ECLI:NL:RBROT:2026:1785

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711873 / FA RK 25-9574
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorg- en opvoedingstaken en contactherstel minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt wijziging van de zorg- en opvoedingstaken en regie over het contactherstel tussen de vader en de minderjarige, die sinds augustus 2025 geen contact meer hebben. De moeder en stiefvader steunen het verzoek en benadrukken de complexe situatie en eerdere hulpverleningspogingen. De vader voelt zich buitengesloten en wil het contact herstellen, maar heeft weinig vertrouwen in de GI.

De kinderrechter constateert dat de ouders het gezag delen, maar het contact tussen vader en dochter al lange tijd ontbreekt. De situatie is complex en de ouders kunnen niet zelfstandig tot herstel komen. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de GI betrokken blijft bij het hulpverleningstraject en dat het belang van de minderjarige voorop staat.

Omdat de resultaten van het intake traject van Family Supporters nog niet bekend zijn, wordt de zaak aangehouden tot 29 april 2026. De GI wordt verzocht voorafgaand aan die datum te rapporteren over de voortgang. De kinderrechter benadrukt ook het belang van andere contactvormen, zoals het sturen van kaarten of foto’s via de GI.

De beslissing is genomen door kinderrechter M.P.G. Rietbergen en griffier E.N. Laurensse. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken wordt aangehouden tot 29 april 2026 voor verdere evaluatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711873 / FA RK 25-9574
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
[naam stiefvader],
Hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [woonplaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 december 2025, ontvangen op diezelfde datum;
  • het bericht van de vader, bij de rechtbank ingekomen op 2 februari 2026;
  • het bericht van de GI met bijlage, bij de rechtbank ingekomen op 3 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder en de stiefvader;
- de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover samen met (school)meester Owen een brief gestuurd naar de rechtbank. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2.
De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder en stiefvader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 25 mei 2026.
2.4.
De familierechter heeft bij beschikking van 19 mei 2017 een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de door de familierechter op 19 mei 2017 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de regie ten aanzien van de opbouw van het contact(herstel) tussen de vader en [minderjarige] bij Jeugdbescherming West te beleggen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit nader toe. [minderjarige] heeft sinds augustus 2025 geen contact meer met de vader. Family Supporters is inmiddels gestart met een intake traject, waarvan zij aankomende vrijdag de bevindingen delen met de moeder. De GI vindt het belangrijk om de adviezen van Family Supporters te volgen en hun expertise op dit gebied in te zetten. Family Supporters onderzoekt waar de weerstand bij [minderjarige] vandaan komt en hoe zij deze weg kunnen nemen. De GI weet nog niet wat het advies van Family Supporters gaat zijn. De GI houdt de oorspronkelijke zorgregeling in het achterhoofd en wil uiteindelijk daar naartoe terugwerken, met inachtneming van de adviezen van Family Supporters. De GI wil elke mogelijkheid aanpakken om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen. De GI heeft [minderjarige] zelf sinds het najaar niet meer gesproken en ook het contact tussen de vader en de GI is momenteel niet optimaal. Het is belangrijk dat het contact tussen de vader en [minderjarige] op een duurzame manier wordt hersteld.

