Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Financiën, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2006 en 1 juni 2021. De notariële akte die eiseres heeft laten opmaken, is later opgemaakt. Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Voor toepassing van de hardheidsclausule heeft verweerder geen aanleiding gezien. Ten aanzien van de door eiseres genoemde hypotheekschuld van € 5.500,- aan Nationale Nederlanden heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat deze schuld niet voorkwam op de ingediende schuldenoverzichten, daarom terecht niet in het primaire besluit is beoordeeld en dus buiten de reikwijdte van dit beroep valt. De schuld kon nog tot 1 januari 2024 worden ingediend. Dat heeft eiseres niet gedaan, dus nu is zij daarmee te laat, aldus verweerder.
1 juni 2021 behoort tot de kern van de regeling van het overnemen van private schulden. De wetgever heeft er bij de totstandkoming van deze regeling bewust voor gekozen dat schulden van gedupeerde ouders niet kunnen worden overgenomen als die schulden niet voor 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden. [5]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
4 februari 2026.