Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 november 2025, met bijlagen;
- de specificatie van de huurachterstand, overgelegd door mr. R.H. Ruysendaal.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Woonstad Rotterdam dat de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder is sinds 11 december 2024 huurder van de woning, maar heeft volgens Woonstad geen hoofdverblijf in de woning en heeft een huurachterstand van €4.509,02 opgebouwd tot en met januari 2026.
De huurder is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van Woonstad niet onrechtmatig of ongegrond zijn en acht de kans aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Het woonbelang van de huurder staat niet aan de ontruiming in de weg, omdat zij geen hoofdverblijf in de woning heeft.
De kantonrechter veroordeelt de huurder om binnen vijf dagen na betekening de woning te ontruimen en de huurachterstand met wettelijke rente te betalen. Tevens moet de huurder vanaf februari 2026 tot de ontruiming de maandelijkse huur betalen. De proceskosten van €1.337,45 worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand met rente en proceskosten.