4.De standpunten

4.1.
De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de GI. Bij [minderjarige] is lange tijd geleden veel weerstand ontstaan in de omgang met de vader. Het werd steeds moeilijker om [minderjarige] naar de vader te brengen. Zowel de GI als Coach Point zijn betrokken geraakt om verandering in de situatie te brengen, maar dat is tot op heden niet gelukt. Het gezin is nu gestart bij Family Supporters en de moeder hoopt dat zij een andere kijk hebben op de situatie en een positieve verandering teweeg weten te brengen. [minderjarige] maalt veel in haar hoofd. Een situatie die twee jaar geleden heeft plaatsgevonden, voelt voor [minderjarige] alsof het gisteren is gebeurd. Er zijn in het verleden veel dingen gebeurd die gemaakt hebben dat [minderjarige] niet meer naar de vader wil. De moeder heeft de afgelopen periode veel gedaan om de situatie beter te maken, ze heeft adviezen opgevolgd, therapie gevolgd en is met verschillende hulpverleningsinstanties het gesprek aangegaan, maar dit alles heeft nog geen verbetering in de situatie teweeggebracht. De moeder vraagt zich af wat zij nog meer kan doen. De moeder vindt het niet leuk dat [minderjarige] de vader niet ziet en had liever gehad dat het anders was, het doet de moeder veel verdriet. [minderjarige] heeft autisme waardoor zij niet altijd door heeft wat er om haar heen gebeurt. De moeder en de vader hebben geen goed contact over de zorg voor en opvoeding van [minderjarige] . De moeder deelt medische zaken met betrekking tot [minderjarige] mede aan de vader, maar krijgt daar zelden een reactie op.
4.2.
De vader maakt ter zitting het volgende kenbaar. De vader voelt zich in alle opzichten buitenspel gezet. Het autisme van [minderjarige] wordt vaak als oorzaak naar voren geschoven, maar volgens de vader is dat geen reden om geen omgang met haar te hebben. De vader wordt al anderhalf jaar genegeerd en heeft inmiddels langer in de zittingszaal gezeten dan tijd met zijn dochter doorgebracht. Het doet de vader veel pijn dat hij een dochter heeft maar zijn zorg- en opvoedtaken praktisch niet kan uitvoeren. De vader heeft al langere tijd geen kansen gehad om het contact met [minderjarige] te herstellen. De vader ziet de regie voor het contact(herstel) tussen hem en [minderjarige] niet graag in de handen van Jeugdbescherming West omdat hem dit al anderhalf jaar niets heeft opgeleverd. De vader voelt zich in de steek gelaten. Eind februari komt Family Supporters bij de vader langs voor een evaluatie van het intake traject. De vader wil zich heel graag inzetten om het contactherstel met [minderjarige] mogelijk te maken en hoopt dat hij zo snel mogelijk weer contact en omgang heeft met [minderjarige] .
4.3.
De stiefvader brengt ter zitting naar voren dat zowel de moeder als [minderjarige] wekelijks bezig zijn om de opvoedsituatie positief te veranderen. Momenteel is Family Supporters betrokken, daarvoor was het Coach Point en daarvoor Zicht op de Toekomst. Er wordt al lange tijd gewerkt aan een verbetering van de huidige situatie.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:265g BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] een jong meisje is dat al langere tijd klem zit tussen de moeder en de vader. Er is sprake van complexe echtscheidingsproblematiek van de ouders waar [minderjarige] last van ondervindt. In mei 2017 is er een zorg- en omgangsregeling door de familierechter in deze rechtbank vastgesteld. Deze zorg- en omgangsregeling wordt in de praktijk echter al langere tijd niet uitgevoerd, nu de vader en [minderjarige] al anderhalf jaar geen contact meer hebben met elkaar. Het lukt de ouders niet om in het belang van [minderjarige] op een goede manier met elkaar te communiceren. Het ontbreekt hen aan onderling vertrouwen, de wil en de mogelijkheid om zelfstandig te werken aan herstel van de communicatie.
De kinderrechter stelt vast dat beide ouders het gezag over [minderjarige] hebben en dat [minderjarige] pas elf jaar oud is. Dit betekent dat de ouders nog vele jaren met elkaar zullen moeten overleggen over belangrijke zaken rondom hun beider dochter. Het is daarnaast in het belang van een goede ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk dat zij op een onbelaste wijze contact kan hebben met beide ouders. [minderjarige] heeft op dit moment echter in het geheel geen contact met de vader. De kinderrechter acht het, gelet op de al jarenlang bestaande, complexe situatie en de onmogelijkheid van de ouders om hier zelfstandig verandering in te brengen, nu niet mogelijk om dit binnen het vrijwillige kader te herstellen. Het is daarom van groot belang dat zowel de vader als de moeder de samenwerking met de GI aan blijven gaan en zich ten volle inzetten in het hulpverleningstraject. Daar heeft [minderjarige] immers recht op en belang bij.
5.3.
Ter zitting is gebleken dat de resultaten uit het intake traject van Family Supporters nog niet bekend zijn. De kinderrechter is daarom van oordeel dat zij op dit moment over onvoldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te kunnen nemen over een wijziging van de zorg- en omgangsregeling. Om daartoe een vinger aan de pols te houden acht de kinderrechter het van belang om de zaak aan te houden tot de hierna te noemen zittingsdatum, zodat tegen die tijd besproken kan worden hoe de opbouw van de omgang is verlopen en wat de stand van zaken is ten aanzien van het traject bij Family Supporters. De kinderrechter heeft daarbij tevens aangegeven dat andere vormen van contact, zoals bijvoorbeeld het sturen van een kaart en/of foto via de GI, nadrukkelijk aandacht verdienen.
5.4.
De GI wordt verzocht om de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de vader, de moeder en de stiefvader)
uiterlijk twee wekenvoorafgaand aan de hierna te noemen zittingsdatum te rapporteren over de huidige stand van zaken en de resultaten van het (intake) traject van Family Supporters.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan;
6.2.
bepaalt dat het verhoor van de GI, de vader, de moeder en de stiefvader in deze zaak zal plaatsvinden op
29 april 2026 te 12:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
6.3.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter;
6.4.
vraagt de griffier [minderjarige] op te roepen voor een gesprek met de kinderrechter;
6.5.
verzoekt de GI de kinderrechter uiterlijktwee wekenvoor genoemde datum (met afschrift daarvan aan de vader, de moeder en de stiefvader) de verzochte rapportage onder 5.4 te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 19 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.