ECLI:NL:RBROT:2026:2078
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onvoldoende rookverbod in horecagelegenheid
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de exploitant van een horecagelegenheid wegens het niet of onvoldoende instellen van het rookverbod, in strijd met artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw).
De toezichthouder van de NVWA constateerde op 5 september 2024 in de tweede en derde ruimte van het café meerdere asbakken met as, askegels, deels en volledig opgerookte joints en sigarettenpeuken, alsmede een grijsblauwe rookwalm. De exploitant betwistte de aanwezigheid van asbakken in de tweede ruimte en voerde aan dat camerabeelden een ander beeld geven, maar de rechtbank achtte de bevindingen van de toezichthouder, mede ondersteund door foto’s, overtuigend.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van bevindingen, ondanks het late overleggen van foto’s, betrouwbaar is en dat organoleptisch onderzoek (het ruiken van tabaksrook) door de toezichthouder voldoende bewijs vormt. De boete werd gematigd van €2.400 naar €1.200 vanwege eerdere intrekking van een boetebesluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete, waarbij geen aanleiding was om af te wijken van het wettelijk boetestelsel.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €1.200 wegens het niet of onvoldoende instellen van het rookverbod.