Partijen, gehuwd in Syrië in 2000, verzoeken gezamenlijk echtscheiding uit te spreken wegens duurzaam ontwricht huwelijk. De rechtbank bevestigt de Nederlandse bevoegdheid en past Nederlands recht toe op het echtscheidingsverzoek.
De minderjarige woont sinds het vertrek van de man naar Nederland bij de vrouw, die de stabiele verzorgende factor is. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw toe om het hoofdverblijf van de minderjarige bij haar te laten, en wijst het verzoek van de man af. Tevens wordt een zorgregeling vastgesteld waarbij de man omgang heeft één weekend per twee weken en de helft van de schoolvakanties.
Beide partijen verzoeken het huurrecht van de woning toe te wijzen. Na belangenafweging krijgt de vrouw het huurrecht toegewezen, mede vanwege het belang van de minderjarige bij continuïteit en het beperkte onderdak van de vrouw elders. De man mag in de woning blijven tot hij vervangende woonruimte vindt.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijksvermogensstelsel onder Syrisch recht valt, dat geen gemeenschap van goederen kent. De inboedel wordt toegewezen aan de vrouw, de bankrekeningen blijven ieder op eigen naam en de gezamenlijke schulden worden gelijk verdeeld. De man betaalt een kinderbijdrage van €25 per maand. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.