De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag en de omgangsregeling over twee minderjarigen. De man verzocht om gezamenlijk gezag met de vrouw, die momenteel eenhoofdig gezag heeft, en om een fysieke omgangsregeling waarbij de kinderen jaarlijks drie weken bij hem in Suriname verblijven. De vrouw verzette zich gemotiveerd tegen deze verzoeken.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake is van gewijzigde omstandigheden door het vertrek van de vrouw en de kinderen naar Nederland, gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarigen is vanwege de gebrekkige communicatie tussen de ouders en het ontbreken van professionele begeleiding. Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelde de rechtbank vast dat een fysieke omgangsregeling momenteel niet haalbaar is vanwege de lange periode zonder fysiek contact, de moeizame communicatie, het ontbreken van hulpverlening en de financiële drempels voor vliegtickets. De rechtbank stelde daarom een omgangsregeling via videobellen vast, waarbij de man dagelijks contact heeft met de kinderen, en een informatieregeling waarbij de vrouw de man vier keer per jaar informeert en twee keer per jaar een recente foto toestuurt.
De rechtbank benadrukte het belang van het voortzetten van de videobelcontacten en moedigde de vrouw aan om te sparen voor een toekomstig bezoek van de kinderen aan Suriname. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening bepaald. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.