ECLI:NL:RBROT:2026:1551

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
ROT 24/6927
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 2.7 Wet hersteloperatie toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen besluit Dienst Toeslagen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen waarin haar compensatie op grond van de Catshuisregeling werd afgewezen. Na kennisname van het verweerschrift heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen, hetgeen een voorwaarde is voor toewijzing van proceskosten.

De rechtbank constateert dat verweerder met besluiten van 10 mei 2023, 25 juni 2024 en 13 augustus 2024 heeft vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor compensatie of herstelregeling. Er is geen sprake van enige tegemoetkoming aan verzoekster in het beroep. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding.

Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verweerder niet aan het beroep is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/6927

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. C.H. Bijvank),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [persoon A] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van verweerder van 25 juni 2024 (het bestreden besluit). Zij heeft het beroep ingetrokken, nadat zij kennis heeft genomen van het verweerschrift van verweerder van 12 september 2024. Verzoekster is het met verweerder eens dat het belang van de procedure inmiddels is komen te vervallen, maar stelt dat er ten tijde van de indiening van het beroepschrift wel een procesbelang aanwezig was.
1.1.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenvergoeding. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 12 juli 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Met dit besluit heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 10 mei 2023 ongegrond verklaard. Met het besluit van 10 mei 2023 heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster op basis van de zogenoemde lichte toets niet in aanmerking komt voor een compensatie van € 30.000,- op grond van de Catshuisregeling (zie artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen, Wht).
4.2.
Met het besluit van 13 augustus 2024 heeft verweerder een besluit genomen over de integrale beoordeling. Met dit besluit heeft verweerder besloten dat verzoekster niet in aanmerking komt voor een herstelregeling in de zin van de Wht.
4.3.
Uit het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet volgen dat verweerder op enigerlei wijze aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen is gekomen. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond daarom af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Hage, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).