De burgemeester van Voorne aan Zee heeft op 30 januari 2026 besloten de woning van verzoeker te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat politie op 29 december 2025 een vuurwapen, munitie en 9,2 gram methamfetamine in de woning aantrof. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 23 februari 2026 en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat deze bevoegdheid discretionair is. Verzoeker voerde aan dat de sluiting niet geschikt, noodzakelijk of evenwichtig zou zijn, onder meer omdat er geen overlast was en geen risico voor omwonenden.
De voorzieningenrechter verwierp deze argumenten. De sluiting is een geschikt middel om de overtreding van de Opiumwet te beëindigen en verdere overtredingen te voorkomen. De aanwezigheid van harddrugs en een vermoedelijk verboden vuurwapen, alsmede eerdere politiecontacten van verzoeker met betrekking tot drugs en wapens, rechtvaardigen de sluiting. De gevolgen voor verzoeker, waaronder het verlies van gebruik van de woning en mogelijke ontruiming, zijn niet zodanig zwaar dat de sluiting onredelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen, waardoor de burgemeester de woning mag sluiten. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.