ECLI:NL:RBROT:2026:167

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
11603898 CV EXPL 25-6479
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade door niet-betaalde autoverzekering na ongeval

In deze zaak heeft gedaagde, die zelf procedeert, een autoverzekering afgesloten bij Univé Schade N.V. maar heeft hij de verschuldigde premie niet tijdig betaald. Hierdoor is de dekking van de verzekering opgeschort. Tijdens deze opschorting heeft gedaagde een ongeval veroorzaakt waarvoor hij aansprakelijk was. Univé heeft de schade van de benadeelde vergoed en vordert nu het schadebedrag van € 2.536,24 terug van gedaagde, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 458,13 en rente tot 3 maart 2025 van € 243,41, wat in totaal neerkomt op € 3.237,78, met verdere rente en proceskosten.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat gedaagde de vordering van Univé niet voldoende heeft betwist. Hij heeft enkel aangegeven het niet eens te zijn met het besluit van de autoverzekeraar, zonder verdere toelichting. De kantonrechter heeft de vordering van Univé toegewezen, inclusief de incassokosten en rente, omdat aan alle voorwaarden voor vergoeding is voldaan. De proceskosten zijn ook voor rekening van gedaagde, omdat hij ongelijk heeft gekregen. De kantonrechter heeft de kosten begroot op € 1.255,14, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris voor de gemachtigde en nakosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat Univé het vonnis meteen mag uitvoeren, ook als gedaagde in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter is openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11603898 CV EXPL 25-6479
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Univé Schade N.V.,
vestigingsplaats: Assen,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Univé’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 maart 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de brief van Univé van 18 november 2025.
1.2.
Op 27 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was aanwezig mr. F. Ackermans namens de gemachtigde van Univé. [gedaagde] is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft bij Univé een autoverzekering afgesloten, maar hij heeft de verschuldigde premie niet (tijdig) betaald. De dekking van de verzekering is daarom opgeschort. Tijdens deze opschorting heeft [gedaagde] een ongeval veroorzaakt waarvoor hij aansprakelijk was. Univé heeft de schade van de benadeelde vergoed en wil dat [gedaagde] het schadebedrag aan haar terugbetaalt, omdat er geen dekking bestond. Zij eist daarom betaling van een hoofdsom van € 2.536,24, vermeerderd met € 458,13 aan buitengerechtelijke incassokosten en rente die tot 3 maart 2025 € 243,41 bedraagt. In totaal vordert Univé € 3.237,78, met verdere rente en proceskosten.
Hoofdsom
2.2.
[gedaagde] heeft bij antwoord alleen aangevoerd het “niet eens te zijn met het besluit van de autoverzekeraar”, zonder daarbij een nadere toelichting te geven. Hiermee heeft hij de vordering van Univé niet voldoende gemotiveerd betwist. Deze zal dan ook worden toegewezen.
Incassokosten en rente
2.3.
De incassokosten van € 458,13 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De rente wordt ook toegewezen, omdat Univé genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Univé moet betalen de wettelijke rente van € 243,41 die Univé heeft berekend tot 3 maart 2025.
Proceskosten
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Univé moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 476,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 238,-) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.255,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 3.237,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.536,24 vanaf 3 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 1.255,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954