Uitspraak
[verdachte] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 maart 2026 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijke geweldpleging tegen een persoon en goederen. De feiten zouden zich hebben voorgedaan in mei 2020 in Papendrecht. De officier van justitie en de verdediging waren het eens over de onbewijsbaarheid van de tenlasteleggingen.
De rechtbank oordeelde dat de beschuldigingen niet bewezen konden worden verklaard. Hoewel verdachte bekend had de ruiten van het slachtoffer te hebben ingeslagen, kon niet worden vastgesteld dat dit samen met anderen was gebeurd, wat vereist is voor openlijke geweldpleging. Het inslaan van de ruiten zou als vernieling kunnen worden gezien, maar dit was niet ten laste gelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op, dat eerder was geschorst. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor medeplegen en de strikte toepassing van het begrip openlijke geweldpleging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijke geweldpleging.