Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3598

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11997317 VZ VERZ 25-7108
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing transitievergoeding wegens bedrijfseconomisch ontslag zonder verweer werkgever

De werknemer heeft de werkgever gedagvaard voor betaling van een transitievergoeding van €35.178,56 bruto, nadat de arbeidsovereenkomst om bedrijfseconomische redenen was opgezegd met toestemming van het UWV. De werkgever is niet verschenen op de zitting en heeft geen verweer gevoerd.

De kantonrechter constateert dat de werkgever voldoende tijd en kennis had van de zitting, ondanks de korte oproepingstermijn per exploot, mede door eerdere communicatie tussen de gemachtigden en het leggen van conservatoir beslag. Hierdoor wordt geen nieuwe zitting gepland.

De gevraagde transitievergoeding wordt toegewezen, evenals de proceskosten van €811,-. De werkgever wordt tevens veroordeeld binnen zeven dagen na betekening een specificatie van de betaling te verstrekken, met een dwangsom van €25 per dag bij niet-naleving. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €35.178,56 bruto en proceskosten na niet verschijnen en ontbreken van verweer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11997317 VZ VERZ 25-7108
datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. M. van der Chijs,
tegen
[verweerster] B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘werknemer’ en ‘werkgeefster’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 3 december 2025), met bijlagen;
  • het oproepingsexploot van 5 maart 2026.
1.2.
Op 9 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Werknemer en zijn gemachtigde waren aanwezig. Namens werkgeefster is niemand verschenen.

2.Het verzoek

2.1.
Werknemer verzoekt werkgeefster te veroordelen aan haar de transitievergoeding
van € 35.178,56 bruto te betalen en om binnen zeven dagen na betekening van de beschikking een specificatie van de betaling te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat werkgeefster hieraan niet voldoet, met veroordeling van werkgeefster in de kosten van de procedure.
2.2.
Werkgeefster heeft geen verweer gevoerd.

3.De beoordeling

Niet verschijnen werkgeefster
3.1.
Werkgeefster is niet op de zitting verschenen en heeft verder ook niets laten horen. Voor de zitting van 9 maart 2026 is werkgeefster door de rechtbank opgeroepen. Daarnaast heeft werknemer werkgeefster ook per deurwaardersexploot van 5 maart 2026 voor deze zitting opgeroepen.
3.2.
Het rolreglement en de wet geven weliswaar geen termijn voor de oproeping per exploot maar de gehanteerde termijn tussen het exploot en de zitting is kort. In dit geval zijn er echter bijkomende omstandigheden op basis waarvan voldoende aannemelijk is dat werkgeefster op de hoogte was van de zitting en dat zij voldoende tijd heeft gehad om zich daarop te kunnen voorbereiden, zodat de kantonrechter aan de korte oproepingstermijn geen verdere consequenties zal verbinden. Het gaat om de volgende omstandigheden.
3.3.
Het verzoekschrift is al op 5 december 2025 bij de rechtbank ingediend. In december 2025 heeft de gemachtigde van werknemer bij de (toenmalige) advocaat van werkgeefster, mr. Hoekman, verhinderdata opgevraagd en ontvangen. De verhinderdata van beide partijen zijn vervolgens aan de rechtbank doorgegeven. Die mail is ook aan mr. Hoekman gestuurd. Volgens de gemachtigde van werknemer is er daarna tussen partijen ook nog contact geweest over een eventuele regeling, maar is er vervolgens niets meer van mr. Hoekman vernomen over een regeling. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van werknemer een e-mail van mr. Hoekman van 3 maart 2026 laten zien, waarin hij laat weten dat hij geen opdracht heeft om werkgeefster in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij schrijft ook dat hij van de accountant van werkgeefster heeft begrepen dat werkgeefster niet bij de zitting aanwezig zal zijn. Ten slotte is er door werknemer in verband met de gevraagde transitievergoeding conservatoir beslag gelegd op de bankrekening van werkgeefster. De overbetekening van dat beslag heeft op 26 januari 2026 plaatsgevonden. Uit het een en ander blijkt voldoende dat werkgeefster op de hoogte was van de zitting en ook dat werkgeefster weet waar deze procedure over gaat. Werkgeefster heeft er kennelijk voor gekozen geen verweer te voeren. De kantonrechter heeft daarom afgezien van het bepalen van een nieuwe zitting.
Transitievergoeding
3.4.
De gevraagde transitievergoeding wordt toegewezen. De arbeidsovereenkomst van werknemer is om bedrijfseconomische redenen door werkgever opgezegd na verkregen toestemming van het UWV. Werkgeefster heeft geen verweer gevoerd en de verschuldigdheid van de transitievergoeding dus niet weersproken. Op basis van het loon en de duur van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de vergoeding € 35.178,56 bruto. Dit bedrag moet werkgeefster betalen. Werkgeefster moet daarnaast binnen zeven dagen na betekening van deze beslissing hiervan een specificatie overleggen, zoals door werknemer wordt verzocht. Hieraan wordt een dwangsom verbonden van € 25,- per dag met een maximum van € 2.500,-.
Proceskosten
3.5.
Werkgeefster moet de proceskosten betalen. De kantonrechter begroot de kosten die werkgeefster aan werknemer moet betalen op € 90,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 811,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.6.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt werkgeefster om aan werknemer een transitievergoeding van
€ 35.178,56 bruto te betalen;
4.2.
veroordeelt werkgeefster om binnen zeven dagen na betekening van deze beslissing aan werknemer te verstrekken een specificatie van het bedrag van € 35.178,50 bruto, op straffe van een dwangsom van € 25,- per dag, met een maximum van € 2.500,-, voor iedere dag dat werkgeefster niet aan deze veroordeling voldoet;
4.3.
veroordeelt werkgeefster in de proceskosten, die aan de kant van werknemer worden begroot op € 811,-;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
540