ECLI:NL:RBROT:2026:2018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/10/704874 / FA RK 25-6129
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BWArt. 34 lid 2 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming verhuizing minderjarige naar Dublin en wijziging zorgregeling

De vrouw verzoekt vervangende toestemming voor de verhuizing van de minderjarige naar Dublin, Ierland, en voor inschrijving op een basisschool aldaar. De man maakt zich zorgen over vliegreizen en nakoming van de zorgregeling, maar is niet tegen de verhuizing. De raad voor de kinderbescherming adviseert positief.

De rechtbank weegt de belangen af en oordeelt dat de verhuizing in het belang van de minderjarige is. De vrouw krijgt toestemming om na het schooljaar 2025/2026 te verhuizen. De zorgregeling wordt aangepast met meer contactmomenten, compensatie voor de man en een dwangsom bij niet-nakoming.

Daarnaast wordt de vrouw vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een paspoort voor de minderjarige. De rechtbank bepaalt dat beide ouders gezamenlijk de kosten dragen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor verhuizing naar Dublin, wijzigt de zorgregeling en verleent toestemming voor paspoort en schoolinschrijving.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/704874 / FA RK 25-6129
Beschikking van 25 februari 2026 over vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a BW, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 9 augustus 2025;
  • het aanvullend verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 14 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
1.3.
De minderjarige is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. De minderjarige heeft hier op 21 januari 2026 gebruik van gemaakt.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Het huwelijk van partijen is op 24 mei 2018 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 april 2018 in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Partijen zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
2.3.
Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
2.4.
De minderjarige heeft zijn hoofdverblijf bij de vrouw.
2.5.
De minderjarige heeft van 24 juni 2022 tot 19 december 2023 onder toezicht gestaan van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.
2.6.
Partijen hebben in het verleden procedures gevoerd over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling). Uiteindelijk heeft het hof Den Haag in zijn beschikking van 18 augustus 2021 beslist dat de minderjarige één keer per twee weken van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man zal zijn, waarbij de overdracht van de minderjarige plaatsvindt op het treinstation Breda Centraal. Daarbij is de door de rechtbank opgelegde dwangsom aan de vrouw bekrachtigd. Tussen partijen geldt op dit moment een overeengekomen zorgregeling waarbij de man de minderjarige één weekend per maand van vrijdagavond tot zondagavond bij zich heeft. De overdracht vindt plaats op het treinstation Breda Centraal. Als het de man niet lukt de minderjarige in het weekend bij zich te hebben, wordt dat door partijen gecompenseerd in schoolvakanties.

3.De beoordeling

3.1.
Vervangende toestemming verhuizing
3.1.1.
De vrouw verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing van de minderjarige naar Dublin, Ierland (hierna ook: Dublin).
3.1.2.
De vrouw legt aan dit verzoek ten grondslag dat zij na haar immigratie vanuit Nigeria in 2016 nooit goed in Nederland heeft kunnen integreren. De vrouw heeft geen familie en sociaal netwerk in Nederland en vanwege de zorg voor de minderjarige, is het haar niet gelukt een baan te vinden en de Nederlandse taal te leren. In Dublin wonen de zus van de vrouw, neven en nichten en vrienden van de vrouw. Daarnaast heeft de vrouw een affectieve relatie met een man die in Dublin woont, waar zij een gezin mee wil stichten. De vrouw heeft verder in Dublin een baan met opleiding aangeboden gekregen in de gezondheidszorg, aldus de vrouw.
3.1.3.
Partijen hebben voorafgaand aan deze procedure overleg gehad over de door de vrouw gewenste verhuizing. Partijen zijn daarbij dicht tot elkaar gekomen. Zij zijn het uiteindelijk niet eens geworden over de aan de verhuistoestemming van de man verbonden zorgregeling.
3.1.4.
Volgens de raad verzet het belang van de minderjarige zich niet tegen de door de vrouw verzochte verhuizing. Voor de raad is daarbij van belang dat de minderjarige zich in een rustige levensfase bevindt, waarbij hij kan verhuizen naar het buitenland zonder hier schade van te ondervinden. Daarbij woont de minderjarige al zijn hele leven bij de vrouw en is er met de man op dit moment een minimale zorgregeling, die kan worden gewijzigd in een vakantie- en videobelregeling.
3.1.5.
