ECLI:NL:RBROT:2026:3474
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2009 wegens ontbreken institutionele vooringenomenheid
Eiser, vader van vier kinderen, heeft compensatie gevraagd op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor het toeslagjaar 2009. Hij stelde dat de Dienst Toeslagen vooringenomen had gehandeld door geen aanvullende gegevens op te vragen en dat hem geen persoonlijke betalingsregeling was toegekend voor de terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat de gegevens uit het antwoordformulier overeenkwamen met de jaaropgaven van de kinderopvanginstellingen en de plaatsingsovereenkomst, waardoor de Dienst Toeslagen geen aanleiding had om aanvullende gegevens te vragen. Er is geen bewijs dat in de periode van 1 juli tot en met 15 november 2009 kinderopvang is afgenomen, noch dat er sprake was van institutionele vooringenomenheid.
Verder is vastgesteld dat op 4 december 2013 een persoonlijke betalingsregeling is toegekend voor de terugvordering over 2009 en 2012, ondanks dat deze later is komen te vervallen wegens betalingsachterstand. Hoewel de beschikking pas laat aan de rechtbank is overgelegd, acht de rechtbank dat eiser bekend was met de regeling en niet is benadeeld door het gebrek aan motivering.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen compensatie ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen wordt ongegrond verklaard.