Art. 3 aanhef en onder g TransportverordeningArt. 6 derde lid TransportverordeningBijlage I Hoofdstuk VII onderdeel E TransportverordeningArt. 6.2 eerste lid Wet dierenArt. 8.7 Wet dieren
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs overbelading kuikens bij vervoer
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een boete van €1.500,- opgelegd door de minister van Landbouw wegens vermeende overbelading van kuikens tijdens vervoer. De boete was gebaseerd op een rapport van de NVWA waarin werd gesteld dat de kuikens onvoldoende vloeroppervlak hadden, wat zou leiden tot onnodig lijden.
Eiseres betwistte de bevindingen, met name de representativiteit van het gewogen aantal kuikens en de interpretatie van de foto’s. De rechtbank oordeelde dat het rapport onvoldoende bewijs bevatte om vast te stellen dat de beladingsnorm was overschreden, mede omdat slechts 10 van de 35 kuikens waren gewogen en het verschil in gewicht tussen hanen en hennen niet was meegenomen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet had bewezen dat eiseres de overtreding had begaan en vernietigde het boetebesluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De boete van €1.500 wegens vermeende overbelading van kuikens wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/147
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
(gemachtigde: mr. J. van Groningen),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
(gemachtigde: mr. E.A. Verhulp).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een boete van € 1.500,- die verweerder met het besluit van 31 mei 2024 aan eiseres heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boete ten onrechte heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2. staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3. staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4.1. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 9 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het boetebesluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, [naam] (directeur van eiseres), en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 4 april 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende.
“ Datum en tijdstip van de bevinding: 7 maart 2024, omstreeks 09:51 uur.
Tijdens een regulier toezicht werd ik door een medewerkster kwaliteit / dierwelzijn vanPluimveeslachterij C. van Miert B.V. op de hoogte gebracht dat de eerste vrachtwagenafkomstig van [eiseres] ([nummer]) met kentekens [kenteken] /[kenteken] (zie foto's 1 en 2) overbeladen zou zijn. Er zouden 34 tot 36 kuikens per ladegeladen zijn door de vangploeg in plaats van de geplande 32 (zie bijlage slachtplanning07-03-2024).
Bij controle van de vrachtwagen met kentekens [kenteken] / [kenteken] heb ik samen met eenmedewerker van het slachthuis het aantal kuikens in een lade geteld en we kwamen op eenaantal van 35 kuikens. De kuikens zaten dicht tegen elkaar en zelfs op elkaar en er was geenruimte om zich te verplaatsen (zie foto 3). Tien van deze kuikens uit de getelde lade hebbenwe apart gewogen en kwamen tot een gemiddeld gewicht van 2,53 kilo.Volgens Vo. EG 1/2005, Bijlage 1, Hoofdstuk VII onder E, mag er bij kuikens met een gewicht van 1,6 tot <3 kg maximaal 1 kg per 160 cm 2 geladen worden. De kuikens waren geladen in stork-containers met 10 lades. Breedte per lade is 112 cm en lengte per lade is 118 cm (volgens gegevens van het slachthuis). Het vloeroppervlak per lade bedraagt 13.216 cm².
Berekening van de getelde lade: De getelde lade met 35 kuikens had een gemiddeld nettogewicht van 2,53 kg x 35 kuikens = 88,55 kg. De oppervlakte van één lade is 13.216 cm².De berekening is: 13.216 cm 2/88,55 kg = 149,25 cm². 160-149,25 = 10,75 cm² te weinigoppervlakte per lade. De overbelading is 10,75/160x100% = 6,72%. Er was hier sprake vaneen overbelading van 6,72% (zie bijlage berekening overbelading).
Bij nadere inspectie van de volle containers afkomstig van vrachtwagen met kentekens[kenteken] / [kenteken], zag ik dat de kuikens weinig of geen ruimte in de lades hadden. Ik zag ook dat er geen ruimte meer beschikbaar was voor de kuikens om zich binnen de lade teverplaatsen. Ik zag zelfs dat sommige kuikens op hun soortgenoten zaten. Volgens de EFSAScientific Opinion uit 2022, bladzijde 46, (zie bijlage) zijn deze waarnemingen tekenen vanonvoldoende vloeroppervlak. Een tekort aan vloeroppervlak zorgt voor onnodig lijden en pijn bij de dieren.
De pluimveehouder is als houder van de dieren verantwoordelijk voor de omgang met dedieren tijdens het vangen en het plaatsen van de dieren in de containers en dientengevolgehet welzijn van de kuikens op dat moment.
Het is verboden dieren te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijkletsel of onnodig lijden berokkent. De dieren dienen, gelet op hun grootte en op hetvoorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak te beschikken; dat was op devrachtwagen met de kentekens [kenteken] / [kenteken] niet het geval, want ik zag dat dekuikens dicht tegen elkaar zaten en zelfs op elkaar zaten en dat ze niet allemaal tegelijkkonden liggen en er totaal geen vrije ruimte beschikbaar was binnen de lades.
