Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (de minister).
Inleiding
mr. P.C. Cup, ir. [persoon A] en dr. [persoon B] .
Rechtbank Rotterdam
TSP heeft via QRail een aanvraag ingediend om locomotief 2551 in het Europees voertuigregister te autoriseren voor België, waarbij de schrapping van de Belgische beperkingencode 34 werd beoogd. De minister heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij op grond van de Spoorwegwet, Richtlijn 2016/797 en Uitvoeringsbesluit 2018/1614 niet bevoegd is om een in België toegekende beperkingencode te schrappen.
De rechtbank overweegt dat het Europees voertuignummer (EVN) en de beperkingencode verschillende begrippen zijn en dat het EVN niet de bevoegdheid tot schrapping van de beperkingencode aan de minister verleent. Daarnaast is vastgesteld dat de vergunning voor België in 1961 is verleend, maar in 2011 is ingetrokken en de registratie in België in 2012 is doorgehaald met beperkingencode 34. Hierdoor is de locomotief niet meer toegestaan op het Belgische spoornetwerk.
TSP betoogt dat België nog deel uitmaakt van het gebruiksgebied van de locomotief, maar de rechtbank wijst dit af omdat TSP geen rechtsmiddelen in België heeft aangewend tegen de intrekking en doorhaling. Het gebruiksgebied bestaat daardoor alleen uit Nederland, waardoor de minister ook om die reden niet bevoegd is om de Belgische beperkingencode te schrappen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van het verzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van TSP wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot schrapping van de Belgische beperkingencode blijft in stand.