ECLI:NL:RVS:2021:2834
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en weigering omgevingsvergunning afvoerpijp bedrijfsruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft [appellant], eigenaar van een bedrijfsruimte, gelast een afvoerpijp met installatiekast en bijbehorende materialen te verwijderen omdat deze zonder vergunning was geplaatst. Dit handhavingsbesluit werd ondersteund door controles en rapportages waarin overtredingen werden vastgesteld.
[Appellant] stelde dat de afvoerpijp al sinds 1981 aanwezig was en derhalve legaal was, en dat het college door het niet eerder handhaven een gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt. Ook voerde hij aan dat de aanvraag om omgevingsvergunning voor legalisatie buiten behandeling had moeten worden gesteld.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad, omdat geen vergunning kon worden aangetoond en het college niet gehouden was af te zien van handhaving zonder bijzondere omstandigheden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezeggingen of gedragingen van het college waren die gerechtvaardigd vertrouwen wekten. De weigering van de omgevingsvergunning werd bevestigd omdat sprake was van een overtreding.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.