ECLI:NL:RBROT:2026:1642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen last onder dwangsom en invorderingsbesluit wegens onvoldoende bewijs overtreding campingstandplaatsen
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee een last onder dwangsom opgelegd wegens het vermeende gelijktijdig in gebruik hebben van meer dan 45 standplaatsen op een camping. Tevens werd een invorderingsbesluit genomen om de verbeurde dwangsom te innen. Eiser betwistte deze besluiten en stelde dat er geen overtreding was omdat niet meer dan 45 standplaatsen gelijktijdig in gebruik waren.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om vast te stellen dat er sprake was van een overtreding van de planregels. De toezichthouder had weliswaar controles uitgevoerd en een aantal kampeermiddelen geteld, maar had niet kunnen aantonen of deze middelen samenhingen tot standplaatsen. Er ontbraken foto’s en concrete onderbouwing van de feitelijke situatie.
De rechtbank volgde de uitleg van het college over de definitie van standplaats, maar vond dat het college niet had aangetoond dat er daadwerkelijk meer dan 45 standplaatsen gelijktijdig in gebruik waren. Hierdoor was het handhavend optreden onterecht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en het invorderingsbesluit, en veroordeelde het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit en het invorderingsbesluit wegens onvoldoende onderbouwing van de overtreding.