Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3739

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
FT RK 25/2232
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 4 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot opening insolventieprocedure wegens COMI buiten Nederland

Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot faillietverklaring van verweerster ingediend. De rechtbank moest eerst toetsen of zij bevoegd was om over het verzoek te beslissen.

De rechtbank baseerde haar bevoegdheidstoets op de EU-Verordening 2015/848 inzake insolventieprocedures. Hoewel verweerster statutair in Nederland is gevestigd, bleek uit het verzoekschrift dat het centrum van de voornaamste belangen (COMI) van verweerster niet in Nederland ligt, maar in België of Roemenië. Dit werd onderbouwd met handelsregisteruittreksels en andere feiten die aantonen dat het beheer van de belangen van verweerster niet in Nederland plaatsvindt.

De rechtbank concludeerde dat zij op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening niet bevoegd is om de insolventieprocedure te openen en verklaarde zich daarom onbevoegd. Verweerster was niet verschenen, verzoekster werd gehoord. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot het openen van een insolventieprocedure omdat het centrum van de voornaamste belangen van verweerster niet in Nederland is gelegen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
BESCHIKKING op het verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
verzoekster,
advocaat: mr. J.W. Hilhorst,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerster],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
verweerster.

1.De procedure

Op 12 december 2025 heeft verzoekster ter griffie van de rechtbank een verzoek tot faillietverklaring van verweerster ingediend.
Verzoekster, bij monde van mr. E. Sonneveld, is gehoord in raadkamer op 3 maart 2026.
Verweerster is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.De beoordeling

Voordat de rechtbank tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek toekomt, moet de rechtbank toetsen of zij bevoegd is op het verzoek tot faillietverklaring van verweerster te beslissen. De rechtbank beantwoord die vraag ontkennend. Zij overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank toetst haar bevoegdheid aan de Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking) (hierna: de Verordening). Uit het verzoekschrift volgt namelijk voldoende dat het centrum van de voornaamste belangen (hierna: COMI) van verweerster in de Europese Unie is gelegen. Verder volgt uit artikel 4 van Pro de Verordening dat de rechtbank ambtshalve moet toetsen of zij bevoegd is op grond van artikel 3 van Pro de Verordening.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening zijn de rechters van de lidstaat op het grondgebied waarvan de COMI van de schuldenaar gelegen is, bevoegd een insolventieprocedure te openen. De COMI is de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is. Bij een rechtspersoon wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, de COMI vermoed de plaats van de statutaire zetel te zijn. Verder moet volgens rechtspraak van het HvJEU [1] de COMI worden geïdentificeerd aan de hand van criteria die zowel objectief als voor derden verifieerbaar zijn. Die criteria moeten worden beoordeeld, rekening houdend met de individuele omstandigheden van het geval.
In dit geval is verweerster statutair gevestigd te Rotterdam (Nederland). Dit volgt uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 18 november 2025. Dat betekent dat de Nederlandse rechter te Rotterdam in beginsel bevoegd zou zijn om een insolventieprocedure te openen. De rechtbank is echter van oordeel dat uit het verzoekschrift volgt dat de COMI niet in Nederland is gelegen. In dat kader zijn de volgende omstandigheden redengevend:
  • Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 18 november 2025 is verweerster gevestigd in Overijse (België). Op dit uittreksel is geen bestuurder genoemd. De enig aandeelhouder van verweerster is volgens dit uittreksel JJVDB Holding B.V. Zij zijn enig aandeelhouder sinds 20 december 2022.
  • Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK handelsregister historie) van 10 december 2025 is verweerster gevestigd in Overijse (België).
  • Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK handelsregister historie) van 10 december 2025 waren de bestuurders van verweerster: JJVDB Holding B.V. en Build Experts.
  • Build Experts is volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK handelsregister historie) van 10 december 2025 gevestigd in Antwerpen (België). Zij waren volgens dat uittreksel bestuurder van verweerster van 1 februari 2024 tot 4 april 2025.
  • Build Experts was als commanditaire vennootschap naar Belgische recht volgens het verzoekschrift sinds 27 februari 2024 en tot 16 mei 2024 gevestigd te Overijse (België). Volgens het verzoekschrift is deze onderneming stopgezet per 4 april 2025.
  • De bestuurder van Build Experts was volgens het verzoekschrift sinds 27 februari 2024 de heer of mevrouw [persoon A] . De heer of mevrouw [persoon A] is volgens het verzoekschrift woonachtig in Roemenië.
  • JJVDB Holding B.V. is gevestigd in Groningen (Nederland). Zij waren volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel (handelsregister historie) bestuurder van verweerster van 24 augustus 2020 tot 1 februari 2024.
  • De bestuurder van JJVDB Holding B.V. is, volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 2 maart 2026, sinds 1 februari 2026 Experts Build, gevestigd in Overijse (België). Dit volgt ook uit de mail van 4 november 2025 van de heer [persoon B] .
  • De enig aandeelhouder van JJVDB Holding B.V., mevrouw [persoon C] , is woonachtig in Brasschaat (België). Dit volgt uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 2 maart 2026.
Gelet op de voorgaande omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de COMI van verweerster niet in Nederland is gelegen. Van enig actueel aanknopingspunt met Nederland, met uitzondering van de statutaire zetel en de vestigingsplaats van de aandeelhouder, is niet gebleken. Verweerster voert het beheer over haar belangen kennelijk niet in Nederland. Verweerster oefent voor zover bekend geen economische activiteiten noch bestuurlijke taken uit in Nederland. Daarentegen zijn er wel aanwijzingen dat verweerster in België (dan wel in Roemenië) het beheer van zijn belangen voert, dan wel tot voor kort heeft gevoerd. Bovendien is dat naar het oordeel van de rechtbank voldoende herkenbaar en verifieerbaar voor derden. Het voorgaande staat immers geregistreerd in publiekelijk toegankelijke handelsregisters van kamers van koophandel.
De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat in de mail van de heer [persoon B] van
4 november 2025 staat beschreven dat van VDB Projecten B.V. in België geen spoor te vinden is. Voor zover uit die mail al blijkt dat van VDB Projecten B.V. geen spoor te vinden is, dan zijn de overgelegde uittreksels alsnog van latere datum. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van die (officiële) uittreksels.
De rechtbank acht zich op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening niet bevoegd een insolventieprocedure te openen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren om het verzoek tot faillietverklaring in behandeling te nemen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart zich niet bevoegd om het verzoek tot faillietverklaring in behandeling te nemen.
Deze beschikking is op 11 maart 2026 gegeven door mr. M. Aukema, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier. [2]

Voetnoten

1.HvJ EU 20-10-2011, ECLI:EU:C:2011:671
2.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.