Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3383

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
11870341 VZ VERZ 25-5950
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:678 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet wegens bedreigend gedrag werknemer

De werknemer was sinds november 2022 in dienst bij Smit Mobile Equipment en werd op 25 juli 2025 op staande voet ontslagen wegens bedreigend en intimiderend gedrag jegens collega’s. De werkgever baseerde het ontslag op verklaringen van vijf collega’s en WhatsApp-berichten die het gedrag van de werknemer onderbouwen.

De werknemer betwistte het ontslag en verzocht om vernietiging, wedertewerkstelling en salarisbetaling. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een dringende reden conform artikel 7:677 BW Pro, omdat het gedrag van de werknemer het voor de werkgever onmogelijk maakte de arbeidsrelatie voort te zetten. De verklaringen en bewijsmiddelen waren voldoende aannemelijk en niet weersproken.

De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging af en bevestigde het ontslag op staande voet. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11870341 VZ VERZ 25-5950
datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[werknemer],
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
verweerder in het voorwaardelijk tegenverzoek,
gemachtigde: mr. M.H. de Lange,
tegen
Smit Mobile Equipment B.V.,
vestigingsplaats: Oud Beijerland,
verweerster,
verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek,
gemachtigde: mr. drs. T.J. Post.
De partijen worden hierna ‘ [werknemer] ’ en ‘Smit Mobile Equipment’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift, ontvangen op 5 september 2025, met bijlagen;
  • het verweerschrift met voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen;
  • het verweerschrift tegen het voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van Smit Mobile Equipment.
1.2.
Op 22 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met partijen en hun gemachtigden besproken.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[werknemer] werkte sinds 1 november 2022 bij Smit Mobile Equipment als [naam functie] . Hij is op 25 juli 2025 op staande voet ontslagen. In die ontslagbrief staat onder andere:
‘(…)
Op donderdag 24 juli jl. meldde zich in de ochtend een werknemer, die aangaf zijn
arbeidsovereenkomst met ons op te zeggen omdat hij niet meer met u wilde
samenwerken. Later die ochtend verscheen een andere werknemer, die aangaf te
overwegen zijn arbeidsovereenkomst om dezelfde reden op te zeggen. De werknemers
gaven onder meer aan zich bedreigd en geïntimideerd te voelen.
Naar aanleiding van de meldingen hebben wij u naar huis gestuurd en onderzoek verricht.
Wij hebben zes werknemers gesproken, die ons inzicht hebben gegeven in hun ervaringen
met betrekking tot de samenwerking met u.
(…)
Op basis van de verklaringen constateren wij het volgende. Verschillende werknemers
geven aan door u te zijn bedreigd. Dit gebeurde soms zonder voor die werknemers
duidelijke reden, en soms nadat een inhoudelijke opmerking over uw werkzaamheden
was gemaakt. Direct en indirect maakt u opmerkingen waaruit volgt dat u “weet waar een
bepaalde collega woont”, u geeft aan naar het huis van een collega te zullen komen, u
geeft aan dat een collega “maar over zijn schouders moet kijken”, u geeft aan dat u
collega’s gaat pakken, u daagt een collega uit het gevecht aan te gaan, u geeft aan pistolen
in uw auto te hebben, u ‘heeft een collega uitgescholden voor homo, etc.
Meerdere collega’s hebben ons laten weten om deze redenen niet langer met u te willen
samenwerken, zich onveilig en geïntimideerd te voelen, bang voor u te zijn en/of bij ons te
willen vertrekken vanwege uw gedrag
(…)
De meerdere onafhankelijke verklaringen, in aanvulling op de eerdere waarschuwing,
hebt u simpelweg weersproken door aan te geven zich geen dergelijke voorvallen te
kunnen herinneren. Voor ons is, ten opzichte van uw blote ontkenning, voldoende
aannemelijk geworden dat u, door uw opmerkingen en/of gedrag, één of meer van uw
collega’s heeft geïntimideerd, bedreigd, beledigd en/of bang gemaakt.
Wij zijn als werkgever verplicht om een veilige werkomgeving te bieden aan onze
werknemers. Dergelijk gedrag hoort daar niet bij en is onacceptabel.
(…)
Gezien de ernst van de gedraging(en) mag duidelijk zijn dat wij geen enkel vertrouwen
meer hebben in een voortzetting van de arbeidsrelatie, van ons kan redelijkerwijs niet
worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
(…)
Alle in deze brief genoemde omstandigheden vormen in onderlinge samenhang maar ook
op zichzelf een dringende reden op grond waarvan wij u per direct op staande voet
ontslaan. Een afweging van uw persoonlijke omstandigheden heeft ons niet tot een
andere conclusie doen bewegen, zodat uw arbeidsovereenkomst op vrijdag 25 juli 2025
met onmiddellijke ingang is geëindigd. Deze brief dient als bevestiging van het aan uw
gegeven ontslag op staande voet.
2.2.
[werknemer] is het niet eens met dit ontslag en verzoekt vernietiging daarvan, wedertewerkstelling en betaling van salaris, met wettelijke verhoging en rente. Smit Mobile Equipment vindt dat het verzoek moet worden afgewezen. Als het ontslag wel wordt vernietigd, verzoekt zij de arbeidsovereenkomst te ontbinden. [werknemer] is het daar niet mee eens en wil als de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Het verzoek van [werknemer] wordt afgewezen. Het ontslag op staande voet blijft dus in stand. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Dringende reden
2.3.
Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW Pro kan een partij de arbeidsovereenkomst onverwijld opzeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Niet in geschil is dat aan de voorwaarde van onverwijldheid is voldaan. [werknemer] betwist dat sprake is van een dringende reden. Geoordeeld wordt echter dat die reden er wel is. Met een dringende reden wordt bedoeld één of meer eigenschappen en/of gedragingen van de werknemer die het voor de werkgever onmogelijk maken om door te gaan met het dienstverband (artikel 7:678 lid 1 BW Pro). Dat deze situatie zich voordoet, kan worden vastgesteld op basis van de ontslagbrief die steun vindt in verklaringen van vijf collega’s van [werknemer] , aangevuld met WhatsAppberichten. Die verklaringen komen erop neer dat [werknemer] zich tegenover hen schuldig heeft gemaakt aan bedreigend en intimiderend gedrag, zowel onder als buiten werktijd, en dat zij om die reden (liever) niet met hem willen samenwerken.
2.4.
[werknemer] heeft erkend dat het klopt wat collega [naam collega] heeft verklaard. Daarin staat dat hij al geruime tijd vervelende ervaringen heeft met [werknemer] , wat bevestigd wordt door overgelegde WhatsAppberichten van [werknemer] aan hem. Zo heeft [werknemer] [naam collega] op vrijdagavond 10 januari 2025 gevraagd om adresgegevens van een collega, door hem aangeduid als “die kleine kanker rat”, en toen [naam collega] die niet wilde gegeven, heeft [werknemer] hem op dreigende toon gevraagd naar zijn adres om langs te komen om het met geweld op te lossen. Later die avond heeft [werknemer] hem geappt dat hij in de buurt was en dat [naam collega] naar buiten moest komen zonder de politie te alarmeren. [naam collega] heeft dit als zeer bedreigend en stressvol ervaren voor hem en zijn gezin. In de daarop volgende werkweek heeft [werknemer] volgens [naam collega] tijdens het werk scheldwoorden en bedreigingen naar hem geuit. Volgens [naam collega] was [werknemer] duidelijk aan het uitdagen en op zoek naar een confrontatie. Dit heeft geresulteerd in een aantal ziekmeldingen door [naam collega] omdat de druk door [werknemer] ervoor zorgde dat hij niet lekker in zijn vel zat en hij zich niet op zijn werk kon concentreren. Toen [werknemer] afwezig was door ziekte was de sfeer op het werk ineens een stuk aangenamer, maar sinds [werknemer] weer gedeeltelijk aan het werk is nemen de spanningen weer toe.
2.5.
De andere vier verklaringen kloppen volgens [werknemer] niet. Hij heeft echter niets naar voren kunnen brengen om aan de juistheid ervan te gaan twijfelen. Ook de inhoud van de verklaringen geven geen aanleiding voor twijfel. De verschillen zijn zodanig opvallend dat niet kan worden gezegd dat ze op elkaar zijn afgestemd. [werknemer] heeft ook niet duidelijk kunnen maken hoe en waarom verklaringen op die manier in zijn nadeel zouden zijn afgelegd die niet kloppen. Hierbij komt dat het in de verklaringen beschreven gedrag niet op zichzelf staat. In een door Smit Mobile Equipment overgelegde verklaring van technisch manager [persoon A] en directeur Smit staat dat zij op 15 januari 2025 [werknemer] hebben aangesproken en gewaarschuwd vanwege onacceptabel gedrag tegenover drie collega’s. Op zitting heeft [werknemer] erkend toen een gesprek te hebben gehad met [persoon A] en Smit en dat er vaker een gesprek met hem is gevoerd, omdat mensen niet met hem wilden werken. [werknemer] heeft verklaard dat er veel wrijving was onder elkaar en op de vraag of hij zijn excuses heeft aangeboden, heeft hij gezegd dat hij even handen heeft geschud. Verder is nog overgelegd een verklaring van sales & business development director [persoon B] waarin staat dat [werknemer] op 17 januari 2023 een schriftelijke officiële waarschuwing heeft gehad omdat hij zich op onacceptabele en kwaadaardige wijze had uitgelaten tegenover een collega. De brief met de waarschuwing is ook in het geding gebracht. Dat hij deze waarschuwing, zoals gesteld, niet heeft gekregen is weinig aannemelijk gelet op de verklaring in combinatie met de brief.
2.6.
Gelet op dat wat hiervoor staat, de omstandigheid dat Smit Mobile Equipment op
24 juli 2025 is geconfronteerd met verklaringen van vijf van haar medewerkers over het gedrag van [werknemer] en twee van die medewerkers die dag hun arbeidsovereenkomst hebben opgezegd vanwege dat gedrag, wordt geoordeeld dat sprake was van een dringende reden voor Smit Mobile Equipment om [werknemer] op staande voet te ontslaan en dat zij die bevoegdheid daarom terecht heeft aangewend. Op haar als werkgever rust de verplichting om te zorgen voor een veilige werkomgeving en dus ook een omgeving waarin haar medewerkers zich niet bedreigd en geïntimideerd hoeven te voelen. Eerdere waarschuwingen waren kennelijk niet voldoende om zijn collega’s te beschermen tegen het gedrag van [werknemer] . Dat hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt was, was onder de gegeven omstandigheden geen reden om af te hoeven zien van het ontslag op staande voet.
Overige (tegen)verzoeken
2.7.
Omdat het ontslag op staande voet stand houdt, hoeven alle andere, al dan niet voorwaardelijk, ingestelde (tegen)verzoeken geen bespreking meer.
Proceskosten
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [werknemer] aan Smit Mobile Equipment moet betalen op
€ 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dit is totaal € 1.009,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de verzoeken van [werknemer] af;
3.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, die aan de kant van Smit Mobile Equipment tot vandaag worden vastgesteld op € 1.009,-;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
465