 3.502,00)
0,5 punt +