ECLI:NL:RBROT:2026:3

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/10/696593 / FA RK 25-2274
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning van een kindhuwelijk gesloten in Eritrea en echtscheiding

In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 8 januari 2026, wordt de erkenning van een huwelijk en de echtscheiding tussen partijen behandeld. De vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. W. de Deugd, verzoekt om erkenning van het huwelijk dat in Eritrea is gesloten en om echtscheiding. De man heeft geen verweer gevoerd tegen de erkenning van het huwelijk en betwist de duurzame ontwrichting niet. De rechtbank constateert dat de vrouw ten tijde van het huwelijk slechts 12 jaar oud was, wat in strijd is met de Nederlandse wetgeving die een minimumleeftijd van 18 jaar voor huwelijk vereist. Echter, de rechtbank oordeelt dat het huwelijk rechtsgeldig is volgens Eritrees recht en dat de vrouw, na het bereiken van de meerderjarigheid, een verklaring heeft afgelegd waarin zij haar gehuwde staat bevestigt. Hierdoor wordt het huwelijk in Nederland erkend. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en neemt het ouderschapsplan van partijen op in de beschikking. De vrouw wordt als huurster van de echtelijke woning aangesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
zaaknummer / rekestnummer: C/10/696593 / FA RK 25-2274
Beschikking van 8 januari 2026 over erkenning huwelijk en echtscheiding
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. W. de Deugd te Dordrecht,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 oktober 2025;
  • de berichten van de vrouw van 31 oktober 2025 en 19 november 2025 (met een bijlage).
1.2.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet op 4 december 2025. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
1.4.
De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd in Fia che kemte, Eritrea (Ethiopië), op [huwelijksdatum] .
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , [land] , en
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] , [land] .
2.3.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Scheiding
3.1.1.
De vrouw verzoekt het huwelijk van partijen te erkennen en vervolgens de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.1.2.
De man voert geen verweer tegen de verzochte erkenning van het huwelijk en betwist de gestelde duurzame ontwrichting niet.
Rechtsgeldigheid en erkenning huwelijk
3.1.3.
Uitgangspunt is dat een buiten Nederland gesloten huwelijk wordt erkend wanneer het volgens het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden (artikel 10:31 eerste lid BW). In art. 10:32 aanhef en onder c. BW is echter bepaald dat ongeacht art. 10:31 BW aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval indien een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat erkenning van het huwelijk gevraagd wordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
3.1.4.
De vrouw was ten tijde van het huwelijk 12 jaar oud. Voor het aangaan van een burgerlijk huwelijk geldt in Eritrea een wettelijke minimumleeftijd van 18 jaar, maar er zijn uitzonderingen waarbij een huwelijk op15-jarige leeftijd mogelijk is. Verder volgt uit de literatuur (Marriage Law in Eritrea, Types and Methods of Proof, Amanuel Yohannes Abraha, d.d. 24 juni 2018) dat ook thans nog een kindhuwelijk niet ongebruikelijk is in Eritrea. Het komt voor dat meisjes zich verloven tussen hun 8e en 14e levensjaar en in het huwelijk treden tussen hun 13e en 15e levensjaar. Tot slot geldt dat een huwelijk - dat is gesloten door een minderjarige - geldig is op het moment dat de minderjarige de meerderjarige leeftijd bereikt en gehuwd blijft. Na het bereiken van dit punt is er geen grond meer voor een nietigverklaring.
Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank uit van een rechtsgeldig huwelijk naar Eritrees recht.
3.1.5.
De volgende vraag die beantwoord moet worden, is of het huwelijk van partijen naar Nederlands recht voor erkenning in aanmerking komt.
3.1.6.
Uit artikel 10:32 BW volgt dat aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde en in ieder geval als een der echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat erkenning van het huwelijk gevraagd wordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
3.1.7.
Omdat de vrouw ten tijde van de huwelijksvoltrekking de leeftijd van 12 jaar had, komt het huwelijk van partijen in beginsel niet voor erkenning naar Nederlands recht in aanmerking.
De rechtbank constateert echter dat de vrouw op 31 augustus 2015, dus toen ze meerderjarig was, een verklaring onder ede bij de Nederlandse burgerlijke stand heeft afgelegd over haar gehuwde staat. De rechtbank beschouwt die verklaring als een verzoek om erkenning van het huwelijk. Verder heeft de vrouw een verzoek tot echtscheiding ingediend, waaruit de rechtbank afleidt dat de vrouw zich altijd als een gehuwd persoon heeft beschouwd en dat zij gedurende haar meerderjarigheid het huwelijk erkend wil zien.
3.1.8.
Gelet op de verklaring onder ede van de vrouw, de duur van het huwelijk van partijen, de tien kinderen die uit het huwelijk zijn geboren en het verzoek tot echtscheiding van de vrouw, is naar het oordeel van de rechtbank het huwelijk tussen partijen rechtsgeldig gesloten en hoeft daaraan dus geen erkenning te worden onthouden. Het huwelijk tussen partijen wordt in Nederland dan ook als rechtsgeldig huwelijk erkend. De vrouw is daarmee ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding.
3.1.9.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.
3.2.
Opname ouderschapsplan
3.2.1.
Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld.
3.2.2.
De rechtbank zal overeenkomstig het verzoek bepalen dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking.
3.2.3.
Omdat partijen in het ouderschapsplan zijn overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben, zal het verzoek van de vrouw ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij gebrek aan belang worden afgewezen.
3.3.
Huurrecht woning
3.3.1.
De vrouw verzoekt het huurrecht van de woning.
3.3.2.
De man verzet zich niet tegen dit verzoek.
3.3.3.
De rechtbank beslist volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond.
3.4.
Proceskosten
3.4.1.
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] te Fia che kemte, Eritrea (Ethiopië);
4.2.
neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regelingen zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan;
4.3.
bepaalt dat de vrouw met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, huurster zal zijn van de echtelijke woning aan de [adres] te ( [postcode] ) Dordrecht;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding
4.5.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van C. Naujoks, griffier, op 8 januari 2025.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

[ Afbeelding ouderschapsplan met hierin info van partijen ]