Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
2.De feiten, in conventie en in reconventie
3.Het geschil
4.De beoordeling in conventie
De eigenaar van het dienende erf kan een wijziging of beëindiging van de erfdienstbaarheid alleen bewerkstelligen door daartoe afspraken te maken met de eigenaar van het heersende erf en die afspraken vast te laten leggen in een notariële akte dan wel door een vordering tot wijziging of opheffing van de erfdienstbaarheid in te stellen bij de rechter op de voet van artikel 5:78 BW Pro. Dat is niet gebeurd.
Nog daargelaten dat die afspraak niet vast is komen te staan – Bovast meent dat de afspraken over een voet- en lorriepad betrekking hebben op andere percelen, en [gedaagden] laten na hun stelling te onderbouwen – heeft te gelden dat een dergelijke afspraak niet tot een wijziging van de erfdienstbaarheid leidt nu dat nimmer notarieel is vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de betwisting van [gedaagden] dat Bovast ongehinderd gebruik heeft kunnen maken van de erfdienstbaarheid van weg. Zij verwijzen daartoe naar verklaringen van hun rechtsvoorgangers. Die verklaringen – die overigens niet zijn overgelegd en waarvan Bovast de juistheid betwist – gaan over de wijze waarop Bovast en [naam 2] de weg in het verleden hebben gebruikt. De gestelde wijze van gebruik kan niet leiden tot het tenietgaan van de bestaande erfdienstbaarheid.
de erfdienstbaarheid van weg om ongehinderd te komen van en te gaan naar de openbare weg op de voor het lijdend erf minst bezwarende wijze”. Partijen verschillen van mening over de uitleg van die bepaling.
het recht van weg” alleen ziet op het recht om per auto en per voet over de perceelsgedeelten te gaan. Daaronder valt niet het agrarisch gebruik of het gebruik met groter materieel zoals een vrachtwagen. Verder betwisten [gedaagden] dat Bovast en haar rechtsvoorganger al die jaren te goeder trouw en zonder tegenspraak de erfdienstbaarheid met zwaar materieel hebben uitgeoefend. [naam 4] , de rechtsvoorganger van [gedaagden] , kan verklaren dat hij heeft gedoogd dat Bovast gebruik maakte van zijn perceel maar dat dit gebruik niet op basis van een erfdienstbaarheid was gebaseerd.
ongehinderd te komen van en te gaan naar de openbare weg” kan worden uitgeoefend. Wel is aan het begin van de Akte, bij de omschrijving van het registergoed, vermeld dat het gaat om een perceel tuinland en dat de koper het als tuinland gaat gebruiken (zie overweging 2.1.), evenwel zonder toelichting en zonder iets over een schuur te zeggen. Op de zitting heeft Bovast gesteld dat de (/een) schuur er al stond ten tijde van de splitsing in 1998, wat steun vindt in de bij de Akte behorende situatieschets zoals opgenomen in 2.1.
In het kader van de uitleg van de partijbedoeling naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte, roept dit de vraag op of het genoemde gebruik als tuinland iets zegt over de partijbedoeling. De zinsnede lijkt een indicatie op te leveren dat [naam 1] en [naam 2] de erfdienstbaarheid hebben gevestigd met het oog op het gebruik van het heersende erf (en de daarop staande schuur) als tuinland. De vraag of de zinsnede van betekenis is voor de bedoeling van [naam 1] en [naam 2] ten aanzien van de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid, wat het gebruik als tuinland concreet inhoudt en welke gevolgen dat heeft voor de wijze waarop de weg wordt gebruikt (lees: met welke voertuigen er overheen mag worden gereden, door wie en met welke frequentie), is ter zitting echter onderbelicht gebleven. Partijen, eerst Bovast en daarna [gedaagden] , worden in de gelegenheid gesteld om zich daarover uit te laten.
5.De beoordeling in voorwaardelijke reconventie
- een snelheidslimiet van 10 km/u aan te houden op het perceel van [gedaagden] ;
- niet achteruit te rijden over het perceel van [gedaagden] ;
- op het perceel van [gedaagden] maximaal een strook met een breedte van 2,75 meter te gebruiken;
- tussen 20.00 uur en 08.00 uur niet over het perceel van [gedaagden] te rijden.
- de hoge frequentie waarop Bovast en haar bezoekers gebruik maken van de weg;
- de snelheid waarmee Bovast en haar bezoekers over de weg rijden, wat gevaar oplevert voor onder andere de kinderen van [gedaagden] ;
- Bovast en haar bezoekers rijden achteruit en keren op het perceel van [gedaagden] , wat niet is toegestaan;
- [gedaagden] ondervinden schade in de vorm van scheurvorming aan zijn schuur en het buurhuis door de langsrijdende vrachtwagens.
Van [gedaagden] wordt verlangd zich hierover nader uit te laten. Daarna mag Bovast daarop reageren.
6.De beslissing
woensdag 8 april 2026voor het nemen van een akte door Bovast over hetgeen is overwogen in 4.13. en 4.17.;
woensdag 8 april 2026voor het nemen van een akte door [gedaagden] over hetgeen is overwogen in 5.17.;