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de betreffende minderjarige wenselijk voorkomt. Bij de beantwoording van de vraag of een ouder vervangende toestemming moet krijgen om met een minderjarige te verhuizen, staan de belangen van de minderjarige weliswaar voorop, maar, naar vaste rechtspraak moet de rechter bij de beslissing in een geschil als dit alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen (zie ook HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901).
3.1.6.
De rechtbank constateert dat de man op zichzelf niet tegen de verhuizing van de minderjarige naar Dublin is. Wel heeft de man tijdens de mondelinge behandeling verklaard zich zorgen te maken over enerzijds de risico’s van het reizen door de minderjarige met het vliegtuig, ten behoeve van het contact met de man, en anderzijds de nakoming door de vrouw van de bij de verhuizing te wijzigen zorgregeling. De rechtbank ziet gelet op deze twee concrete bezwaren van de man geen aanleiding om uitdrukkelijk op de in de rechtspraak ontwikkelde verhuiscriteria in te gaan. De man erkent immers het recht van de vrouw om met de minderjarige op een nieuwe plek haar leven op te bouwen en hij is als gezegd niet tegen de verhuizing, maar heeft hierover dus twee concrete zorgen. De rechtbank zal hierna bij deze zorgen stilstaan en zal vervolgens, alle belangen afwegende, een beslissing nemen.
3.1.7.
Wat betreft het vliegen overweegt de rechtbank dat het een van de meest veilige manieren van reizen is. De minderjarige zal tijdens zijn vliegreizen tussen Dublin en Schiphol en vice versa worden begeleid door grond- en cabinepersoneel van de luchtvaart-maatschappij (
Unaccompanied Minor service). De vrouw heeft, op advies van de raad, toegezegd het eerste jaar met de minderjarige mee te zullen vliegen. De rechtbank ziet hierin dan ook geen reden om het verzoek van de vrouw af te wijzen.
3.1.8.
Wat betreft de zorgen van de man over de nakoming van de zorgregeling, merkt de rechtbank het volgende op. In het verleden zijn hierover, na een eerdere verhuizing van de vrouw van ‘s-Hertogenbosch naar Maassluis, meerdere procedures tussen partijen geweest. Daarbij is aan de nakoming van de zorgregeling door de vrouw een dwangsom verbonden. Die dwangsom is echter nooit verbeurd en lijkt dus voor de vrouw voldoende prikkel tot nakoming van de zorgregeling te zijn. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling voorgesteld om (ook) aan de nakoming van de zorgregeling door haar weer een dwangsom te verbinden. Op die manier kan naar het oordeel van de rechtbank voldoende aan de zorgen van de man tegemoet worden gekomen.
3.1.9.
De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van de vrouw uitvalt. De zorgen van de man staan niet in de weg aan het verlenen van vervangende toestemming. Daarbij heeft de rechtbank ook in aanmerking genomen dat in het licht van de huidige zorgregeling, de verhuizing van de minderjarige naar Dublin beperkte gevolgen zal hebben voor het contact met de man. Weliswaar zal dit in (fysieke) frequentie afnemen, maar er zijn mogelijkheden tot compensatie in de vakanties en via videobellen. Om nakoming van de zorgregeling door de vrouw te waarborgen, zal hier een dwangsom aan worden verbonden (hierover meer in rechtsoverweging 3.5.10.). Verder is van belang dat de minderjarige heeft aangegeven graag bij zijn moeder te willen blijven wonen en het ook wel leuk te vinden om naar Dublin te verhuizen. Tot slot sluit deze beslissing ook aan bij het advies van de raad. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling nog opgemerkt dat de verstandhouding tussen partijen sinds de beëindiging van de ondertoezichtstelling ook is verbeterd.
3.1.10.
De vrouw zal dan ook in de gelegenheid worden gesteld om met de minderjarige een gezinsleven en een toekomst in Dublin op te bouwen. Het verzoek van de vrouw wordt kortom toegewezen. Omdat de raad heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat de minderjarige het huidige schooljaar in Nederland kan afmaken, wordt de toestemming verleend per einde van het Nederlandse schooljaar 2025/2026.
3.2.
Vervangende toestemming inschrijving basisschool
3.2.1.
De vrouw verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarige op basisschool [naam school] in [plaatsnaam] .
3.2.2.
De vrouw voert aan dat deze basisschool geschikt is voor de minderjarige en plaats voor hem heeft. De school bevindt zich op een paar minuten afstand van de woning van de zus van de vrouw, waar zij en de minderjarige (in ieder geval voorlopig) gaan wonen. De minderjarige spreekt vloeiend Engels en zal hierdoor gemakkelijk kunnen meekomen op de nieuwe school.
