ECLI:NL:RBROT:2026:214
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingesteld tegen niet tijdig beslissen college over opvang Oekraïners
Eiser, een Oekraïense ontheemde die in 2022 met zijn gezin naar Nederland kwam en opvang kreeg in Vlaardingen, stelde beroep in tegen het college omdat het niet tijdig zou hebben beslist op zijn verzoek om toelating tot de opvanglocatie Mrija. Na eerdere beëindiging van zijn opvang vanwege voorlopige hechtenis, meldde eiser zich opnieuw voor opvang, maar kreeg mondeling en schriftelijk toegang geweigerd. De voorzieningenrechter oordeelde eerder dat het college de melding als aanvraag moest behandelen en binnen twee weken na melding een beslissing moest nemen.
Eiser stelde dat hij zich op 19 en 20 november 2025 had gemeld, maar kon dit niet met stukken onderbouwen. Het college gaf aan dat de aanvraagdatum 25 november 2025 was, waarna de beslistermijn tot 9 december 2025 liep. Het college nam op die datum een besluit, waarmee niet voldaan was aan het niet tijdig beslissen. Het beroep van eiser was daarom prematuur.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak over het beroep staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.