ECLI:NL:RBROT:2026:3341

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
10-243807-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 2 OpiumwetArt. 2a OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 10b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit vuurwapen, munitie en handel in drugs in Sliedrecht

Op 16 september 2025 werd in de woning van de verdachte in Sliedrecht een pistool, munitie en diverse hoeveelheden drugs aangetroffen. De verdachte ontkende kennis van het vuurwapen en de munitie, maar de rechtbank achtte deze verklaring niet geloofwaardig vanwege DNA-sporen op het pistool en zijn exclusieve toegang tot de verborgen ruimte.

De verdachte bekende dat de drugs, waaronder 2-MMC en 4-MMC, van hem waren. De politie vond meerdere verpakkingen verspreid door de woning en een telefoon met chatberichten die duidden op drugshandel. Ook werd een geldtelmachine aangetroffen, wat de handel bevestigde.

De rechtbank kwalificeerde de feiten als bezit van een vuurwapen en munitie in strijd met de Wet wapens en munitie, en het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Gezien de ernst van de feiten en het gevaar voor de samenleving legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op, waarbij rekening werd gehouden met het feit dat de verdachte geen eerdere veroordelingen had.

De voorlopige hechtenis van de verdachte werd geschorst onder voorwaarden, en de rechtbank besloot tot teruggave van enkele in beslag genomen persoonlijke voorwerpen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 6 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor bezit van vuurwapen, munitie en drugshandel.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-243807-25
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Datum zitting: 23 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] Sliedrecht .
Advocaat van de verdachte: mr. R. Al-Aukaili
Officier van justitie: mr. W.D. van den Berg
Kern van het vonnis
In de woning van de verdachte is een pistool, munitie en drugs aangetroffen. De rechtbank vindt de verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat het pistool en de munitie in de woning lagen niet geloofwaardig. Het verweer dat niet is komen vast te staan dat de aangetroffen stoffen daadwerkelijk stoffen bevatten die in strijd zijn met de Opiumwet, wordt verworpen. De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een pistool, munitie en drugs. Daarbij wordt de verdachte ook veroordeeld voor de handel in drugs. De rechtbank legt aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – een pistool inclusief munitie en drugs voorhanden heeft gehad en dat hij heeft gehandeld in drugs. De volledige tenlastelegging houdt in dat
1
hij op of omstreeks 16 september 2025 te Sliedrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
  • een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool (merk Glock, model 17 kaliber 9x19mm) en/of
  • (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten een of meer kogelpatronen (kaliber 9x19mm)
voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 16 september 2025 te Sliedrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten (782,3 gram) 2-MMC aanwezig heeft gehad;
3
hij op of omstreeks 16 september 2025 te Sliedrecht al dan niet opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 136,2 gram 4-MMC, aanwezig heeft gehad;
4
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 15 september 2025 te Sliedrecht , in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) al dan niet opzettelijk (een) substantie(s) die deel uitmaakt/uitmaken van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of (een) prepara(a)t(en) daarvan, te weten (een) (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) 2-MMC, heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of heeft vervoerd, vervaardigd, in elk geval aanwezig heeft gehad;
5
hij op een of meerdere tijdstip(pen) of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 15 september 2025 te Sliedrecht , in elk geval in Nederland, (meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en MDMA en/of 4-MMC en/of 3-MMC, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of 4-MMC en/of 3-MMC, (telkens) zijnde MDMA en/of 4-MMC en/of 3-MMC (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
1
op 16 september 2025 te Sliedrecht een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool (merk Glock, model 17 kaliber 9x19mm) en voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten een of meer kogelpatronen (kaliber 9x19mm) voorhanden heeft gehad;
2
op 16 september 2025 te Sliedrecht opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA, te weten 782,3 gram 2-MMC aanwezig heeft gehad;
3
op 16 september 2025 te Sliedrecht opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 136,2 gram 4-MMC, aanwezig heeft gehad;
4
in de periode van 1 september 2025 tot en met 15 september 2025 te Sliedrecht , in elk geval in Nederland, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA, te weten gebruikershoeveelheden 2-MMC, heeft, verkocht, in elk geval aanwezig heeft gehad;
5
inde periode van 1 september 2025 tot en met 15 september 2025te Sliedrecht , in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft verkocht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, in ieder geval aanwezig gehad een gebruikershoeveelheid 4-MMCzijnde een)middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de onderstaande bewijsmiddelen en bewijsmotivering.
2.3.2.
Bewijsmiddelen [1]
Feit 1
1.
