ECLI:NL:RBROT:2026:354
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser, een alleenstaande man die sinds 1996 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van bijna €4.800. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat deze kosten als reguliere, voorzienbare vervangingskosten van huisraad worden gezien, die uit het bijstandsinkomen gespaard hadden moeten worden.
Eiser voerde aan dat zijn psychosociale en medische problematiek onvoldoende was meegewogen, dat hij vanwege een rookverslaving niet kon sparen, en dat de verhuurder had toegezegd bij te springen. De rechtbank oordeelde dat een verslaving geen bijzondere omstandigheid vormt en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde. Ook was de toezegging van de verhuurder niet bindend voor het college.
De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende inkomen en toeslagen ontvangt om te kunnen reserveren, ondanks de kosten van zijn rookgedrag. Het college had zorgvuldig alle feiten en belangen afgewogen en het besluit voldoende gemotiveerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.