ECLI:NL:RBROT:2026:2573
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake vertrek gemeentelijke opvang na terugkeerbesluit
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft tijdelijke bescherming genoten onder de Richtlijn tijdelijke bescherming. Zijn aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid is afgewezen en tegen hem is een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Het college heeft verzoeker schriftelijk medegedeeld dat hij de gemeentelijke opvanglocatie uiterlijk 14 februari 2026 moet verlaten, omdat hij Nederland uiterlijk 14 december 2025 had moeten verlaten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze mededeling en vroeg om een voorlopige voorziening om in de opvang te mogen blijven totdat op zijn bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mededeling van het college geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat deze niet gericht is op het wijzigen van de rechtspositie van verzoeker, maar voortvloeit uit het terugkeerbesluit.
Omdat de mededeling geen besluit is, kan verzoeker daartegen geen bezwaar of beroep instellen en kan de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening treffen. De voorzieningenrechter verklaart zich daarom onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de mededeling om de gemeentelijke opvang te verlaten.