Proces-verbaal van politie [2]
De verdachte staat ingeschreven op het adres [adres 1] Sliedrecht . In de woning [adres 1] Sliedrecht is op 16 september 2025 in de slaapkamer in een nachtkastje met daarin een verborgen ruimte een pistool, patroonhouder met munitie en zakjes munitie aangetroffen.
2.
Verklaring van de verdachte [3]
Ik was op 16 september 2025 in mijn woning aan de [adres 1] in Sliedrecht . Andere mensen weten niet van de verborgen ruimte in mijn nachtkastje in mijn slaapkamer.
3.
Proces-verbaal van politie [4]
Het op de [adres 1] Sliedrecht aangetroffen vuurwapen heeft het goednummer [beslagnummer 1] . De zes stuks 9 mm patronen die op de [adres 1] Sliedrecht los bij het vuurwapen zijn aangetroffen hebben goednummer [beslagnummer 2] . [5] De 12 stuks 9 mm patronen die op de [adres 1] Sliedrecht los bij het vuurwapen zijn aangetroffen hebben goednummer [beslagnummer 3] . [6] De 10 stuks 9 mm patronen die zijn aangetroffen in het magazijn van het vuurwapen op de [adres 1] Sliedrecht hebben goednummer [beslagnummer 4] .
4.
Proces-verbaal van politie [7]
[beslagnummer 1] is een vuurwapen (pistool), Glock 17 gen 3, 9x19mm. Daaraan is het nummer AASL9662NL gekoppeld. Het pistool is een vuurwapen in de zin van art. 1 onder Pro 3, gelet op art. 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 van de Wwm. [beslagnummer 2] is munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 gelet op art. 2 lid 2 categorie Pro III van de Wwm en geschikt om te worden verschoten met de Glock 17 gen 3. [beslagnummer 3] is munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4 gelet op art. 2 lid 2 categorie Pro III van de Wwm en geschikt om te worden verschoten met de Glock 17 gen 3. [beslagnummer 4] is munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 gelet op art. 2 lid 2 categorie Pro III van de Wwm en geschikt om te worden verschoten met de Glock 17 gen 3.
5.
Proces-verbaal van politie [8]
Het pistool Glock 17 9x19mm met een aan de onderzijde bevestigde laserpointer is voorzien van het nummer AASL9662NL. Het vuurwapen en patroonmagazijn zijn bemonsterd: spoornummer 240645 is voorzien van AASY2182NL (trekker, ruwe delen en laserpointer gezamenlijk) en spoornummer 240647 van AASY2184NL (gehele buitenzijde patroonmagazijn, behalve de onderzijde).
6.
Deskundigenverslag [9]
AASY2182NL bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen van wie zeker één man. Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker dat de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en twee onbekenden dan dat de bemonstering DNA bevat van drie onbekenden. AASY2184NL bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen van wie zeker één man. Mogelijke donor is [verdachte] .
Feit 2 en feit 4
7.
Proces-verbaal van politie [10]
Op het adres [adres 2] in Sliedrecht zijn in een Adidas tas 5 brokken aangetroffen en daaraan is het nummer 7023822 gekoppeld. In de woning aan de [adres 1] Sliedrecht is het volgende aangetroffen: een zak op zolder (7023457), een doos met wit poeder (7023465), een sealbag gele pillen ( [beslagnummer 10] ) en zakken op een plank in de woonkamer (7023471).
8.
Verklaring van de verdachte [11]
De 2-MMC die is gevonden in de woning aan de [adres 1] in Sliedrecht is van mij. De in de woning aan de [adres 2] in Sliedrecht aangetroffen 2-MMC is ook van mij.
9.
Proces-verbaal van politie [12]
Goed [beslagnummer 5] heeft een nettogewicht van 500,5 gram en is voorzien van het nummer AASZ3309NL waarvan drie monsters zijn genomen met de nummers: AASY3635NL, AASY3636NL en AASY3637NL en indicatief getest met als resultaat een indicatie voor de aanwezigheid van 2-MMC.
Goed [beslagnummer 6] heeft een nettogewicht van 99,9 gram en is voorzien van het nummer AASZ3320NL waarvan een monster is genomen met het nummer AASY3639NL en indicatief getest met als resultaat een indicatie voor de aanwezigheid van 2-MMC.
Goed [beslagnummer 7] heeft een nettogewicht van 29,4 gram en is voorzien van het nummer AASZ3329NL waarvan een monster is genomen met het nummer AASY3642NL en indicatief getest met als resultaat een indicatie voor de aanwezigheid van 2-MMC.
