Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de e-mail van 4 december 2025 van verzoeker, waarin hij mededeelt dat hij de rechter wraakt;
- de e-mail van 8 december 2025 van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, waarin verzoeker is medegedeeld dat uiterlijk op 22 december 2025 om 12:00 uur een advocaat zich namens hem moet stellen in de wrakingsprocedure;
- de e-mails in de periode van 8 december 2025 tot en met 17 december 2025 tussen de algemeen secretaris van de wrakingskamer en verzoeker.
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
omdat wraking niet wenselijk/mogelijk zou zijn”. De wrakingskamer verwerpt daarom het standpunt dat de verleende termijn van twee weken te kort is geweest.