ECLI:NL:RBROT:2026:2065
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand energiekosten wegens te late indiening
Eiseres diende op 31 januari 2025 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor energiekosten, gebaseerd op een energienota van 22 oktober 2024. Het college wees de aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, aangezien de nota ouder was dan drie maanden op het moment van aanvraag, conform de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.
Eiseres voerde aan dat haar medische omstandigheden, waaronder een operatie op 7 januari 2025, een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigden. Zij stelde dat zij voor die datum niet in staat was de aanvraag te doen en dat het college onvoldoende rekening had gehouden met haar situatie en wisselend inkomen als zzp’er. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tussen 22 oktober 2024 en 7 januari 2025 niet kon aanvragen, en dat zij bovendien op de hoogte was van de mogelijkheid tot aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat het college het beleid juist had toegepast en dat er geen sprake was van onevenredige gevolgen die een afwijking van het beleid zouden rechtvaardigen. De stelling van eiseres over schulden en risico op afsluiting werd niet onderbouwd. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd verworpen omdat deze niet in de beleidsregels is opgenomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen bijzondere bijstand ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door rechter N. Shahani op 6 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens te late indiening.