Goed [beslagnummer 8] heeft een nettogewicht van 152,5 gram en is voorzien van het nummer AASZ3325NL waarvan twee monsters zijn genomen met de nummers: AASY3640NL en AASY3641NL en indicatief getest met als resultaat een indicatie voor de aanwezigheid van 2-MMC.
10.
Deskundigenverslag [13]
De monsters AASY3635NL, AASY3636NL en AASY3637NL bevatten 2-MMC.
11.
Deskundigenverslag [14]
Het monster AASY3639NL bevat 2-MMC.
12.
Deskundigenverslag [15]
Het monster AASY3642NL bevat 2-MMC.
13.
Deskundigenverslag [16]
De monsters AASY3640NL en AASY3641NL bevatten 2-MMC.
Feit 3 en feit 5
14.
Proces-verbaal van politie [17]
Op het adres [adres 1] in Sliedrecht is in de trapkast een sealbag met gele pillen aangetroffen. Daaraan is het goednummer [beslagnummer 9] gekoppeld.
15.
Verklaring van de verdachte [18]
De in de trapkast van de [adres 1] aangetroffen 4-MMC is van mij.
16.
Proces-verbaal van politie [19]
Goed [beslagnummer 10] heeft een nettogewicht van 136,2 gram en is voorzien van het nummer AASZ3319NL. Het monster AASY3638NL is afkomstig van AASZ3319NL en is indicatief getest met als resultaat een indicatie voor de aanwezigheid van 4-MMC.
17.
Deskundigenverslag [20]
Het monster AASY3638NL bevat 4-MMC.
Feiten 4 en 5
18.
Onderzoek van de politie [21]
Op 16 september 2025 is de woning [adres 1] in Sliedrecht doorzocht. Op zolder is een geldtelmachine aangetroffen.
19.
Verklaring van de verdachte [22]
Het klopt dat ik een geldtelmachine had.
20.
Onderzoek van de politie [23]
Op 16 september 2025 is de woning aan de [adres 1] in Sliedrecht doorzocht. In een kluis zijn diverse telefoons aangetroffen. Eén van deze telefoons stond aan: een Samsung Galaxy A50. De telefoon werd voornamelijk gebruikt om te communiceren via de applicatie Signal. Er waren twee chatsessies. Eén van de sessies is tussen PP (eigenaar: [gsm-nummer] ) en [persoon A] . In dit gesprek wordt over hoeveelheden drugs en prijzen gesproken.
11 september 2025
PP ik moet volgende week maandag die 500 afleveren
PP ga even kijken naar voorraad
[persoon A] oké maat
[persoon A] afbeelding*
[persoon A] ik krijg hier morgen 3kg van binnen
[persoon A] € 2.600
[persoon A] volgende week krijg ik ook nieuwe 3 binnen
[persoon A] afbeelding*
[persoon A] afbeelding*
[persoon A] € 2550
PP dit is die oude of niet
[persoon A] ja zelfde partij idd
[persoon A] 2360€
+500st snoep 480€
+700g mmc (2.5) 1750€
+20st 4mmc pillen (gratis test)
+50€ chauffeur kosten
4630€ - 500€ betaald
(…)
PP denk wel inventariseer morgen kan nu niet bij voorraad
12 september 2025
PP bro, hoe zit je in je 4?
[persoon A] ik heb zelf niks meer liggen. Kan wel nieuwe bestellen
PP wat voor en per hoeveel prijs? Die kan ik je zoiezo gelijk cash geven
[persoon A] hoeveel heb je nodig? Moet bij leverancier gelijk hele halen
13 september 2025
PP maar ik heb nog 2 potentiele voor die 100 kan daar balletje opgooien?
14 september 2025
[persoon A] afbeelding*
[persoon A] voor wnnr bro?
[persoon A] afbeelding*
[persoon A] nieuwe pop smoke binnen
PP nice (…) ook weer voor 400?
[persoon A] yes
PP ga ik regelen. Probeer ik gelijk nog wat van de poffers er bij te regelen.
15 september 2025
PP heb je die 4snoep ook nog?
[persoon A] jaman zeker
PP en welke snoep met prijs?
*
2.3.3.
Bewijsmotivering
Feit 1
Het pistool en de munitie zijn op 16 september 2025 aangetroffen in de woning van de verdachte, in een verborgen ruimte in een nachtkastje in zijn slaapkamer. Vaststaat dat de verdachte in ieder geval in de periode van 10 tot en met 16 september 2025 in zijn woning verbleef. Op het moment van aantreffen van het pistool en de munitie was alleen de verdachte aanwezig in de woning.
De verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat het pistool en de munitie in de verborgen ruimte van het nachtkastje in de slaapkamer van zijn woning aanwezig waren, is onaannemelijk. De verdachte heeft immers zelf verklaard dat alleen hij afwist van de geheime locatie in het nachtkastje van zijn slaapkamer. Daar komt bij dat op het pistool op meerdere plekken DNA-sporen zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA van de verdachte. Dit betekent dat de verdachte wetenschap had van en de beschikkingsmacht had over het pistool en de munitie. De algemene verklaring van de verdachte dat andere personen zijn huissleutel hebben, maakt dit oordeel niet anders.
De rechtbank acht feit 1 daarom bewezen.
Feiten 2 en 3
De verdachte heeft bekend dat de aangetroffen hoeveelheden 4-MMC en 2-MMC van hem zijn. De rechtbank is van oordeel dat er, anders dan door de raadsvrouw is betoogd, sprake is van een sluitende bewijsketen. Het begint met het aantreffen van de pillen, poeders en brokken in de woning van de verdachte en in de woning van zijn zus. De politie heeft de aangetroffen pillen, poeders en brokken voorzien van een goednummer. [24] Vervolgens zijn deze genummerde goederen gewogen, indicatief getest en zijn deze voorzien van een uniek voorwerpnummer. [25] In datzelfde proces-verbaal is beschreven dat uit de indicatief geteste 2-MMC en 4-MMC monsters zijn genomen. Deze monsters zijn vervolgens voorzien van een ander nummer. [26] Deze monsters zijn naar het NFI gestuurd ter beoordeling. Uit het onderzoek van het NFI blijkt vervolgens dat het toegestuurde onderzoeksmateriaal 4-MMC dan wel 2-MMC bevat. [27] 4-MMC en 2-MMC zijn beiden designerdrugs. 4-MMC was reeds sinds 2012 verboden in Nederland. Per1 juli 2025 zijn designerdrugs in zijn algemeenheid verboden in Nederland. [28]
De rechtbank acht de feiten 2 en 3 bewezen.
Feiten 4 en 5
In de woning van de verdachte is door het hele huis heen op verschillende plekken 2-MMC en 4-MMC aangetroffen. Dit betrof meer dan gebruikershoeveelheden. De wijze waarop de drugs steeds was verpakt past bij een situatie waarin er sprake is van drugshandel. In de woning van de verdachte is daarnaast een telefoon gevonden. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte deze telefoon gebruikte, nu de telefoon aanstond en de verdachte als enige in de woning aanwezig was op het moment dat de telefoon werd aangetroffen. Op deze telefoon is een chat aangetroffen. De inhoud van die chat duidt op de handel in drugs. Ook is er een geldtelmachine gevonden in zijn woning; hetgeen ook een indicatie is voor de handel in drugs. Deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien maken dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte heeft gehandeld in 2-MMC en 4-MMC.
De rechtbank acht de feiten 4 en 5 bewezen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op.
1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
3
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
4
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2a onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
5
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat hij first offender is zou moet worden volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest (van ruim drie maanden) dan wel gecombineerd met een voorwaardelijk strafdeel of een taakstraf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft een pistool met bijbehorende munitie in zijn woning gehad. De verdachte heeft een onaanvaardbaar gevaar voor de veiligheid van personen in het leven geroepen. Het bezit van een vuurwapen leidt vaak tot het gebruik daarvan, zeker in combinatie met de handel in drugs. Het voorhanden hebben van een vuurwapen zorgt voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Het gaat hier om een ernstig strafbaar feit en hier dient mede vanuit het oogpunt van preventie, streng tegen te worden opgetreden.
Daarnaast heeft de verdachte drugs voorhanden gehad in zijn woning. Hij heeft ook gehandeld in die drugs. De handel in en het gebruik van drugs leiden ook tot allerlei andere vormen van criminaliteit en dragen eveneens bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
In het rapport van de reclassering staat dat in het leven van de verdachte meerdere beschermende factoren aanwezig zijn. Zo heeft hij een eigen woning en een goed lopend bedrijf met toekomstperspectief. Er zijn geen schulden en ook is geen sprake van verslaving en/of problemen op enig ander leefgebied. De verdachte maakt bewuste en weloverwogen (levens)keuzes.
4.3.3.
Strafoplegging
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden opgelegd. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding gelet op de proceshouding van verdachte.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5.In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank beslist tot de teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte. Het betreft twee diamanten ( [beslagnummer 11] en [beslagnummer 12] ), 4 simkaarten ( [beslagnummer 13] ), een document ( [beslagnummer 14] ) en twee stukken zeep ( [beslagnummer 15] ).

