ECLI:NL:RVS:2026:978
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bestemmingsplan met verlenging begunstigingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel legde op 27 januari 2025 aan verzoeker zes lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van het bestemmingsplan "Kom Duizel" op zijn perceel H807. Na bezwaar werd één last gedeeltelijk herroepen, maar de overige lasten bleven in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen het besluit ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Verzoeker voerde aan dat de opslag en oppervlakteverhardingen onder het overgangsrecht vielen en dat het college in strijd handelde met het gelijkheidsbeginsel, omdat op het buurperceel vergelijkbare overtredingen zouden zijn toegestaan. De Raad van State oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebruik onder het overgangsrecht viel en dat het college wel degelijk handhavend optreedt tegen overtredingen op het buurperceel. Ook de verschillen in dwangsombedragen waren volgens de Raad gerechtvaardigd.
Verder stelde verzoeker dat het college niet alle relevante stukken had overgelegd en dat de rechtbank het griffierecht had moeten vergoeden. Deze gronden werden verworpen. De Raad van State bevestigde het bestreden vonnis en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, maar verlengde de begunstigingstermijn tot drie maanden na verzending van de uitspraak, zodat verzoeker voldoende tijd heeft om aan de last te voldoen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de begunstigingstermijn wordt verlengd tot drie maanden.