Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2026, met bijlagen;
- de mail van de gemachtigde van [eiser 1] en [eiser 2] met nadere producties;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eisers huren sinds 1 februari 2025 een woning van gedaagde op basis van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 februari 2026. Gedaagde vorderde in kort geding ontruiming wegens huurachterstand en boetes. Partijen sloten op 13 november 2025 een proces-verbaal met afspraken over ontruiming en betaling.
Eisers betwisten de executie van het proces-verbaal en beroepen zich op dwaling vanwege onjuiste advisering door hun advocaat. De kantonrechter oordeelt dat dwaling niet slaagt omdat eisers zich hebben laten bijstaan en eventuele fouten van de advocaat voor hun eigen risico zijn.
Het proces-verbaal geeft gedaagde een executoriale titel tot ontruiming na 31 januari 2026. Hoewel gedaagde bevoegd is tot ontruiming, leidt onmiddellijke executie tot misbruik van bevoegdheid vanwege het belang van de minderjarige kinderen en het ontbreken van een zorgvuldige belangenafweging. Daarom wordt ontruiming tot 1 maart 2026 verboden met een dwangsom, zodat eisers tijd krijgen voor alternatieve huisvesting.
Uitkomst: Ontruiming van de woning wordt tot 1 maart 2026 verboden wegens misbruik van bevoegdheid en belangen van minderjarige kinderen.