In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 8 januari 2026, wordt de erkenning van een huwelijk en de echtscheiding tussen partijen behandeld. De vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. W. de Deugd, verzoekt om erkenning van het huwelijk dat in Eritrea is gesloten en om echtscheiding. De man heeft geen verweer gevoerd tegen de erkenning van het huwelijk en betwist de duurzame ontwrichting niet. De rechtbank constateert dat de vrouw ten tijde van het huwelijk slechts 12 jaar oud was, wat in strijd is met de Nederlandse wetgeving die een minimumleeftijd van 18 jaar voor huwelijk vereist. Echter, de rechtbank oordeelt dat het huwelijk rechtsgeldig is volgens Eritrees recht en dat de vrouw, na het bereiken van de meerderjarigheid, een verklaring heeft afgelegd waarin zij haar gehuwde staat bevestigt. Hierdoor wordt het huwelijk in Nederland erkend. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en neemt het ouderschapsplan van partijen op in de beschikking. De vrouw wordt als huurster van de echtelijke woning aangesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding.