De werknemer, werkzaam als Shift Manager bij een bedrijf dat gevaarlijke stoffen opslaat, werd op 19 november 2025 op non-actief gesteld vanwege vermeend onvoldoende veiligheidsbewustzijn. Hij vorderde in kort geding zijn terugkeer op de werkvloer en het hervatten van zijn voorzitterschap van de Gezamenlijke Ondernemingsraad (GOR).
De werkgever stelde dat de non-actiefstelling noodzakelijk was vanwege een veiligheidsrisico in het kader van de Seveso-status van het bedrijf. De kantonrechter oordeelde echter dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er zwaarwegende omstandigheden waren die de non-actiefstelling rechtvaardigden. Er was geen concreet bewijs van een acuut veiligheidsrisico en het voortraject was onvoldoende zorgvuldig, omdat gesprekken over functioneren en waarschuwingen ontbraken.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever om de werknemer binnen 48 uur toe te laten tot zijn werkzaamheden en zijn voorzitterschap van de GOR ongehinderd te laten uitvoeren. Tevens werd een rectificatie opgelegd over onjuiste interne communicatie en werden dwangsommen vastgesteld om naleving af te dwingen. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.