Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 9 augustus 2025;
- het aanvullend verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 14 januari 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
Unaccompanied Minor service). De vrouw heeft, op advies van de raad, toegezegd het eerste jaar met de minderjarige mee te zullen vliegen. De rechtbank ziet hierin dan ook geen reden om het verzoek van de vrouw af te wijzen.
intakeop de betreffende school in het huidige schooljaar een keer met de minderjarige naar Dublin zal moeten reizen. De rechtbank gaat ervan uit dat de man hier zijn medewerking aan zal verlenen.
- de minderjarige verblijft om het jaar in de kerstvakantie bij de man;
- in het jaar dat de minderjarige in de kerstvakantie bij de vrouw is, zal hij tijdens de herfstvakantie bij de man zijn, alsmede een extra week in de zomervakantie;
- de minderjarige zal in de zomervakantie drie weken bij de man verblijven (of vier weken in het jaar waarin hij de kerstvakantie bij de vrouw doorbrengt);
- de man zal de minderjarige telkens ophalen van Schiphol en hem ook weer terugbrengen naar Schiphol, zodat hij kan vliegen met de “Unaccompanied Minor Service”;
- de man zal twee keer per week met de minderjarige videobellen;
- indien er sprake is van een noodsituatie dan zullen partijen elkaar zo spoedig mogelijk informeren;
- de zorgregeling zal op verbeurte van een dwangsom zijn van € 250,- per dag dat één van partijen de regeling niet nakomt.