Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juli 2025, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met bijlage;
- de spreekaantekeningen van mr. Jonker;
- de spreekaantekeningen van mr. Hooijer.
2.Het geschil
In conventie en in reconventie
B.ERFSTELLINGEN EN LEGATEN
[eiser], geboren te [plaats] op (…), met wie ik een gemeenschappelijke huishouding voer en met wie ik (…) een samenlevingsovereenkomst ben aangegaan tot mijn enige erfgenaam.
3.De beoordeling
In conventie en in reconventie
“ Ja daar is niks in veranderd”betrekking hebben gehad op de vraag van [eiser] over het pensioen en testament, dan nog is dat onvoldoende om aan te nemen dat de affectieve relatie voortduurde. Als vaststaand moet dan ook worden aangenomen dat erflater en [eiser] geen affectieve relatie meer hadden op het moment van overlijden van erflater en dat alleen sprake was van een goede relatie in het kader van co-ouderschap. Dat betekent dat [eiser] op het moment van overlijden van erflater geen partner was zoals bedoeld in zijn testament. De vraag of de benoeming door erflater van zijn partner al dan niet onlosmakelijk verbonden is met de samenwoning, behoeft daarom ook niet beantwoord te worden. Ook de vraag of de samenwoning is geëindigd door omstandigheden buiten de wil van erflater en [eiser] om, kan onbeantwoord blijven. Dit betekent dat de beschikkingen die erflater ten gunste van [eiser] heeft gemaakt zijn komen te vervallen. Zij is dus geen erfgenaam en ook geen executeur.