ECLI:NL:RBROT:2026:3001
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake AVG-inzage bij UWV wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) inzage gevraagd in zijn persoonsgegevens die door het UWV worden verwerkt. Na een besluit van het UWV en een daarop volgend bezwaar, heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het UWV te dwingen onverwijld volledige inzage te geven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het spoedeisend belang ontbreekt. Verzoeker stelde dat het spoedeisend belang voortkomt uit een lopende procedure bij de Centrale Raad van Beroep, maar deze procedure is nog niet gepland en kan lang duren, waardoor geen urgentie bestaat.
Ook is overwogen dat het verzoek om volledige inzage geen voorlopige maatregel is en dat verzoeker in de hoofdprocedure aanvullende stukken kan opvragen. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.