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met artikel 3 aanhefPro en onder g vanVerordening (EG) nr. 1/2005. Dit is een overtreding op grond van artikelen 2.5 en 6.2, eerste lid, van de Wet dieren in samenhang met artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren.”
3.2.
Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “Het is verboden dieren te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren letsel en onnodig lijden berokkent. De dieren beschikten, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, niet over voldoende vloeroppervlak en stahoogte op de vrachtwagen met de kentekens [kenteken] / [kenteken].”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikelen 2.5 en artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8 van de Regeling houders van dieren, en met artikel 3, aanhef en onder g, van de Transportverordening [1] .
Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 1.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft verweerder bewezen dat eiseres de overtreding heeft begaan?
4. Eiseres voert aan dat niet is bewezen dat sprake was van overbelading. Er zijn slechts tien dieren gewogen en dat is onvoldoende. Bij een veronderstelde overbelading moeten alle dieren in de krat worden gewogen. Zo weegt een haan meer dan een hen en is niet uitgesloten dat de inspecteur alleen hanen heeft gewogen. Ook had een foto van de wegingen niet mogen ontbreken. Dat de vleeskuikens dicht tegen elkaar zaten, niet tegelijk konden liggen en totaal geen vrije ruimte hadden – zoals in het rapport staat – kan niet vanaf de buitenkant van de krat worden geconstateerd. De bij het rapport gevoegde foto toont slechts een klein gedeelte van de voorkant van de krat en daarop is niet te zien of er achterin de krat ruimte is. Ook is het opmerkelijk dat geen foto is gemaakt toen de krat uit de vrachtwagen is gehaald; dan was de hele krat te zien geweest. De inspecteur heeft eiseres ten onrechte essentiële informatie onthouden, waardoor eiseres op onaanvaardbare wijze in haar verdediging is geschaad. Voorts wijst eiseres erop dat op het bij het rapport gevoegde formulier is ingevuld dat zich in iedere lade 32 vleeskuikens bevonden, wat een contra-indicatie is voor de bevinding van de inspecteur dat sprake was van 34 tot 36 kuikens per lade. Daarnaast stelt verweerder ten onrechte dat eiseres heeft erkend dat er iets is misgegaan. Eiseres heeft alleen aangegeven dat uitgaande van de door verweerder gepresenteerde feiten er dan iets mis moet zijn gegaan, maar heeft niet erkend dat er daadwerkelijk iets is misgegaan. Nu wettig en overtuigend bewijs ontbreekt heeft verweerder ten onrechte een boete opgelegd, aldus eiseres.
4.1.
In een geval als het onderhavige waarin een boete is opgelegd rust de bewijslast dat sprake is van een overtreding, gelet op het vermoeden van onschuld, op het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd. Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) [2] , mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een toezichtrapport, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
4.2.
Verweerder verwijt eiseres overtreding van artikel 3, aanhef en onder g, van de Transportverordening, waarin – kort gezegd – staat dat bij het vervoer dieren, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte moeten beschikken. In Bijlage I, Hoofdstuk VII van de Transportverordening is per soort vervoer en diersoort neergelegd over hoeveel ruimte de dieren moeten beschikken. Voor pluimvee met een gewicht tussen 1,6 en 3 kg is een minimum vloeroppervlakte vastgesteld van 160 cm² per kilogram. Voor de vaststelling of deze norm wordt overschreden dient dus de oppervlakte van de lades waarin de kuikens worden vervoerd en het gewicht van de kuikens vastgesteld te worden.
4.3.
