ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonvoorziening wegens beschikbaarheid geschikte woning
Betrokkene, geboren in 2004, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een woonvoorziening aan in de vorm van een woningaanpassing vanwege beperkingen. De aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van Barendrecht en later door de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden afgewezen, omdat de kosten van aanpassing hoger waren dan een vergoeding voor verhuizing naar een geschikte woning.
De ouders van betrokkene hadden al besloten tot nieuwbouw van een woning die niet geschikt was voor betrokkene zonder aanpassingen. Zij hadden geen toestemming gevraagd noch alternatieven besproken met de gemeente. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, maar de Raad stelde vast dat de rechtbank de grondslag van het besluit onterecht had uitgebreid.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde dat er geen geschikte woning beschikbaar was. Omdat geen schriftelijke toestemming was verleend om niet te verhuizen naar een geschikte woning, was de weigering van de woonvoorziening terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de woonvoorziening bevestigd.