De huurder (gedaagde 1) huurt sinds 2003 een woning van eiseres. Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van huurachterstand en ontruiming van de woning door beide gedaagden. De rechtbank stelt vast dat de huurachterstand €1.691,26 bedraagt en veroordeelt gedaagde 1 tot betaling hiervan.
De kern van het geschil is dat gedaagde 1 sinds 1 januari 2023 niet meer staat ingeschreven op het adres van de woning en zijn hoofdverblijf deelt met een koopwoning elders. Dit leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens schending van de hoofdverblijfverplichting. Gedaagde 2 woont weliswaar in de woning en betaalt mee, maar is geen contractuele huurder en moet daarom ook vertrekken.
De gevorderde boetes, incassokosten en rente worden afgewezen omdat de algemene voorwaarden van eiseres onredelijke bepalingen bevatten die afwijken van de wettelijke regels. De proceskosten worden toegewezen aan eiseres en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De ontruimingstermijn is veertien dagen na het vonnis.