3.2.3.
De man voert geen verweer.
3.2.4.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen, aangezien ook toestemming wordt verleend voor de verhuizing. Het verzoek tot inschrijving van de minderjarige op een basisschool daar vloeit immers uit die verhuizing voort. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij voor de
intakeop de betreffende school in het huidige schooljaar een keer met de minderjarige naar Dublin zal moeten reizen. De rechtbank gaat ervan uit dat de man hier zijn medewerking aan zal verlenen.
3.3.
Hoofdverblijf
3.3.1.
Voor het geval het verzoek van de vrouw met betrekking tot de verhuizing niet zou worden toegewezen, heeft de vrouw verzocht het hoofdverblijf van de minderjarige bij de man te bepalen vanaf het moment dat de vrouw verhuist naar Dublin. Omdat het verhuisverzoek van de vrouw wordt toegewezen, wordt aan de behandeling van dit subsidiaire verzoek niet toegekomen.
3.4.
Vervangende toestemming aanvraag paspoort
3.4.1.
De vrouw verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een paspoort voor de minderjarige.
3.4.2.
De man voert geen verweer.
3.4.3.
Uit de stukken komt naar voren dat de geldigheid van de identiteitskaart van de minderjarige is verlopen. De vrouw heeft tevergeefs aan de man gevraagd toestemming te verlenen voor het aanvragen van een paspoort. De man heeft de vereiste toestemming tot op heden niet gegeven.
3.4.4.
Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefenen, weigert een verklaring van toestemming af te geven, kan deze toestemming op grond van artikel 34 lid 2 Paspoortwet Pro worden vervangen door een verklaring van de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het belang van de minderjarige dat die vervangende toestemming wordt gegeven. Vanwege de wettelijke identificatieplicht is het noodzakelijk dat de minderjarige een identiteitsbewijs heeft. Dat geldt ook voor de vliegreis naar Dublin. Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden toegewezen.
3.5.
Zorgregeling
3.5.1.
De vrouw verzoekt, na wijziging van haar verzoek, de tussen partijen overeengekomen zorgregeling als volgt te wijzigen:
  • de minderjarige verblijft om het jaar in de kerstvakantie bij de man;
  • in het jaar dat de minderjarige in de kerstvakantie bij de vrouw is, zal hij tijdens de herfstvakantie bij de man zijn, alsmede een extra week in de zomervakantie;
  • de minderjarige zal in de zomervakantie drie weken bij de man verblijven (of vier weken in het jaar waarin hij de kerstvakantie bij de vrouw doorbrengt);
  • de man zal de minderjarige telkens ophalen van Schiphol en hem ook weer terugbrengen naar Schiphol, zodat hij kan vliegen met de “Unaccompanied Minor Service”;
  • de man zal twee keer per week met de minderjarige videobellen;
  • indien er sprake is van een noodsituatie dan zullen partijen elkaar zo spoedig mogelijk informeren;
  • de zorgregeling zal op verbeurte van een dwangsom zijn van € 250,- per dag dat één van partijen de regeling niet nakomt.
3.5.2.
De man heeft aangevoerd dat hij de minderjarige graag vaker zou willen zien, maar dat hij niet de financiële middelen heeft om dat te organiseren.
3.5.3.
De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
3.5.4.
De aanstaande verhuizing van de minderjarige naar Dublin is een gewijzigde omstandigheid als hierboven bedoeld. Partijen zijn het erover eens dat de zorgregeling als gevolg hiervan moet worden gewijzigd.
3.5.5.
De man heeft geen zelfstandig verzoek gedaan over de zorgregeling. Hij heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven graag een uitgebreidere zorgregeling te willen. De rechtbank ziet aanleiding de zorgregeling iets anders vast te stellen dan door de vrouw is verzocht. Ten eerste omdat tijdens de mondelinge behandeling door de vrouw is verklaard dat de herfstvakantie in Ierland niet gelijktijdig is met die in Nederland. Dit levert voor de man praktische problemen op om de minderjarige in die vakantie bij hem te laten verblijven. Ten tweede acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat hij zijn vader vaker (fysiek) ziet dan twee periodes per jaar. De rechtbank zal daarom bepalen dat de minderjarige bij de man verblijft drie aaneengesloten weken in de zomervakantie, één week in de kerstvakantie en daarnaast een lang weekend in het voorjaar én in het najaar, in onderling overleg tussen partijen te bepalen en zoveel mogelijk rekening houdend met vrije dagen van de minderjarige.