6.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 23 december 2025 geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg.
De officier van justitie heeft verzocht om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen bij einduitspraak. De verdediging heeft gevraagd om opheffing van de voorlopige hechtenis, danwel om de schorsing te laten voortduren bij de einduitspraak.
De rechtbank stelt vast dat de ernstige bezwaren en de gronden voor de voorlopige hechtenis gelet op de einduitspraak blijven bestaan, zodat er geen reden is de voorlopige hechtenis op te heffen. De schorsing van de voorlopige hechtenis komt in beginsel ten einde na het wijzen van deze uitspraak. Opheffing van deze schorsing, zoals door de officier van justitie is gevraagd, is daarom niet aan de orde. De rechtbank moet op grond van de actuele situatie beoordelen of het aflopen van de schorsing van de voorlopige hechtenis nog steeds noodzakelijk is, of dat hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis is aangewezen. Daarbij moet een belangenafweging worden gemaakt tussen strafvorderlijke belangen en de belangen van de verdachte. Bij die belangenafweging staat voorop dat voorlopige hechtenis als ingrijpend dwangmiddel terughoudend moet worden toegepast. Voor het daadwerkelijk ondergaan van voorlopige hechtenis is slechts ruimte als dat noodzakelijk is voor het bereiken van het doel van de voorlopige hechtenis. De omstandigheid dat bij een veroordelend vonnis een gevangenisstraf is opgelegd van langere duur dan de al ondergane voorlopige hechtenis, is geen zelfstandige grond voor opheffing van de schorsing of het laten herleven van de voorlopige hechtenis. [29]
In dit geval geldt dat aan de voorlopige hechtenis gevaar voor herhaling ten grondslag ligt. Door het veroordelend vonnis is deze grond bij de belangenafweging in gewicht toegenomen. De voorlopige hechtenis van de verdachte is anderhalve maand geschorst geweest. Gedurende die periode golden schorsingsvoorwaarden. Er hebben geen incidenten plaatsgevonden die erop duiden dat de verdachte zich gedurende de schorsing opnieuw met het plegen van strafbare feiten heeft beziggehouden of zich anderszins niet aan de opgelegde voorwaarden heeft gehouden. Dat betekent dat het doel van de voorlopige hechtenis door het stellen van voorwaarden kan worden bereikt. Er bestaat dan ook geen reden om niet opnieuw over te gaan tot een schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank zal de voorlopige hechtenis van de verdachte daarom opnieuw schorsen, onder de voorwaarden die eerder ook zijn opgelegd. Deze voorwaarden zijn in een apart bevel vastgelegd.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 2a, 10 en 10b van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave van twee diamanten ( [beslagnummer 16] en [beslagnummer 17] ), 4 simkaarten ( [beslagnummer 18] ), een document ( [beslagnummer 19] ) en twee stukken zeep ( [beslagnummer 20] ) aan de verdachte.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Derijks, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 6 februari 2026.
Mr. H.C. van Vuren is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] .
2.Pagina’s 73 tot en met 77.
3.Verklaard tijdens de zitting van 22 december 2025.
4.Pagina’s 269 tot en met 272.
5.Pagina’s 269 tot en met 272.
6.Pagina’s 269 tot en met 272.
7.Pagina’s 197 tot en met 207.
8.Pagina’s 249 tot en met 256.
9.Forensisch DNA-onderzoek van 24 oktober 2025 ( [onderzoeksnummer] ).
10.Pagina’s 269 tot en met 272.
11.Verklaard tijdens de zitting van 22 december 2025.
12.Nummer [nummer proces-verbaal 2] .
13.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvraag 001).
14.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvraag 004).
15.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvraag 003).
16.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 27 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvraag 005).
17.Pagina’s 269 tot en met 272.
18.Verklaard tijdens de zitting van 22 december 2025.
19.Nummer [nummer proces-verbaal 3] .
20.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvraag 002).
21.Pagina’s 73 tot en met 77.
22.Verklaard tijdens de zitting van 22 december 2025.
23.Pagina’s 167 tot en met 184.
24.Dit betreft [dossiernummer] . Deze nummers beginnen steeds met 7023.
25.Dit betreft [nummer proces-verbaal 3] . Het uniek voorwerp nummer begint steeds met AASZ.
26.Steeds beginnend met AASY.
27.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 28 november 2025 ( [rapportnummer] ) (aanvragen 001 tot en met 005).
28.https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/01/28/eerste-kamer-stemt-voor-designerdrugsverbod.
29.Hoge Raad 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:987).