Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
.
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Er volgen geen interventies richting het slachthuis bij positieve bevindingen in de monsters.” Het gaat in dit geval evenwel niet om een interventie voortvloeiend uit een positief monster, maar om een boeteoplegging omdat eiseres haar verplichtingen – die rechtstreeks uit Verordening 178/2002 voortvloeien – niet is nagekomen. Eiseres kon aan het werkvoorschrift redelijkerwijs niet de verwachting ontlenen dat in dit geval geen boete zou volgen. Ook overigens vindt de rechtbank het niet onevenredig dat verweerder van zijn boetebevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Dat eiseres vrijwillig heeft deelgenomen aan de pilot, ontsloeg haar niet van haar verplichtingen als levensmiddelen- en diervoederbedrijf om de voedsel- en voederveiligheidsvoorschriften na te komen. Daarbij is eiseres meermaals door de NVWA op die verplichtingen gewezen, maar heeft zij geweigerd daar gevolg aan te geven. De wetgever heeft in de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren vastgesteld welke boetes bij deze overtredingen evenredig worden geacht. Die standaardboetebedragen heeft verweerder in dit geval ook aan eiseres opgelegd. De rechtbank vindt de totale boete van € 12.500,-, gelet op de aard en ernst van de drie overtredingen, het risico voor de volksgezondheid en de mate van verwijtbaarheid, evenredig.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit I, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit II, gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- herroept het primaire besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit;
- stelt de boete vast op € 10.625,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.
Informatie over hoger beroep
BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Verordening 178/2002
Artikel 14, eerste en tweede lid
- nadelige effecten hebben op de dierlijke of menselijke gezondheid;
- het levensmiddel dat wordt geproduceerd uit voedselproducerende dieren, onveilig voor menselijke consumptie maken.