3.5.6.
De vrouw heeft aangeboden de vliegtickets te betalen voor de door haar voorgestelde vakanties van de minderjarige bij zijn vader in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat dit ook van haar mag worden verwacht voor wat betreft de twee extra (lange) weekenden. De vrouw neemt immers het initiatief tot de verhuizing met de minderjarige naar het buitenland, terwijl op haar een verplichting rust om de ontwikkeling van de banden van de minderjarige met zijn vader te bevorderen. Verder wijst de rechtbank op dat wat hiervoor onder 3.1.7 is overwogen, namelijk dat de vrouw het eerste jaar de minderjarige zal begeleiden tijdens de vliegreizen tussen Dublin en Schiphol en vice versa.
3.5.7.
De rechtbank zal ook in de zorgregeling vastleggen dat de vrouw het eerste jaar met de minderjarige mee vliegt, zoals zij heeft toegezegd, en dat de man de minderjarige telkens ophaalt van Schiphol en hem daar ook weer terugbrengt.
3.5.8.
De rechtbank ziet aanleiding de videobelregeling te specificeren, in die zin dat de minderjarige elke woensdag en zaterdag met de man zal videobellen. De tijdstippen kunnen partijen in onderling overleg bepalen.
3.5.9.
Dat partijen elkaar bij een noodsituatie zo spoedig mogelijk zullen informeren, spreekt voor zich, maar hoeft naar het oordeel van de rechtbank niet in de zorgregeling te worden vastgelegd.
3.5.10.
Aan niet-nakoming van de zorgregeling zal de rechtbank voor beide partijen een dwangsom verbinden. De man heeft zich hier niet tegen verzet en de rechtbank acht nakoming van de vastgestelde zorgregeling voor de minderjarige van groot belang. Wel zal de hoogte van de dwangsom worden gematigd. De dwangsom wordt bepaald op € 100,- per dag, met een maximum van € 5.000,-.
3.5.11.
De vrouw heeft ook een gewijzigde zorgregeling verzocht voor het geval aan haar geen toestemming wordt verleend om met de minderjarige naar Dublin te verhuizen en het hoofdverblijf van de minderjarige bij de man wordt bepaald. Aan de behandeling van dat verzoek wordt gelet op de uitkomst van deze procedure niet toegekomen.
3.6.
Proceskosten
3.6.1.
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent de vrouw vervangende toestemming om na het einde van het Nederlandse schooljaar 2025/2026 met de minderjarige te verhuizen naar Dublin, Ierland en hem in te schrijven op basisschool [naam school] in [plaatsnaam] ;
4.2.
verleent de vrouw vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort voor de minderjarige;
4.3.
bepaalt dat deze onder 4.1 en 4.2 genoemde vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man;
4.4.
wijzigt de tussen partijen overeengekomen regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met ingang van de verhuizing van de minderjarige naar Dublin, Ierland als volgt:
- de minderjarige verblijft bij de man gedurende drie aaneengesloten weken in de zomervakantie, één week in de kerstvakantie en een lang weekend in zowel het voorjaar als in het najaar, in onderling overleg tussen partijen te bepalen en zoveel mogelijk rekening houdend met vrije dagen van de minderjarige;
- de vrouw betaalt de vliegtickets voor de hiervoor benodigde vluchten;
- de vrouw vliegt het eerste jaar na de verhuizing met de minderjarige mee tijdens de vliegreizen tussen Dublin en Schiphol en vice versa;
- na het eerste jaar kan gebruik worden gemaakt van de “Unaccompanied Minor Service”;
- de man zal de minderjarige telkens ophalen van Schiphol en hem ook weer terugbrengen naar Schiphol;
- de minderjarige zal elke woensdag en zaterdag met de man videobellen, tijdstippen in onderling overleg tussen partijen te bepalen;
- elke partij verbeurt aan de andere partij een dwangsom van € 100,00 per dag, voor iedere dag dat deze zorgregeling door de betreffende partij niet wordt nagekomen, tot per partij een maximum van € 5.000,00 is bereikt;
4.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.7.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Veer, voorzitter en (kinder)rechter,
mr. M.C. Woudstra en mr. E.M. Moerman, (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van H.J. de Wit, griffier, op 25 februari 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.