ECLI:NL:RBROT:2026:258

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
11613112 CV EXPL 25-7845
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van opleidingskosten en toetsing van algemene voorwaarden op oneerlijke bepalingen

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiseres], h.o.d.n. [handelsnaam], en [gedaagde]. De eiseres vorderde betaling van € 1.489,- aan openstaande opleidingskosten, die [gedaagde] niet had voldaan ondanks een betalingsregeling. De kantonrechter oordeelde dat er een geldige opleidingsovereenkomst tussen partijen bestond, en dat [gedaagde] de kosten volledig moest betalen. Het verweer van [gedaagde] dat de overeenkomst mondeling was ontbonden, werd verworpen omdat dit niet voldoende was onderbouwd.

Daarnaast heeft de kantonrechter ambtshalve de algemene voorwaarden van [eiseres] getoetst op oneerlijke bepalingen. De kantonrechter oordeelde dat bepaalde kosten, zoals administratiekosten en rente, onredelijk bezwarend waren en daarom niet konden worden opgelegd aan [gedaagde]. De kantonrechter heeft de vordering tot betaling van deze extra kosten afgewezen, omdat de bepalingen in de algemene voorwaarden in strijd waren met de wet en als oneerlijk werden aangemerkt.

De proceskosten werden toegewezen aan [eiseres], omdat [gedaagde] grotendeels ongelijk kreeg. De totale proceskosten werden begroot op € 913,14, inclusief wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat [eiseres] het vonnis onmiddellijk kon uitvoeren zonder dat [gedaagde] daar bezwaar tegen had gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11613112 CV EXPL 25-7845
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] , h.o.d.n. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.A. Patandin,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S. Kegreisz.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 18 maart 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van [eiseres] van 14 oktober 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 1 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] met haar gemachtigde en de gemachtigde van [gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft op 22 september 2023 met [eiseres] een onderwijsovereenkomst gesloten voor een opleiding tot schoonheidsspecialiste. Van de opleidingskosten is een bedrag van € 1.489,- niet betaald, ook niet na een getroffen betalingsregeling. [eiseres] eist daarom betaling van dat bedrag, met kosten en rente. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Deze wordt echter grotendeels toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Overeenkomst
2.2.
Vaststaat dat [gedaagde] het inschrijfformulier voor de opleiding heeft ondertekend, de starterskosten heeft betaald en lessen heeft gevolgd. Gelet hierop wordt daarom er vanuit gegaan dat partijen een rechtsgeldige overeenkomst hebben gesloten. Voor zover [gedaagde] heeft willen betogen dat dat niet het geval is, wordt dat verweer verworpen. Haar stelling dat zij de overeenkomst mondeling heeft ontbonden, wordt ook verworpen. Nog daargelaten dat [eiseres] dat gemotiveerd heeft betwist, is die stelling op geen enkele wijze geconcretiseerd. Geoordeeld wordt dus dat [gedaagde] de opleidingskosten volledig moet betalen. Omdat niet is weersproken dat € 1.489,- onbetaald is gebleven, wordt zij veroordeeld dat alsnog te betalen. Dat deel van de vordering wordt toegewezen.
Ambtshalve toetsing
2.3.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van [eiseres] oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. [eiseres] mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht.
2.4.
[eiseres] brengt op grond van haar algemene voorwaarden voor het treffen van een betalingsregeling 15% over het openstaande bedrag aan administratiekosten in rekening. Geoordeeld wordt dat een dergelijk beding onredelijk bezwarend is. In dit geval gaat dat over een bedrag van € 428,85. Dit staat niet in verhouding tot de hoogte van het bedrag waarvoor de regeling is getroffen en evenmin valt in te zien dat en hoe het in verhouding staat tot de feitelijke administratieve inspanning. Dit beding wordt vernietigd. De administratiekosten worden afgewezen.
2.5.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente ook af. In artikel 22.2 van de algemene voorwaarden van [eiseres] staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [eiseres] het recht heeft om de afgesproken prijs met 7% te verhogen als [gedaagde] te laat betaalt. Op grond van de wet zou [gedaagde] als zij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met artikel 22.2 dus in het nadeel van een consument af van de wet door de afgesproken prijs te verhogen met een boetepercentage van 7%. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Proceskosten
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 913,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.489,-;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 913,14 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954