Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van [eiseres] van 14 oktober 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een openstaand bedrag van € 1.489,- voor een opleiding tot schoonheidsspecialiste. Gedaagde heeft het inschrijfformulier ondertekend, starterskosten betaald en lessen gevolgd, waardoor de kantonrechter een geldige overeenkomst vaststelt. Het verweer van gedaagde dat de overeenkomst mondeling is ontbonden wordt verworpen.
De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bepalingen conform Richtlijn 93/13 EG. Een beding dat 15% administratiekosten rekent bij betalingsregelingen wordt als onredelijk bezwarend vernietigd, evenals een bepaling die een boete van 7% bij te late betaling toestaat. Hierdoor worden administratiekosten, incassokosten en rente afgewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag en de proceskosten van € 913,14, met wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het anders of meer gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van € 1.489,-, terwijl extra kosten en rente worden afgewezen wegens oneerlijke bepalingen.