Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Procedure
- De officier van justitie, mr. L. Visser;
- De opgeëiste persoon alsmede zijn raadsman, mr. D. Gürses, advocaat te Utrecht.
2.Verzoek
- opzettelijk doden met voorbedachten rade, strafbaar gesteld in artikel 82 lid 1 sub a van Pro het Turkse Wetboek van Strafrecht met nummer 5237;
- poging tot opzettelijk doden met voorbedachten rade, strafbaar gesteld in artikel 35 lid 1 jo Pro artikel 82 lid 1 sub a van Pro het Turkse Wetboek van Strafrecht met nummer 5237, tweemaal gepleegd;
- het in strijd met de Turkse Wet nummer 6136 kopen, dragen of bezitten van vuurwapens of de daarbij behorende munitie, strafbaar gesteld in artikel 13 van Pro de Turkse Wet nummer 6136.
3.Toepasselijk verdrag
4.Identiteit van de opgeëiste persoon
5.Genoegzaamheid van de stukken
6.Inhoudelijke beoordeling en bespreking verweer
- moord, strafbaar gesteld bij artikel 289 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- poging tot moord, strafbaar gesteld bij artikel 289 van Pro het Wetboek van Strafrecht in verbinding met artikel 45 van Pro het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;
- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
dreigende(flagrante) schending van de artikelen 6 en 3 EVRM.
dreigendeinbreuk op zijn fundamentele rechten als bedoeld in onder meer de artikel 6 EVRM Pro in beginsel voorbehouden aan de Minister, tenzij vast staat dat tegen een vastgestelde
dreigende flagranteschending van artikel 6 EVRM Pro geen effectief rechtsmiddel ten dienste staat zoals bedoeld in artikel 13 EVRM Pro. In dat geval is het de uitleveringsrechter die de verzochte uitlevering ontoelaatbaar dient te verklaren.
flagrante inbreukop enig hem ingevolge artikel 6 EVRM Pro toegekend recht is daarom onvoldoende onderbouwd.
7.Slotsom
8.Advies aan de Minister
9.Toepasselijke artikelen
10.Beslissing
toelaatbaarde uitlevering aan Turkije van
[verdachte],geboren