‘(…)
Op donderdag 24 juli jl. meldde zich in de ochtend een werknemer, die aangaf zijn
arbeidsovereenkomst met ons op te zeggen omdat hij niet meer met u wilde
samenwerken. Later die ochtend verscheen een andere werknemer, die aangaf te
overwegen zijn arbeidsovereenkomst om dezelfde reden op te zeggen. De werknemers
gaven onder meer aan zich bedreigd en geïntimideerd te voelen.
Naar aanleiding van de meldingen hebben wij u naar huis gestuurd en onderzoek verricht.
Wij hebben zes werknemers gesproken, die ons inzicht hebben gegeven in hun ervaringen
met betrekking tot de samenwerking met u.
(…)
Op basis van de verklaringen constateren wij het volgende. Verschillende werknemers
geven aan door u te zijn bedreigd. Dit gebeurde soms zonder voor die werknemers
duidelijke reden, en soms nadat een inhoudelijke opmerking over uw werkzaamheden
was gemaakt. Direct en indirect maakt u opmerkingen waaruit volgt dat u “weet waar een
bepaalde collega woont”, u geeft aan naar het huis van een collega te zullen komen, u
geeft aan dat een collega “maar over zijn schouders moet kijken”, u geeft aan dat u
collega’s gaat pakken, u daagt een collega uit het gevecht aan te gaan, u geeft aan pistolen
in uw auto te hebben, u ‘heeft een collega uitgescholden voor homo, etc.
Meerdere collega’s hebben ons laten weten om deze redenen niet langer met u te willen
samenwerken, zich onveilig en geïntimideerd te voelen, bang voor u te zijn en/of bij ons te
willen vertrekken vanwege uw gedrag
(…)
De meerdere onafhankelijke verklaringen, in aanvulling op de eerdere waarschuwing,
hebt u simpelweg weersproken door aan te geven zich geen dergelijke voorvallen te
kunnen herinneren. Voor ons is, ten opzichte van uw blote ontkenning, voldoende
aannemelijk geworden dat u, door uw opmerkingen en/of gedrag, één of meer van uw
collega’s heeft geïntimideerd, bedreigd, beledigd en/of bang gemaakt.
Wij zijn als werkgever verplicht om een veilige werkomgeving te bieden aan onze
werknemers. Dergelijk gedrag hoort daar niet bij en is onacceptabel.
(…)
Gezien de ernst van de gedraging(en) mag duidelijk zijn dat wij geen enkel vertrouwen
meer hebben in een voortzetting van de arbeidsrelatie, van ons kan redelijkerwijs niet
worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
(…)
Alle in deze brief genoemde omstandigheden vormen in onderlinge samenhang maar ook
op zichzelf een dringende reden op grond waarvan wij u per direct op staande voet
ontslaan. Een afweging van uw persoonlijke omstandigheden heeft ons niet tot een
andere conclusie doen bewegen, zodat uw arbeidsovereenkomst op vrijdag 25 juli 2025
met onmiddellijke ingang is geëindigd. Deze brief dient als bevestiging van het aan uw
gegeven ontslag op staande voet.’