Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:1634

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
12029206 VV EXPL 25-795
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens vervalste betaalbewijzen en huurachterstand

In deze kortgedingprocedure vordert eiser tot ontruiming van een woning te Rotterdam, omdat de huurder betaalbewijzen heeft vervalst en geen huur heeft betaald. De huurovereenkomst is op 21 november 2025 aangegaan, waarbij een waarborgsom en maandhuur voldaan moesten worden. De betaalbewijzen bleken echter niet authentiek en de bedragen zijn niet ontvangen.

De huurder heeft vanaf het begin geen enkele huurbetaling verricht, waardoor een huurachterstand van €6.999,- is ontstaan, exclusief de onbetaalde waarborgsom van €5.300,-. Ondanks pogingen van eiser om te onderzoeken of minderjarige kinderen in de woning verblijven, is dit niet aannemelijk gebleken.

De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en wijst daarom de ontruimingsvordering toe. Tevens wordt de huurder veroordeeld om binnen vijf werkdagen een inspectie van de woning toe te staan. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning wegens vervalste betaalbewijzen en huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12029206 VV EXPL 25-795
datum uitspraak: 26 januari 2026 (bij vervroeging)
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van

1..[eiser] ,

2. [eiseres]
woonplaats: Rotterdam ,
eisers,
vertegenwoordigd door: dhr. [persoon A] (Stichting bestrijding woonfraude en hennepteelt),
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] c.s.’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 8 januari 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 23 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met de heer [persoon B] (verhuurmakelaar Riva Rentals B.V.) en de heer [persoon A] die namens [eiser] c.s. zijn verschenen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiser] c.s. volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
2.2.
Partijen zijn op 21 november 2025 een huurovereenkomst aangegaan voor de woning en parkeerplaats aan de [adres] in Rotterdam. Bij aanvang van de huurovereenkomst diende [gedaagde] een waarborgsom van € 5.300,- en de maandhuur voor de maand maart aan [eiser] c.s. te betalen. [gedaagde] heeft voor deze twee bedragen betaalbewijzen naar de beheerder Riva Rentals B.V. gestuurd, maar de bedragen zijn nooit ontvangen. [eiser] c.s. hebben deze betaalbewijzen daarom laten onderzoeken door onderzoeksbureau Jacobs, die heeft geconstateerd dat de betaalbewijzen door [naam grafisch bedrijf] zijn gemaakt en niet zoals gebruikelijk bij banken in PDF. Vervolgens hebben [eiser] c.s. hierover contact opgenomen met Europabank, die bij e-mail van 30 december 2025 heeft bevestigd dat de betaalbewijzen
“effectief vervalst”zijn.
2.3.
Daar komt nog bij dat vanaf de aanvang van de huurovereenkomst door [gedaagde] geen enkele huurbetaling is gedaan en inmiddels sprake is van een huurachterstand van € 6.999,- berekend tot en met de maand januari 2026. Daar komt de onbetaalde zekerheidsstelling/waarborgsom zoals hierboven genoemd van in totaal € 5.300,- nog bij.
2.4.
[eiser] c.s. hebben voldoende inspanningen verricht om te onderzoeken of in de woning minderjarige kinderen wonen. Hoewel de vriend van [gedaagde] geregeld op bezoek komt met zijn minderjarige kind, zijn er volgens [eiser] c.s. geen aanwijzingen dat de vriend met zijn minderjarige kind in de woning wonen.
2.5.
Gelet op het voorgaande is het voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding van de huurovereenkomst en om [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen.
2.6.
Ook wijst de kantonrechter de vordering van [eiser] c.s. om [gedaagde] te veroordelen om binnen vijf dagen na de zitting een inspectie in de woning toe te staan toe, omdat die niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro). De termijn waarbinnen de inspectie moet worden toegestaan wordt vastgesteld op vijf werkdagen na de datum van dit vonnis.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] c.s. moet betalen op € 153,87 aan dagvaardingskosten, € 90,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 921,87. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] c.s. dat eisen (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] te Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser] c.s. te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf werkdagen na de datum van dit vonnis een inspectie aan de woning toe te staan;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] c.s. worden begroot op € 921,87;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
37555