ECLI:NL:RBROT:2026:3094

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
FT RK / 25-1933
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum en looptijd

Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder het te goeder trouw zijn en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zal voldoen.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt. De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op achttien maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 11 februari 2026.

Verzoekster had verzocht om een eerdere ingangsdatum van 27 maart 2025, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de inspanningsplicht, met name het ontbreken van sollicitaties naar een fulltime baan. Verzoekster is door de gemeente ontheven van de arbeidsplicht vanwege de zorg voor jonge kinderen, maar deze ontheffing voldoet niet aan de Wsnp-vereisten.

De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel. Tijdens de Wsnp geldt een postblokkade van dertien maanden. Bij volledige naleving van de verplichtingen eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers niet langer kunnen verhalen op verzoekster.

De uitspraak is in het openbaar gedaan op 11 februari 2026 en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met ingangsdatum 11 februari 2026 en looptijd achttien maanden; verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
11 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt [verzoekster] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 27 maart 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster], verzoekster,
- mevrouw S. Sewlal, schuldhulpverlener van de gemeente Nissewaard,
- mevrouw S. Staugje, schuldhulpverlener van de gemeente Nissewaard.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan, met in het bijzonder de inspanningsplicht. [verzoekster] heeft niet gesolliciteerd naar een fulltime baan, omdat zij door de gemeente is ontheven van de arbeidsplicht. De reden voor deze ontheffing is dat verzoekster de zorg heeft voor één of meer kinderen die jonger zijn dan vijf jaar. Deze vrijstelling is echter niet in lijn met de vrijstelling die vereist is binnen de Wsnp. Bovendien is op dit moment niet duidelijk of [verzoekster] voor een (gedeeltelijke) ontheffing op andere gronden in aanmerking komt.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter- commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1992 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 februari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 11 augustus 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Franken, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. [1]