6.1.Verzoekster voert aan dat zij zonder traplift niet veilig en zelfstandig gebruik kan maken van de gehele woning. De slaapkamer en de badkamer zijn voor haar nu niet op een veilige manier te bereiken. De voorzieningenrechter zal het spoedeisend belang daarom aannemen en de zaak inhoudelijk beoordelen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
8. Op grond van artikel 11, derde lid, aanhef en onder e, van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Voorne aan Zee 2025 (de Verordening) wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.
Op grond van artikel 11.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Verordening wordt geen woonvoorziening verstrekt als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college.
Wat betekent dit voor verzoekster?
9. Van iemand die een beroep doet op de Wmo 2015 voor een woonvoorziening mag dus worden verwacht dat hij of zij bij een verhuizing rekening houdt met eventuele lichamelijke beperkingen. Doet hij dat niet dan kan het college de woonvoorziening om die reden afwijzen. Dus wanneer bij de verhuizing al voorzienbaar is dat het normale gebruik van de woning door iemands beperking niet mogelijk is, zal diegene in beginsel op zoek moeten gaan naar een andere, voor zijn beperkingen meer geschikte woning. Het is niet de bedoeling dat men een ongeschikte woning kiest en vervolgens de rekening voor aanpassingen bij de gemeente indient.
10. Wel is het zo dat het college de woonvoorziening pas mag weigeren op de grond dat iemand niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte woning, als de gemeente voldoende zicht heeft op de aangepaste of eenvoudig aan te passen woningvoorraad. Ook moet de gemeente inwoners goed informeren over de gang van zaken bij dit soort verhuizingen. Alleen dan kan worden gemotiveerd dat sprake is van een verhuizing naar de voor de situatie van de betrokkene meest geschikte woning.
11. Dit wordt anders als iemand verhuist vanuit een andere gemeente en zich niet vooraf tot het college heeft gewend om de mogelijkheden of alternatieven te bespreken of om toestemming te vragen. In dat geval is het aan degene die verhuist om met controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat er geen geschikte(re) woning beschikbaar was.
12. Verzoekster heeft er om haar moverende redenen voor gekozen om vanuit een gelijkvloerse woning in Rotterdam naar een woning met inpandige trap in Hellevoetsluis te verhuizen. Daarbij had zij kunnen weten dat de woning in Hellevoetsluis vanwege haar lichamelijke beperkingen voor haar niet geschikt was en dat zij beter voor een gelijkvloerse woning had kunnen kiezen, zonder inpandige trap. Verzoekster heeft niet onderbouwd waarom zij desondanks voor een woning met een inpandige trap heeft gekozen. Daarmee komt het in beginsel voor haar eigen rekening en risico dat zij de woning niet adequaat kan bewonen. Mogelijk heeft verzoekster voor deze woning gekozen omdat er geen geschikte(re) woningen voor haar in Hellevoetsluis beschikbaar waren. In dat geval had het op haar weg gelegen hierover vooraf contact op te nemen met de gemeente om te informeren naar de mogelijkheden, zoals de beschikbaarheid van een meer geschikte woning of de verstrekking van een traplift. Verzoekster wist al drie jaar dat zij moest verhuizen, zodat de verhuizing niet onvoorzienbaar was. Daarmee heeft zij voldoende tijd gehad om voorafgaande aan de voorgenomen verhuizing – en voorafgaande aan het tekenen van een huurcontract – bij de gemeente te informeren naar beschikbare geschikte woningen, of de gemeente al op voorhand om toestemming voor een woonvoorziening te vragen. Nu zij dit niet heeft gedaan past het niet dat zij de rekening voor het aanpassen van de woning met de plaatsing van een traplift bij het college neerlegt.
13. Uit het voorgaande volgt dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
14. Ter voorlichting van verzoekster merkt de voorzieningenrechter nog op dat de gemachtigde van het college op de zitting heeft aangegeven dat verzoekster contact kan opnemen met woningcorporatie Maasdelta en in samenspraak met de woningcorporatie op zoek kan gaan naar een geschiktere woning. Ook woningruil behoort wellicht tot de mogelijkheden. Zij kan er ook voor kiezen de traplift uit de eigen middelen te betalen.