Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 14 maart 2025, met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;
- de oproep van 17 juni 2025 voor een mondelinge behandeling;
- de akte van [eiseres] ten behoeve van mondelinge behandeling;
- producties 7 en 8 van [eiseres] ;
- de akte overlegging producties van [gedaagde] , met producties 5 en 6;
- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
3.De feiten
“Is goed maar veel materiaal of pompen heb ik niet”.Vervolgens heeft de [schip 2] (schipper [naam 1] ) de sluis Weurt opgeroepen en aangegeven dat de [schip 2] wel de hulpmiddelen had, zoals kleden en pompen.
€ 24.150,-- (de BTW over € 115.000,--) aan [eiseres] betaald.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Frio Alaska)). De vraag of er gevaar bestond, moet worden beoordeeld naar het moment waarop met de dienstverlening is begonnen. De hulpverlening duurt voort zolang sprake is van gevaar (HR 12 juni 1981, ECLI:NL:HR:
Zwaardvis)).
de geredde waarde van de [schip 1] en de andere goederen
de vakkundigheid en inspanningen van de hulpverleners, betoond bij het voorkomen of beperken van schade aan het milieu
de mate van de door de hulpverleners verkregen gunstige uitslag
total losswas en moest worden gesloopt. Wat betreft de lading voert [gedaagde] het volgende aan. Industriezout bevat geen bederfelijke organische componenten. Wanneer de [schip 1] volledig was
de aard en ernst van het gevaar
de vakkundigheid en inspanningen betoond door de hulpverleners bij de redding van het schip, de andere zaken en mensenlevens
de door de hulpverleners gebruikte tijd, gemaakte kosten en geleden verliezen
het risico van aansprakelijkheid en andere door de hulpverleners of hun uitrusting gelopen risico’s
de snelheid van de verleende diensten
de beschikbaarheid en het gebruik van schepen of andere voor hulpverlening bestemde uitrusting,
de staat van gereedheid alsmede de doelmatigheid en de waarde van de uitrusting van de hulpverleners
6.De beslissing
1 april 2026.