Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 januari 2026, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 10 februari 2026;
- de akte van Hef Wonen, met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een procedure tussen Stichting Hef Wonen en een huurder die tot 8 februari 2024 een woning en parkeerplaats huurde. Hef Wonen vordert betaling van een huurachterstand, rente en incassokosten. De huurder is verstek verklaard.
De kantonrechter oordeelt dat bepaalde opslagbedingen in de huurovereenkomst en algemene huurvoorwaarden oneerlijk zijn en vernietigt deze. Desondanks heeft Hef Wonen de huur alleen verhoogd op basis van het toegestane indexatiebeding, waardoor de huurachterstand blijft bestaan en betaald moet worden.
De rente wordt toegewezen conform de wettelijke bepalingen, maar de incassokosten worden afgewezen omdat de bepaling hierover in de overeenkomst oneerlijk is en afwijkt van de wettelijke regeling. Verder zijn geen andere oneerlijke bepalingen vastgesteld.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en rente, incassokosten worden afgewezen.