Deze tussenuitspraak betreft de toekenning van een loongerelateerde uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiser, werkzaam als (senior) functioneel consultant, heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering na zijn ziekmelding op 12 april 2021. Het UWV heeft eiser gedeeltelijk arbeidsgeschikt geacht, maar eiser is van mening dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiser beoordeeld en vastgesteld dat het bestreden besluit van het UWV een motiveringsgebrek vertoont. De rechtbank heeft het UWV de gelegenheid gegeven om dit gebrek te herstellen. De rechtbank concludeert dat de rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoen aan de eisen van zorgvuldigheid, maar dat de conclusies over beroepsmatig vervoer onvoldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank heeft het UWV opgedragen om binnen twee weken te melden of het gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen, en heeft een termijn van acht weken gesteld voor het herstel.