Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- De heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] , bijgestaan door hun gemachtigde, mr. W. Boeters;
- De heer [gedaagde] , bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. H.A.A. Voermans;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak huurt eiser een bedrijfspand van gedaagde sinds januari 2020 voor vijf jaar. Gedaagde vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens een vermeende huurachterstand van acht maanden. De huurachterstand werd vlak voor de zitting betaald, waarna de vordering tot betaling werd ingetrokken.
De kantonrechter wees op 14 november 2025 het vonnis toe tot ontbinding en ontruiming, dat uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. Eiser startte een executiegeschil om de ontruiming te voorkomen, stellende dat het vonnis berust op een evidente feitelijke misslag, omdat de huurachterstand in werkelijkheid vijf maanden bedroeg in plaats van acht.
De kantonrechter constateerde dat de dagvaarding onjuist was en dat de feitelijke situatie op de zitting anders was dan in het vonnis vermeld. Omdat de volledige huurachterstand inmiddels was ingelopen, achtte de kantonrechter het verschil tussen vijf en acht maanden substantieel genoeg om de tenuitvoerlegging te schorsen tot het hoger beroep is beslist.
Gedaagde's verweer dat de ontbinding ook bij vijf maanden huurachterstand zou zijn toegewezen, werd verworpen. De kantonrechter veroordeelde gedaagde in de proceskosten en verklaarde de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter schorst de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wegens een feitelijke misslag tot het hoger beroep is beslist.