ECLI:NL:RBROT:2026:2993
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om ontheffing arbeidsverplichtingen wegens mantelzorg
Verzoekster, een bijstandsgerechtigde die mantelzorg verleent aan haar chronisch zieke partner, vroeg het college om ontheffing van arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Het college wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat verzoekster door medische of dringende sociale redenen geheel niet in staat was om activiteiten te verrichten die uitstroom uit de uitkering bevorderen.
Verzoekster stelde dat mantelzorg een dringende reden is voor ontheffing, omdat zij 24 uur per dag zorg en monitoring moet bieden, inclusief het toedienen van levensreddende medicatie. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat mantelzorg geen dringende reden vormt voor ontheffing en dat verzoekster onvoldoende had onderbouwd dat zij niet kon participeren of dat zorg uitbesteden niet mogelijk was.
De medische beoordeling richtte zich alleen op verzoeksters eigen gezondheid en liet de mantelzorgsituatie over aan het college. De voorzieningenrechter benadrukte dat de bewijslast voor dringende redenen bij verzoekster ligt en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om ontheffing van arbeidsverplichtingen en tegenprestatie wegens mantelzorg wordt afgewezen.