De zaak betreft een huurachterstand van [gedaagde] aan Stichting Juridisch Eigenaar iResidence V over een woning in [woonplaats]. iResidence vordert betaling van de huurachterstand inclusief rente en incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat het opslagbeding in de huurovereenkomst, dat een jaarlijkse huurverhoging van maximaal 5% boven de inflatie toestaat, oneerlijk is en vernietigt dit beding. Hierdoor vervallen de huurverhogingen die op dit beding zijn gebaseerd.
De huurachterstand wordt berekend op basis van de toegestane indexatie, wat leidt tot een bedrag van €3.708,37. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €222,- en wettelijke rente toegewezen. Tijdens de procedure bereiken partijen overeenstemming over een betalingsregeling van €400,- per maand bovenop de lopende huur, ingaand per datum vonnis.
De kantonrechter wijst de proceskosten van €1.091,45 toe aan [gedaagde] en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat iResidence het vonnis direct kan uitvoeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. Andere vorderingen worden afgewezen.