Wat betreft de oppervlakte is de toezichthouder uitgegaan van 13.216 cm² voor een lade in de gebruikte Stork-containers, maar in het verweerschrift heeft verweerder aangegeven dat uit nieuwe informatie van de fabrikant van de containers is gebleken dat de lades groter zijn, namelijk 13.570 cm². Dit maakt volgens verweerder echter geen verschil, omdat ook dan nog steeds sprake is van overbelading. [3]
Wat betreft het gewicht is verweerder uitgegaan van een gemiddeld gewicht per kuiken van 2,53 kg. Dit heeft de toezichthouder vastgesteld door van de krat met 35 kuikens 10 kuikens te wegen en daar het gemiddelde van te berekenen. In een uitspraak waarnaar verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen, heeft het CBb overwogen [4] dat verweerder uit een oogpunt van praktische uitvoerbaarheid van de handhaving van de beladingsnorm, in redelijkheid mag uitgaan van het gemiddeld gewicht per dier en dat niet kan worden verlangd dat ieder kuiken afzonderlijk wordt gewogen. Dat neemt evenwel niet weg dat het gemiddeld gewicht waarvan wordt uitgegaan wel voldoende representatief moet zijn. In de zaak waarin het CBb heeft geoordeeld was het gemiddeld gewicht berekend op basis van het totale gewicht van alle kuikens op de vrachtwagen. De rechtbank is uit andere zaken bekend dat dit een gebruikelijke methode is om de mate van overbelading vast te stellen. [5] Uit documenten (zoals een KRAS-lijst of weegbon) wordt dan het aantal vervoerde kuikens en het totale gewicht van de kuikens vastgesteld, waaruit een gemiddeld gewicht per kuiken wordt verkregen. In het geval van eiseres heeft de toezichthouder een afwijkende methode gebruikt door kuikens in een krat afzonderlijk te wegen. Op zichzelf kan ook deze methode, net als de meer gebruikelijke methode, een voldoende nauwkeurig gemiddeld gewicht opleveren. In dit geval heeft de toezichthouder echter slechts 10 van de 35 kuikens gewogen, terwijl eiseres onderbouwd heeft gesteld dat er grote verschillen zijn in het gewicht tussen hanen en hennen van dit betreffende ras. Uit de ter zitting getoonde groeicurve van het vleeskuikenras Ross is de rechtbank gebleken dat dit een verschil kan zijn van 500 gram op 42 dagen. Gelet op dit verschil kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat de weging van 10 kuikens een voldoende representatief gewicht oplevert van alle 35 kuikens uit de krat. Daarbij merkt de rechtbank op dat uit het rapport van bevindingen ook niet blijkt of de toezichthouder zowel meerdere hennen als hanen heeft gewogen, dan wel dieren met grotere verschillen in gewicht. Het rapport vermeldt namelijk niet wat er per kuiken is gewogen, maar alleen de uitkomst, namelijk een gemiddeld gewicht van 2,53 kg. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat een afwijking van dit gemiddelde vanaf 100 gram reeds voldoende is voor de conclusie dat de bezetting in de krat wel binnen de beladingsnorm valt. [6]
4.4.
Aldus staat met de beschrijvingen in het rapport over de berekende oppervlakte per kuiken in een van de kratten voor de rechtbank niet vast dat eiseres de beladingsnorm uit de Transportverordening heeft overschreden. Ook overigens bevat het rapport van bevindingen – tegenover de betwisting door eiseres – niet voldoende bewijs dat eiseres dieren heeft laten vervoeren die over onvoldoende vloeroppervlak beschikten. In het rapport wordt onder verwijzing naar een foto beschreven dat de kuikens dicht tegen elkaar en op elkaar zaten en geen ruimte hadden om zich te verplaatsen, maar de foto biedt geen toereikend beeld van de krat om de vaststelling dat sprake was van overbelading te kunnen ondersteunen.
4.5.
Nu niet kan worden vastgesteld dat eiseres de overtreding heeft begaan, was verweerder niet bevoegd eiseres de boete op te leggen. Gelet op deze conclusie behoeven de overige beroepsgronden van eiseres geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en herroept het primaire besluit. Dit betekent dat de boete vervalt.
6. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het besluit van 9 december 2024;
herroept het primaire besluit;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Transportverordening
Artikel 3, aanhef en onder g
Het is verboden dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.
Bovendien moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
de dieren beschikken, gelet op hun grootte en op het voorgenomen transport, over voldoende vloeroppervlak en stahoogte;
Artikel 6, derde lid
De vervoerders vervoeren de dieren in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage I.
Bijlage I, Hoofdstuk VII, onderdeel E
E. Pluimvee
Beladingsdichtheid voor het vervoer van pluimvee in containers
De minimumvloeroppervlaktes worden als volgt vastgesteld:
Categorie
Oppervlakte in cm²
Eendagskuikens
21-25 per kuiken
Pluimvee, behalve eendagskuikens: gewicht in kg
Oppervlakte in cm2 per kg
< 1,6
180-200
1,6 tot < 3
160
3 tot < 5
115
> 5
105
Deze getallen kunnen variëren, afhankelijk niet alleen van het gewicht en de grootte van de dieren, maar ook van hun fysieke conditie, de weersomstandigheden en de vermoedelijke transporttijd.
Wet dieren
Artikel 6.2, eerste lid
Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen en EU-besluiten betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
Artikel 8.7
Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
Regeling houders van dieren
Artikel 4.8
Als voorschriften als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet, worden aangewezen de artikelen 3 tot en met 9 en 12, van verordening (EG) nr. 1/2005 (…).
Voetnoten
1.Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG
6.Oppervlakte krat (13.570 cm²) gedeeld door de norm (160 cm²/kg) betekent maximaal 84.81 kg per krat toegestaan. 84,81 kg gedeeld door 35 kuikens = maximaal 2.42 kg per kuiken