ECLI:NL:RBROT:2026:2398
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.S. Flikweert
- L. den Teuling
- I.M. Braam
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens ontucht en verkrachting met gevangenisstraf en schadevergoeding
De rechtbank Rotterdam heeft op 27 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1972, die is veroordeeld voor ontuchtige handelingen gepleegd tussen 1 en 30 juni 2024 met aangeefster in een staat van verminderd bewustzijn. Tevens is bewezen dat verdachte aangeefster in de nacht van 24 op 25 augustus 2024 en rond 14 september 2024 heeft verkracht door meerdere vingers in haar vagina te brengen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling. De reclassering is belast met toezicht en begeleiding van de naleving van deze voorwaarden.
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade is toegewezen tot een bedrag van €5.000,-, terwijl de vordering tot vergoeding van materiële schade niet-ontvankelijk is verklaard. Na de uitspraak is een herstelvonnis gewezen om een kennelijke fout in het dictum te herstellen, waarbij de reclassering expliciet is opgedragen toezicht te houden en begeleiding te bieden.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis hebben gewezen. De advocaten van verdachte en benadeelde partij waren bij de procedure betrokken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een immateriële schadevergoeding van €5.000 aan de benadeelde partij.