Uitspraak
Den Haag,
3. RECHTBANK DEN HAAG,
1.De procedure
2.Het verzoek
- wie [verweerder] is;
- wie aan het gesprek hebben deelgenomen of anderszins bij de totstandkoming van dit gesprek betrokken zijn geweest;
- wat de aanleiding voor en de inhoud van het gesprek zijn geweest; en
- wie op de hoogte van de uitkomst van dit gesprek waren en wanneer zij dat waren.
mr. [voormalig advocaat] , mr. [toenmalige collega] , mr. [getuige 1] , mr. [getuige 2] , mr. [getuige 3] , mr. [getuige 4] , mr. [getuige 5] en de heer [naam] .
3.Het verweer
mr. [voormalig advocaat] . Het is volgens de Staat in strijd met de goede procesorde om alle andere getuigen, met name de rechterlijk ambtenaren, zonder enige andere onderbouwing op te roepen.
4.De beoordeling
mr. [voormalig advocaat] , sluit niet uit dat er in het tweede semester van 2019 nog een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden. Daarover kan het horen van getuigen duidelijkheid brengen. Omdat [verzoeker] zelf niet bij het vermeende gesprek aanwezig was, kan van hem niet worden verwacht dat hij – bijvoorbeeld – het precieze moment waarop het gesprek heeft plaatsgevonden of de inhoud van het gesprek verder concretiseert.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)